home
journalist
curr vitae
boeken
1e kamer
weblog
contact
links
sitemap
zoeken
JOS VAN DER LANS - WEBLOG

Via dit weblog wil ik u op de hoogte houden van columns die ik schrijf, van gebeurtenissen waar ik bij ben geweest, van zaken die mij opvallen, van meningen die in mij opwellen, of van andere persoonlijke wetenswaardigheden. Het kan van alles wat zijn en het is ook sterk afhankelijk van hoe druk ik het heb. Reageert u vooral, ik zorg ervoor dat het geplaatst wordt, mits het natuurlijk wel ergens op slaat.

Als u wilt reageren kunt u mij een e-mail sturen via info@josvdlans.nl

RSS feed van dit weblog
Kies een periode:
maart 2010
februari 2010
januari 2010
december 2009
november 2009
oktober 2009
september 2009
augustus 2009
juli 2009
juni 2009
mei 2009
april 2009
maart 2009
februari 2009
januari 2009
december 2008
november 2008
oktober 2008
september 2008
augustus 2008
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004
maart 2010
Nieuw boek in de maak. Meelezers gevraagd

Ik ben deze maand druk bezig om een nieuw boek af te ronden. Het is een uitwerking van de lezingen die ik de afgelopen jaren heb gegeven over de opkomst van een nieuw type sociale professional (zie de powerpoint-presentaties op de pagina ‘lezingen’). Het boek verschijnt in juni en, zoals dat tegenwoordig altijd gaat, de voorkant en achterkant zijn al af. Zie hieronder:
Eropaf!

De nieuwe start van het sociaal werk


Aan het welzijnswerk hangt tegenwoordig de onverbiddelijke geur van overbodigheid. Het is in de ogen van velen een praatjesmakende en nietszeggende sector. Om die reden bungelen welzijnswerkers onderaan de professionele statusladder en moeten zij elk begrotingsjaar voor hun baan vrezen. Op zoek naar een verklaring voert Jos van der Lans de lezer langs de spijkerbroekenrevolutie van de jaren zeventig naar de actuele wereld van grote instellingen, die zich steeds verder hebben afgezonderd van de leefwereld van burgers.

Maar het tij keert. Op steeds meer plekken onttrekken professionals zich aan de bureaucratie en gaan eropaf. Dit nieuw type sociaal werkers gelooft niet langer in het oplossend vermogen van instituties, maar in de eerste plaats in de kracht van mensen zelf. Zij verstaan de kunst van het verbinden. Zij brengen sociale netwerken tot leven, zij koppelen mensen aan elkaar, zij verbinden dromen met mogelijkheden, mensen met kansen. Zij tekenen, aan de vooravond van een ingrijpende bezuinigingsronde, voor een nieuwe start van het sociaal werk.

In zijn succesvolle boek Ontregelen pleitte Jos van der Lans voor een herovering van de werkvloer door professionals om te ontsnappen aan de vervreemdende regelzucht en proceduredwang in de publieke sector. In Eropaf! werkt hij die gedachte uit voor het sociaal werk.

Aan wat er tussen de voorkant en de achterkant moet komen te staan wordt de komende maand nog hard gewerkt. Er ligt nu een eerste manuscript. Dat heb ik inmiddels verspreid onder mijn trouwe meelezers en criticasters. Maar het lijkt mij aardig om via mijn weblog een oproep te doen voor meer kritische meelezers. Immers, hoe meer commentaar, hoe beter het boek. Wie voelt zich geroepen? Wie wil het manuscript lezen en van commentaar voorzien? Meldt u zo snel mogelijk, want op 1 april (geen grap) moet ik het definitieve manuscript inleveren bij mijn uitgeverij Augustus. Wil ik opmerkingen kunnen verwerken, dan moet ik het commentaar ten minste een week van te voren, maar liefst eerder, binnen krijgen. Mail naar: info@josvdlans.nl

MINDER PRETENTIE, MEER AMBITIE

Ik ben lid van de Club Zonder Naam. Zo hebben we dit dertienkoppige gezelschap zo’n vijftien jaar geleden gedoopt toen niemand in staat bleek een originele naam te verzinnen voor het discussieclubje dat we – toen allemaal ergens tussen de 35 en 40 jaar oud - hadden opgericht om met elkaar over actuele politieke en maatschappelijke kwesties te debatteren. Sindsdien prijkt er een keer in de zes weken de afkorting CZN in mijn agenda – Club Zonder Naam.
Sociologisch gezien een interessant gezelschap, dat zeker. Want het toenmalige clubje wetenschappelijke medewerkers, journalisten, gemeenteambtenaren, beleidsmedewerkers en sectorhoofden bestaat inmiddels uit meerdere hoogleraren, vele directeuren, gemeentesecretarissen en vooraanstaande landelijke politici. Ik geloof dat ik de enige ben die al die jaren hetzelfde is blijven doen: freelance journalist.
Op onze laatste bijeenkomst spraken wij over het jongste rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid met als titel: Minder pretentie, meer ambitie. Dat is een opmerkelijk goed geschreven rapport van ruim 300 pagina’s, dat de heilige huisjes van onze ontwikkelingshulp aardig omver kegelt. Het rapport is buitengewoon actueel omdat er over de effectiviteit van ontwikkelingssamenwerking in ons land en daarbuiten veel te doen is. Hulp houdt Afrika arm, beweert bijvoorbeeld de Zambiaanse econome Dambisa Moyo, die al de Ayaan Hirsi Ali van het ontwikkelingsdebat is genoemd. In Nederland zegt de VVD het haar graag na.
Dat is een interessant debat, maar ontwikkelingssamenwerking is niet ‘mijn’ onderwerp. Anderen in onze Club zijn beroepsmatig dagelijks met de wereldproblemen in de weer. Zij hadden het WRR-rapport dan ook met de marker in de aanslag gelezen. Ik niet dus. Ik heb het niet zo op het buitenland. Nederland is voor mij al groot genoeg. Daarom dacht ik deze clubavond vooral een beetje achterover leunend en luisterend naar de intelligente opmerkingen van anderen door te brengen. Zo gaat dat in onze Club, soms is het echt jouw ‘thema’, de volgende keer is het meer dat van anderen. Maar het is altijd interessant: je steekt er elke keer weer wat van op.

33 donoren per land
Dus luisterde ik aandachtig naar een van onze Clubleden. Nauw betrokken bij het opstellen van het rapport vertelde hij waarom het niet mogelijk is om zinvolle uitspraken te doen over de betekenis van ontwikkelingshulp op basis van algemene oordelen over de ontwikkeling van hele continenten in de loop van de afgelopen zestig jaar. Hulp, zo leert onderzoek, kan hooguit een katalysator zijn voor ontwikkeling, en dan nog alleen onder specifieke voorwaarden, zoals een goed bestuur, goede infrastructuur, geen natuurrampen, etcetera. Die voorwaarden zijn meestal maar zeer ten dele vervuld.
Ontwikkelingshulp is de laatste decennia in Nederland vooral vormgeven door iets te doen aan gezondheidszorg en onderwijs, driekwart van het Nederlandse ontwikkelingsbudget gaat daar naartoe, en nog geen kwart aan infrastructuur, landbouw en economische bedrijvigheid. De WRR is daar zeer kritisch over. Het bieden van sociale zorg mag vanuit humanitair oogpunt belangrijk zijn, maar het leidt niet automatisch tot de structurele veranderingen die landen en volkeren ook echt zelfredzaam maken. Dat is eigenlijk ook wat we de afgelopen kwart eeuw in Afrika hebben gezien, wat dat betreft heeft Dambisa Moyo (zie foto) een punt. En wat in deze toestand zeker niet helpt is dat de hulp enorm versplinterd is: een doorsnee ontwikkelingsland heeft te maken met 33 donoren.
Toen ik over die 33 donoren per land hoorde, dacht ik ineens: dit gaat niet alleen over Afrika-ontwikkelingshulp, dit gaat ook over Nederland. Dit gaat ook over hoe wij hier multiprobleem gezinnen aanpakken, hoe wij met tientallen instanties en financieringsstromen ons over de kwetsbaren aan de onderkant van de samenleving buigen. Dit gaat ook over ontwikkelingshulp in eigen land.
Want, zegt de WRR we doen te veel projecten, die zelden gebaseerd zijn op een grondige analyse van wat er precies in het land aan de hand is. Inderdaad, dacht ik, dat is onze projectencarrousel.
Ergerniswekkend is, aldus de WRR, het amateurisme waarmee we ontwikkelingsrelaties vormgeven door alsmaar roulerend ambassadepersoneel, dat om de drie jaar vervangen wordt. Er is sprake van functieroulatie in plaats van de organisatie van duurzame deskundigheid. Verdomd, dat lijkt als twee druppels water op de ‘georganiseerde discontinuďteit’ die je zowel in hulpverleningsland als in de ambtelijke sturing in ons land overal aantreft. In professioneel welzijn- en zorgland zit vrijwel nooit iemand langer dan twee jaar op zijn plek. De roulatiesnelheid is in achterstandland nog groter dan op de ambassades in Afrika.
Nog een parallel: Nederland heeft op dit moment een heel magere kennisinfrastructuur op het terrein van ontwikkelingshulp, zegt de WRR, het lerend vermogen is gering. Dat had – met alle respect voor alles wat in de Utrechtse contreien te vinden is – ook zo opgeschreven kunnen worden voor de welzijnssector in Nederland.
Wat in de ontwikkelingshulp ontbreekt, zo dendert de WRR verder, is de ontwikkeling van een verantwoordingskader dat past bij de doelen die gesteld worden en waarin ook het oordeel van de verschillende lokale betrokkenen helder naar voren komt. Ongelooflijk, dat is precies waarnaar het welzijnsbeleid in Nederland nu al jaren wanhopig aan het zoeken is.

NLaid en wijkcoaches
Ik zat inmiddels op het puntje van mijn stoel. Ineens realiseerde ik mij dat als de overeenkomsten tussen onze hulp in Afrika en onze aanpak van achterstandsgroepen en probleembuurten zo groot zijn, dat dan ook de door de WRR voorgestelde oplossingen voor de aanpak van ontwikkelingshulp in Afrika in ons eigen land ook wel eens hout zouden kunnen snijden.
En warempel, ook dat viel niet tegen. De WRR zegt over ontwikkelingssamenwerking: hou op met die honderd landen en al die projecten en donoren, die met de beste bedoelingen langs elkaar heen werken. Concentreer je op een beperkt aantal (tien, stelt de WRR voor) landen, waar je sterk aanwezig kunt zijn. Zet daar een duurzame organisatie op, NLaid geheten, met de beste deskundigen die daar zaken gaat aanpakken waar we goed in zijn en waarin ons land wat te bieden heeft (landbouw, opbouw rechtsstaat, bestrijding hiv/aids, versterking civil society). Verbindt die programma’s met bedrijven, burgers en ngo’s en mobiliseer zo vanuit een krachtige regie, samen met het betreffende ontwikkelingsland, een perspectief voor een land om op basis van eigen inzichten en krachten vooruitgang te boeken.
Misschien vat ik het een beetje te veel met mijn eigen bril samen (het WRR-rapport haalt er ook allerlei dingen bij die ik voor het gemak maar even oversla). Maar ik zag door dit verhaal ineens de Enschedese wijkcoaches voor me, die ik op 15 februari had zien schitteren in het stadion van FC Twente, waar door de gemeente Enschede een conferentie was belegd over hun werkwijze die maar liefst door zo’n 350 mensen uit alle hoeken van het land werd bezocht (zie foto rechts). De wijkcoaches zijn als een soort NLaid neergestreken in de Enschedese Vogelaarwijk Velve Lindehof. Ze hebben daar alle twintig hulpverleningsinstanties (vgl. de 33 donoren) opzij geduwd en met ieders instemming de touwtjes in handen genomen. Ze zijn in overleg met bewoners dingen gaan doen waar ze goed in zijn: orde scheppen, verbindingen maken, hulptroepen mobiliseren, mensen op hun eigen vermogens en verantwoordelijkheid aanspreken. En, zo bleek op 15 februari, de eerste resultaten wijzen erop dat dat werkt.
Ik had het niet eerder zo bedacht. Maar wat wij in met de beste bedoelingen en hoge verwachtingen in achterstandswijken doen, doen we in feite nu ook al decennia in ontwikkelingslanden. Het is hetzelfde laken een pak. Welzijnswerkers en ontwikkelingswerkers zijn welbeschouwd uit hetzelfde hout gesneden. We willen in Afrika en in de Afrikanerwijk met zijn allen zo veel mogelijk onze eigen dingen doen en niemand is eigenlijk verantwoordelijk voor de optelsom van deze inspanningen. Door die aanpak trekt de WRR nu een dikke streep voor wat betreft de ontwikkelingssamenwerking. Misschien moet de WRR ook zo’n rapport schrijven over de aanpak van achterstandswijken. Met deze monumentale voorstudie is dat zo gepiept. En met de titel is niks mis: Minder pretentie, meer ambitie - deel II.

Deze column verschijnt in het maart-nummer van TSS – Tijdschrift voor sociale vraagstukken in de rubriek: ‘Waar is Jos van der Lans?’.