januari 2005
|
jan 28
|
Jos Watergraafsmeer een maatje te groot
JosWatergraafsmeer was vandaag onze tegenstander. Een oude bekende, want
we hebben deze jongens in de najaarscompetitie ook al getroffen. De
eerste wedstrijd wonnen we nog van ze, maar de tweede wedstrijd waren we
kansloos. Vandaag wisten we de wedstrijd tot de rust in evenwicht te
houden. Er waren kansen over en weer, zij het dat JosWatergraafsmeer iets
sterker was. De tweede helft brak ons vervolgens op. De spits van JosW.
liep al snel dwars door onze verdediging heen en hoewel Spaakwielen de
bal tot twee keer toe wist te pareren, rolde hij tenslotte akelig
langzaam over de doellijn. Daarmee was de wedstrijd gelopen, binnen een
kwartier stond het 0-3. Door opzwepend gebrul vanaf de zijlijn wist het
publieke onze jongens nog op te zwepen tot 1-3 (doelpunt Leis, na goed
doorzetten van Jelle), maar het dieptepunt van de wedstrijd was dat een
lullig geschoten corner ongehinderd en rechtstreeks ons doel in rolde.
Iedereen stond er bij en keek er naar. Kortom, Jos Watergraafsmeer is ons
een maatje te groot: 1-4. |
|
jan 25
|
IJzeren Rijn (3): EK stelt lastige vragen
De commissie Verkeer & Waterstaat, waarvan ik voorzitter ben, is weer een
stapje verder gekomen in de behandeling van het wetsontwerp met
betrekking tot de IJzeren Rijn (zie dit weblog, 17 januari en 21
januari). De vraag die vorige week bij de commissie aan de orde kwam, was
of het mogelijk is om “prejudicieel” aan het Internationale Gerechtshof
(ICJ) de vraag voor te leggen of de twee verdragen van 1839 en 1843 nog
voldoende grond bieden om de Belgische claim van 1) recht van doorgang door Nederland en
2) over een precies omschreven tracé te rechtvaardigen.
Welnu, nader onderzoek heeft opgeleverd dat het ICJ inderdaad rechtsmacht
om geschillen tussen staten te beslissen en ook adviezen kan geven aan
internationale organisaties. Daartoe kunnen staten (dus niet de EK) ook
prejudiciële vragen stellen aan het ICJ (vgl.art.36 lid 2 Statuut ICJ)
over de uitlegging van een verdrag, zoals het IJzeren Rijn verdrag.
België moet dan wel accoord gaan met het voorleggen van de vraag door de
Nederlandse regering. De EK kan de regering vragen om dit alsnog te doen
of aan te geven waarom zij dit niet gedaan heeft.
Het moge duidelijk zijn dat de regering niet blij zal zijn als de Eerste
Kamer daarop zou aandringen. De regering is immers al met België dit
verdrag overeengekomen en heeft daarmee bij België de verwachting gewekt,
dat de verplichtingen, die voortvloeien uit de verdragen van 1839 en 1843
worden erkend. Darop terugkomen is geen goede beurt ten opzichte van de
zuiderburen, maar de Kamer moet zichzelf serieus nemen en zorgvuldigheid
betrachten bij de vraag of de aannames van dit verdrag wel voldoende
onderbouwd zijn.
Daarom vraagt de commissie de regering om antwoord te geven of zij
a. voldoende argumenten kan aandragen op grond waarvan zij tot de
conclusie is gekomen, dat de uit de verdragen van 1839 en 1843
voortvloeiende verplichtingen thans nog onverkort gelden, en, in het
bevestigende geval, welke deze argumenten zijn en tevens hoe de
betreffende verplichtingen thans moeten worden omschreven;
b. heeft overwogen, of zij bij twijfel over de geldigheid van deze
verplichtingen deze vraag aan het ICJ heeft voorgelegd, en, indien zij
dit niet heeft overwogen, of zij bereid is, deze vraag alsnog aan het ICJ
voor te leggen.
Wordt vervolgd als de regering antwoordt.
|
|
jan 22
|
Geuzen rollen Kadoelen op
 |
|
jan 21
|
Morgen in 'Gazet van Antwerpen'
Eerste Kamer wil 'toets' IJzeren Rijn
AMSTERDAM - De Nederlandse Eerste Kamer - de evenknie van onze Senaat -
wil "meer helderheid" over de basisverdragen waarop België en Nederland
zich beroepen om hun dispuut over de IJzeren Rijn voor te leggen aan het
Internationaal Arbitragehof. Alle fracties staan achter die vraag, aldus
voorzitter Jos Van der Lans (GroenLinks) van de commissie Verkeer en
Waterstaat. Wat de Eerste Kamer zal vragen wordt allicht dinsdag
bepaald.
Begin vorig jaar stelden de Belgische en Nederlandse regeringen vast dat
ze de financiële kwesties ivm de IJzeren Rijn niet door onderling overleg
opgelost zouden krijgen. Beide regeringen gingen uiteindelijk akkoord
zich te zullen neerleggen bij een uitspraak van het Internationaal
Arbitragehof. Om die stap te mogen zetten is echter een verdrag nodig dat
de instemming vereist van de parlementen. De Nederlandse Tweede Kamer
deed er maanden over alvorens op 23 november 2004 op het groene knopje te
drukken.
Nu ligt de verdragstekst voor in de Eerste Kamer. En die lijkt nog meer
fundamentele vragen te stellen. Dinsdag raakte bekend dat de commissie
Verkeer en Waterstaat eerst 'prejudiciële vragen' zou willen stellen aan
het Internationaal Gerechtshof over het gewicht dat het Scheidingsverdrag
van 1839 en het 'treinverdrag' van 1873 nog hebben. Zo'n procedure zou
naar verluidt jaren duren.
"Ik heb begrepen dat die procedure wellicht niet kan", stelt voorzitter
Van der Lans. "Maar er is over alle fracties heen veel twijfel. Er zijn
te veel tegenstrijdigheden. Vooral dan over de onomstotelijkheid van het
recht van doorgang (1839) en het tracé (1843). Wij willen dus meer
materiaal verzamelen over dat dispuut en over de samenhang met de
Europese wetgeving. Kortom: wij willen graag een second opinion. Er zijn
nog allerlei manieren denkbaar om die te bekomen. Het is niet de
bedoeling dit jaren te laten aanslepen."
Paul VERBRAEKEN
|
|
jan 18
|
Referendum over Europese Grondwet
 
Vandaag behandelde de Eerste Kamer de initiatiefwet van de Tweede
Kamerleden Farah Karimi (GroenLinks), Nesco Dubbelboer(PvdA) en Boris van
der Ham (D66) die het mogelijk moet maken dat Nederland over het al dan
niet instemmen met het voorstel tot een nieuwe Europese Grondwet een
referendum kan gaan organiseren. Het is weliswaar slechts
een 'raadgevend' referendum, want voor een echt correctief referendum
moet de Grondwet gewijzgigd worden en dat heeft, zoals wij allen weten,
Hans Wiegel in 1999 eigenhandig een stokje voor gestoken. Maar toch...
het wordt voor het eerst dat het Nederlandse volk zich via de stembus in
mei rechtstreeks kan uitspreken over een zeer brlangrijk onderwerp. Dat
is dus een politiek succes van deze drie politici, die in de Eerste Kamer
alleen op verzet stoten van het CDA en de ChristenUnie/SGP. Op de foto
treft u naast de initiatiefnemers ook nog staatssecretaris Nicolai aan
die namens de regering het woord voerde. Boris van der Ham zit links van
Farah Karimi, Nesco Dubbelboer rechts. |
|
jan 17
|
IJzeren Rijn: cadeautje voor onze zuiderburen
Het reces is weer voorbij. Den Haag ontwaakt weer uit haar winterslaap.
Dat de Tweede Kamer drie weken reces houdt is begrijpelijk: dat is een
hondenbaan, dus al die mensen die voor de hele samenleving als
aangeschoten wild fungeren, moet de tijd gegund worden om op adem te
komen. Daar hoor je mij dus niet over. Maar dat de Eerste Kamer ook drie
weken out of function is, is ronduit onbegrijpelijk. Naar verluidt
is dat vanwege de Nieuwjaarsreceptie van de koningin, die altijd de
tweede dinsdag van januari plaats vindt.
Maar goed, morgen begint de kermis weer. Ik heb mij ter voorbereiding
vandaag gebogen over de kwestie IJzeren Rijn. In de Eerste Kamer is het
verdrag aan de orde, waarin Nederland en België overeen komen om een
aantal financiële kwesties met betrekking tot het reactiveren van de
IJzeren Rijn aan een internationaal Arbitragehof voor te leggen.
Eerst maar even de feiten. In 1839 en 1843 zijn België en Nederland
overeengekomen dat er een treinspoor aangelegd mag worden over Nederlands
grondgebied, tussen zeg maar Weert en Roermond. Het precieze tracé van
dit spoor is halverwege de 19e eeuw aangelegd en tot ongeveer 1990
gebruikt. We kennen dat als de IJzeren Rijn: een enkelvoudig spoortje dat
er nog steeds ligt en natuurgebieden en steden doorkruist. België wil dit
traject nu activeren en er een eigen soort Betuwelijn van maken die
Antwerpen moet verbinden met het Ruhrgebied. Daarbij beroepen ze zich op
de rechten die zij in 1839 en 1843 hebben verworven. Nederland heeft die
rechten erkend, maar wel tegen de Belgen gezegd: jullie moeten het
allemaal zelf betalen, inclusief alle noodzakelijke aanpassingen die
nodig zijn om de goederenlijn te laten voldoen aan de Nederlandse milieu-
en geluidsnormen, alsmede de aanpassingen die nodig zijn voor allerhande
Europese richtlijnen. Naar schatting is dat zo’n 450 miljoen euro. Onze
zuiderburen vinden dat we dat zelf moeten betalen. En daar komen beide
landen niet uit, zodat de twee premiers Verhofstadt en Balkenende in juli
2003 hebben besloten deze geldkwestie aan een arbitragehof voor te
leggen. Het verdrag moet dat mogelijk maken.
De domste fout is dat Nederland – naar eigen zeggen om de verhouding met
de zuiderburen niet al te zeer te verstoren, we komen ze immers tegen als
het gaat om de Westerschelde en de HSL – met dit verdrag instemt in het
oude 19e eeuwse tracé. Dat betekent grote overlast in Weert en Roermond
en dwars door een paar beschermde natuurgebieden. Daar voelt niemand in
Limburg ook maar iets voor. België heeft ook een stokje gestoken voor het
bestuderen van alternatieve, en betere trajecten, want dat is gegeven de
verdragen van 1839 en 1843 niet aan de orde. Volgens internationale
rechtsgeleerden slaat deze interpretatie van stokoude verdragen eigenlijk
nergens op: de omstandigheden zijn immers zo veranderd dat het tamelijk
onredelijk is om ze uit de mottenballen te halen. De regering bestrijdt
die interpretatie omwille van de lieve vrede met de Belgen. Maar gaat
daarmee dus klakkeloos akkoord met een beroerd tracé en als het tegenzit
een peperdure rekening om deze goederenspoorlijn van extra voorzieningen
te voorzien zodat hij voldoet aan allerhande wettelijke Nederlandse en
Europese verplichtingen. Reden voor een aantal pittige vragen, die mij
overigens werden ingefluisterd door allerhande actiegroepen die zich in
midden-Limburg terecht woedend maken om deze uiterst dubieuze
besluitvorming die de regering het liefst buiten het parlement had laten
voltrekken.
U kunt de inbreng nalezen onder de knop > Eerste Kamer >
scrollen naar Verkeer & Waterstaat > 2005-01 V&W - Inbreng
IJzeren Rijn.doc


 |
|
jan 6
|
LUX maakt Nijmegen bijzonder
In Nijmegen is het prachtige culturele centrum LUX in
financiele moeilijkheden geraakt. LUX is de opvolger van het oude O42,
aan wiens wieg ik ooit nog heb gestaan. Voldoende reden om een verklaring
te ondertekenen die vijftig min of meer bekende Nederlanders een dezer
dagen in De Gelderlander publiceren en waar het gemeentebestuur wordt
opgeroepen zuinig te zijn op dit unieke centrum. Hieronder een aantal
fragmenten van die verklaring.
De laatste maanden bereiken ons berichten over de financiële problemen
waar het culturele podium LUX mee te kampen heeft. Wethouder en
gemeenteraad staan voor een moeilijke afweging. Heeft Nijmegen, in deze
economisch zware tijden, extra geld over voor het voortbestaan van LUX
zoals zich dat in de afgelopen jaren heeft ontwikkeld? Wij willen met dit
schrijven onderstrepen dat LUX zich in onze ogen in haar relatief korte
geschiedenis ontwikkeld heeft tot een opvallend en interessant fenomeen
dat nergens in Nederland haar gelijke kent.
De combinatie van film, podiumkunsten, debat en horeca in deze omvang is
op zich al uniek in dit land. (…) De sociaal-culturele waarde van LUX
staat ons inziens buiten kijf. 250.000 cultuurbezoekers, een voortdurend,
zeer toegankelijk centrum voor burgers, politici, maatschappelijk
middenveld, kunstenaars, ondernemers. LUX is veel meer dan de
vrijetijdsbesteding van de lokale elite, het is één van de bindende,
opiniërende en inspirerende elementen van stad en regio.(…) . LUX biedt
mensen die cultuurparticipatie niet van jongsaf aan hebben meegkregen de
mogelijkheid kennis te maken met diverse, voor hen nieuwe cultuuruitingen
in een vertrouwde omgeving. Wij herkennen LUX als een typisch onderdeel
van wat Nijmegen bijzonder maakt. Zonder Nijmegen was er geen LUX
geweest. De kleinschaligheid, de ruimte voor subculturen, de
universiteit, de sterke focus op sociaal-culturele kwesties, de
onderlinge tolerantie. LUX is een kind van de waalstad. En die stad
krijgt nu mede karakter door LUX. (…) Het is voor de stad Nijmegen
lonend om daarop zuinig te zijn.
Patricia van Ballegooyen, Hans Onno van den Berg, Arend-Jan
Boekestijn, Margreeth de Boer, Tom ter Bogt, Pierre Bokma, Hans
Boutellier, Michiel Braam, Gabriël van den Brink, Guy Cassiers, Rietje
Compiet, Jos van Eldonk, Cees Geel, Martin van Ginkel, Leon Gommers,
Maria Goos, Bo van de Graaf, Peter Hagoort, Sandra den Hamer, Monique
Hendrickx, Godelieve van Heteren, Malou van Hintum, Ed d’Hondt, Gerard
Huisman, Jan Huysmans, Rob Jaspers, Machiel Karskens, Kees van
Kersbergen, Chris Keulemans, Ellen Kocken, Alex Kuhne, Michael
Lambrechtsen, Jos van der Lans, Pieter Leroy, Richard Lokhorst, Jos de
Mul, Don Olthof, Jan van der Putten, Eddy Terstall, Turgay Tankir, Anneke
Smelik, Sjoerd Soeters, Wim Stolwerk, Andre Stufkens, Jaffe Vink, Frans
Vreede, Alex van Warmerdam, Wim Westerveld, Johan van de Woestijne, Hub
Zwart.
|
|
jan 5
|
Het conservatieve tekort
Dit zijn andere tijden. De gesprekken over maatschappelijke problemen
verlopen anders dan – pakweg – vijf, tien jaar geleden. De toon is niet
alleen verschillend, de posities zijn totaal gewisseld. Tot voor kort
hadden de harde krachten, laten we ze voor het gemak haviken noemen,
voortdurend het nakijken. Ze roerden zich wel, maar ze liepen steevast
stuk op een muur van redelijkheid en nuance, die in Nederland werd
opgetrokken door een goed geschoold leger van zachte krachten , die we
voor hetzelfde gemak aanduiden als duiven. Het gevolg was dat ze zichzelf
begonnen te overschreeuwen. En dan was het snel bekeken. Het
havikengekrijs werd door de duiven weggezet als goedkope, rechtse of
populistische praat en daarmee was de kous af.
Na 11 september, Fortuyn en Van Gogh gaat die vlieger niet meer op. De
haviken zijn in de aanval. Als de duiven uit hun oude registers putten,
worden ze meteen te kijk gezet als zachte heelmeesters en één
wegwerpgebaar is afdoende om ze belachelijk te maken. Sterker: hun
onvermogen is – aldus de zelfverzekerde haviken - de hoofdoorzaak van de
problemen waar onze samenleving mee kampt. In een notedop is dat de
conservatieve omslag die zich in het sociaal-intellectuele klimaat in
Nederland heeft voltrokken. En als je de duiven zo bezig ziet, blijkt dat
ze hun verdediging nog lang niet op orde hebben. Ze zijn een makkelijke
prooi voor de bloeddorstige haviken, die uit elk voorval, incident of
gebeurtenis het bewijs zien van hun gelijk.
Dat kan zo niet langer.
Omdat ik al decennialang een duif ben, is het de hoogste tijd
voor een nader strategisch beraad onder de duiven. We moeten de haviken
intelligenter gaan bestrijden en hun zwakke plekken opzoeken.
Dit zijn de eerste alinea's van mijn column die eind januari in het
Tijdschrift voor de Sociale Sector te lezen zal staan. Wie nieuwsgierig
is kan de tekst nu al ophalen onder de knop journalist >
(rechts) Tijdschrift voor de Sociale Sector, en dan
bovenaan: 2005-02 TSS - Het conservatieve tekort.doc
|
|
jan 1
|
Nieuwjaarswens (2)
 |
|
jan 1
|
Nieuwjaarswens (1)
 |
|