januari 2007
|
jan 31
|
BADT zoekt vrijwilligers

Klik voor de oproep hierboven, voor meer info over BADT hier
|
|
jan 24
|
Eindelijk op bezoek bij VERDIWEL
 Het is vreemd, maar ik heb de afgelopen jaren alle gezelschappen en
directeurenverenigingen in de publieke sector mogen toespreken, maar nog
nooit de directeuren van welzijnsorganisaties, die zich inmiddels zo'n
jaar of tien verengigd hebben onder de naam: Verdiwel (Vereniging
Directeuren Welzijnsbeleid. Terwijl de welzijnssector min of meer mijn
land van herkomst is, daar schrijf ik nu al zo'n 25 jaar over.
Maar vandaag was het eindelijk zover en mocht ik zo'n 30 directeuren
toespreken in Utrecht. Het was geen nieuwe lezing, maar wel leuk om te
doen. Je deelt immers geschiedenissen, en probeert te kijken hoe de
sector de sprong naar de toekomst kan maken. Dat is lastig zat. Het is
nog steeds een sector in de verdrukking, maar het blijft een
werksoort waar we niet zonder kunnen en die meer dan de moeite waard
blijft.
De powerpoint-presentatie van de lezing kan gedownload worden als u hier
klikt. Het is een fors bestand dus het laden kan even duren.
Meer weten over Verdiwel? Kijk op www.verdiwel.nl
canon voor modern sociaal werk
|
|
jan 23
|
Koning Student op de Haagse Hogeschool
Vandaag ontving ik onderstaande mail:
Geachte heer Van der Lans,
Chris Alberts, docent aan de Haagse Hogeschool, en ondergetekende
schrijven regelmatig een column in ons personeelsblad 'Focus'. In het
januarinummer is er een column van Chris aan mij. Hij betrekt daarin uw
boek. Ik heb parallel een column geschreven. Ook over uw boek. Wij
organiseren al enige jaren aan mijn tafel gesprekken met docenten. Dat
betreft onderwerpen uit het onderwijs, maar soms ook boeken. Aldus hebben
we recent boekbesprekingen georganiseerd over ‘De Toekomst van Vrijheid’
van Fareed Zakaria en ‘De Nieuwe Wanorde’ van René Boomkens. We willen uw
boek ook bespreken. Gezien de nabijheid zou ik het zeer op prijs stellen
als u er zelf bij kunt zijn.
Bent u daartoe bereid?
Met vriendelijke groeten,
Pim Breebaart
Voorzitter College van Bestuur
De Haagse Hogeschool
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Geachte heer Breebaart,
Wat een aardige stukjes. Natuurlijk kom ik graag, hoewel de agenda wel
aardig vol loopt. Misschien een keer op een dinsdag dan ben ik toch in
Den Haag en de Eerste Kamer agenda is aardig leeg. Laten we, kortom, snel
een afspraak maken.
Vriendelijke groeten,
Jos van der Lans
= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =
Column 5: Kattebelletje voor Pim
Beste Pim,
Ik zal maar met de deur in huis vallen: ik ben teleurgesteld in je
columns. Je zou boeken gaan bespreken, maar je hebt je niet aan je woord
gehouden. Het was juist zo’n goed idee: voor veel mensen is een boek
lezen een bijzondere gebeurtenis. Wij als columnisten moeten het lezen
toch aanmoedigen? Omdat jij je druk maakt over studenten die zich als
klanten gedragen (Focus no. 3), heb ik een suggestie voor je: Koning
Burger van Jos van der Lans. Hij schrijft niet over het HBO, maar het
boek is toch een feest der herkenning.
Volgens Van der Lans werden burgers vroeger ‘klein gehouden’ door
publieke gezagsdragers als politieagenten, artsen en politici, maar dit
is de laatste decennia omgeslagen. Zelfbeschikking is de nieuwe norm.
Burgers willen niet meer aangesproken worden op hun gedrag, want zij
maken zelf wel uit wat ze doen. Bovendien geven burgers de overheid graag
de schuld van allerlei problemen waar zij zelf een aandeel in hebben. De
parallellen met studenten zijn velerlei: zij vinden dat hun mobieltje
voorrang heeft op een gesprek met hun docent, en vinden dat ze zelf
uitmaken of ze op een afspraak verschijnen. Ook vinden ze dat ze recht
hebben op extra ondersteuning als ze iets niet begrijpen, maar het was
toch slimmer geweest als ze gewoon naar college waren gekomen. Studenten
laten zich hier niet op aanspreken. Waar bemoeit de docent zich mee?
Van der Lans stelt dat publieke gezagsdragers een tegenovergestelde
ontwikkeling doormaken: steeds vaker missen zij elke vorm van
zelfbeschikking. Ze zijn hun natuurlijke gezag kwijt: ze worden een soort
adviseurs die hopen dat de burger naar hen luistert. Ze hebben geen tijd
meer voor hun professionele handwerk, omdat ze in toenemende mate worden
opgeslokt door de bureaucratische verplichtingen van (gefuseerde) mega-
instellingen, waar managers de dienst uitmaken en de menselijke maat
ontbreekt. De gelijkenis met docenten is treffend: docenten kunnen geen
eigen regels stellen of zelf de inhoud van vakken bepalen, want er zijn
altijd teamleiders die komen vertellen dat de docent fout zit. De docent
moet werken met reglementen waarover hij geen zeggenschap heeft, die niet
aansluiten bij zijn werk en onnodig veel tijd opslokken. Dat gaat
natuurlijk - net als al die coördinatietaken - ten koste van het
lesgeven.
Weet je waarom ik dit boek zo interessant vind, Pim? Iedereen praat
altijd over deze problemen. Het is allemaal allang bekend, en toch heb ik
in anderhalf jaar nog nooit een voorstel gezien om zaken als ongewenst
gedrag, bureaucratisering en een overschot aan management aan te pakken.
Ik zie eerder het tegenovergestelde. Ik kijk dus uit naar je
boekbespreking.
Hartelijke groet, Chris
Beste Chris,
Dank voor het boek ‘Koning Burger’ van Jos van der Lans. Ik heb het in
één adem uitgelezen. Het is goed geschreven en makkelijk leesbaar. Het
graaft dieper dan Vrij Nederland of de NRC. Het ontwart enige knopen uit
ons dagelijks leven en werk. En het is beslist een aanrader voor iedereen
die een goed boek wil lezen over onze tijd, over de terugtredende
overheid, over de burger met een kort lontje en over een teveel aan
management. De ondertitel is “Nederland als zelfbedieningszaak”. En dat
geeft zijn analyse goed weer. Zijn analyse over het statusverlies van de
professional en de toename van bureaucratie en management zet aan het
denken.
Van der Lans gebruikt veel voorbeelden uit de politiek, jeugdzorg en
journalistiek. Jammer dat hij het onderwijs niet gebruikt als voorbeeld.
Hij neemt waar en kritiseert. Hij laakt de politici die hun hoofd buigen
voor de toorn van burgers. Hij beschrijft de burgers die zelf in alles
willen kiezen zonder de consequenties te willen overzien. Burgers die
willen kiezen zonder rekening te houden met de gemeenschap of andere
burgers. De ontevreden burger. De burger die soms weer heel veel eist van
de overheid na een vuurwerkramp en die op het volgende moment elk
formulier als overbodige inmenging in zijn privacy beschouwt. En een
(semi-) overheid, waarin steeds meer management aanwezig is ten koste van
de directe contacten met de patiënt, wijkbewoner of burger. Ik probeerde
de link te leggen met ons onderwijs.
Het is interessant om de relatie tussen de student en de docent te
beschrijven met behulp van de analyse van Jos van der Lans. Is de student
koning? En is de docent zijn dienaar? Ik heb al eerder gefulmineerd tegen
de opvatting dat de student klant zou zijn. Koningklant, ik vind het een
zeer onaantrekkelijk idee. Het ontkent de docent als professional. Maar
ergo, het is ook een enorme misvatting over de pedagogische opdracht die
de oudere generatie heeft ten opzichte van de jongere generatie.
Ik stel je een ronde-tafelgesprek over Koning Burger voor. Dan gaan we
even goed voor zitten. Maar eerst nog een advies à la Chris. Jij krijgt
van mij het boek ‘The Intellectual’ van Steve Fuller. Het beschrijft de
noodzaak voor iedere samenleving om intellectuelen te hebben. Dat zijn
hoog opgeleide professionals die de common sense regelmatig tarten met
vragen, ongewenste vragen. Ik zie wel veel intelligentsia in onze
samenleving, maar te weinig intellectuelen. Ik kijk dus uit naar je
boekbespreking.
Hartelijke groet,
Pim Breebaart
|
|
jan 20
|
EK-kandidaten in senaat in discussie
In de Eerste Kamer organiseerde de GroenLinks-fractie vanmiddag haar
jaarlijkse open dag. Leden van GroenLinks en andere belangstellenden
worden dan in de gelegenheid gesteld om kennis te nemen van de
bijzonderheden van de binnenkant en de buitenkant van het Eerste
Kamergebouw , dat immers dateert van het midden van de zeventiende eeuw
(1655) en sindsdien een hele geschiedenis heeft gekend, waarvan de sporen
in het gebouw terug te vinden zijn. De vergaderzaal wordt niet onder
reden de mooiste vergaderzaal van het land genoemd, en het is altijd een
hele ervaring om er in te zitten en om je heen te kijken.
Vanmiddag was het extra leuk, omdat we naast de gebruikelijke
rondleiding de bezoekers ook in de gelegenheid hebben gesteld om kennis
te maken met de opvattingen van de GroenLinks-kandidaten voor de nieuw
te kiezen Eerste Kamer. Zoals bekend wordt deze eind mei gekozen door de
nieuwe provinciale staten, waarvoor we begin maart naar de stembus mogen.
Ikzelf kom, samen met collega Diana de Wolff in ieder geval niet terug
(we hebben ons niet voor een derde termijn verkiesbaar gesteld, maar er
zijn een flink aantal gegadigden en het wordt op het congres van 3
februari nog een spannend agendapunt te worden. Het congres kan kiezen
uit mensen als Tof Thissen, Yolan Koster, Arie van der Brand, Goos
Minderman, Britta Böhler, Tineke Strik, Herman Meijer, Jan Laurier,
Christa Vonkeman en Floris Tas. Je zou ze allemaal een plek in de Kamer
gunnen, maar als GroenLinks dezelfde uitslag maakt als op 22 november
j.l., dan kunnen er maar vier á vijf van hen de Kamer in.
Vrijdagmiddag gingen ze met elkaar in debat, en eigenlijk was het
opmerkelijkste dat alle kandidaten meende dat er nog eens goed over de
koers van GroenLinks gesproken moest worden. Is Femke met haar
vrijzinnigheidsagenda niet te ver voor de troepen uitgelopen? Heeft de
politieke leiding de mensen op de werkvloeren van Nederland niet te veel
van zich vervreemd? Zijn er geen valser tegenstellingengeschapen tussen
oud en jong, insiders en outsiders? De EK-kandidaten zijn er behoorlijk
voer verdeeld, maar allen maken zich op om daarover in de partij het
debat te gaan voeren.
Voor het eerst traden ook de twee kandidaten voor het
lijsstrekkerschap Yolan Koster (op de foto in het midden) en Tof Thissen
(foto rechts) met elkaar in debat. Debat? Nu ja, erg oneens waren de twee
het niet. Yolan, als vice-voorzitter van de Raad voor Maatschappelijke
Ontwikkeling, en Tof, als voorzitter van DIVOSA, zijn beide
verzorgingsstaathervormers van beroep. Ze staan vierkant achter de omslag
die ook in het GroenLinks-denken is gemaakt om de paradox van de
verzorgingsstaat te overwinnen, namelijk dat we af moeten van de
afhankelijkheden van zorgarrangementen en deze moeten vervangen voor
participatie- en emancipatiemogelijkheden.
Enfin, het congres beslist dus op 3 februari. De komst van Yolan
Koster, zwaar gehandicapt wordt in de Kamer overigens met enige zorg
tegemoet gezien, want het 17e eeuwse gebouw is bepaald niet ingericht op
een dynamische rolstoelganger. Dus Yolan kan al meteen een mooi
resultaatje boeken, en een record vestigen: de eerste senator op wielen.
|
|
jan 16
|
WRR-SER-conferentie over verbinden en verheffen
De Eerste Kamer is drooggevallen. Na de verkiezingen zijn alle
spannende onderwerpen in de ijskast gezet door ze controversieel te
verklaren, en nu het reces voorbij is prijken er louter lege agenda op de
planningslijst. Het wachten is op een nieuw kabinet, dat er eerst moet
komen, vervolgens moet gaan werken, dan de Raad van State om advies moet
vragen, vervolgens langs de Tweede Kamer moet om tot slot bij de Eerste
Kamer te belanden. Voor het zover is zijn we minstens een half jaar
verder, en ben ik uit de Kamer verdwenen.
Ikzelf moet nog een paar aardige, niet-controversiële, wetten
doen, zoals de wet modernisering waterschap, de grondexploitatiewet en de
luchtkwaliteitswet. Die laatste vonden wij (GroenLinks) wel
controversieel, maar daarin waren we de enige. Dus daar gaan we de komende
maanden nog mee aan de slag. Dat is op zichzelf nog een redelijke klus,
maar er zijn EK-collega’s die de komende maanden nog louter duimen
draaien.
Vandaag was de eerste vergaderdag na het reces, en op de agenda
prijkte alleen de installatie van een nieuw kamerlid. Vandaar dat collega
Thissen en ik de gelegenheid aangrepen om het WRR-SER symposium te
bezoeken over de toekomst van de Nederlandse verzorgingsstaat. Met als
titel: Naar een nieuwe sociale investeringsagenda. De aanleiding was dat
zowel de WRR als de SER met een rapport/advies waren gekomen, waarin zij
pleiten voor een omslag van de oude verzorgingsstaat naar een nieuwe
participatiesamenleving. Of, in termen van de WRR: tot nu toe ging het
vooral om ‘verzorgen en verzekeren’, in de nieuwe verzorgingsstaat moet
het vooral gaan om ‘verbinden en verheffen’.
Het aardige van dit symposium was vooral gelegen in het tijdstip.
Een paar kilometer verderop vergaderde immers de informateur met de
partijleiders van CDA, PvdA en ChristenUnie over een nieuw kabinet, en
dat is, zo weten wij, driftig op zoek naar een nieuw motto. Het is verre
van denkbeeldig dat de SER- en WRR-boodschappen gaan doorklinken in dat
motto. Dan gaat het dus om woorden als: participatie, verbinden en
vertrouwen. Met een beetje goede wil kan je daar ook partijen aan
verbinden, de PvdA met participatie, de ChristenUnie met verbinden, het
CDA met vertrouwen.
De opkomst was groot, toutes sociaal Nederland was er,
maar de inhoud viel uiteindelijk tegen. SER-voorzitter Rinooy Kan deed
het voorkomen alsof de omslag in het denken van verzorgen naar
participatie een reuzewending was, waar niemand meer tegen is, maar hij
vergat te vermelden dat we inmiddels al zo’n tien jaar met de omslag
bezig zijn en dat er dus eigenlijk weinig nieuws onder de zon is. Maar
goed, hij komt eigenlijk ook pas net kijken in polderland.
Het interessantste waren nog de grafieken die Peter van Lieshout (foto links),
de hoofdauteur van het WRR-rapport De verzorgingsstaat herwogen,
liet zien. Als je de cijfers sinds 1985 op een rijtje zet, kan je zien
dat de beroepsbevolking met een miljoen mensen gestegen is, maar dat
tegelijkertijd het kwantum mensen met een uitkeringen mensen die
arbeidsongeschikt of ziek zijn al twintig jaar hetzelfde is. Percentueel
(op de beroepsbevolking) wordt het wel minder, maar niet qua aantal, dat
blijft alle hervormingen ten spijt gelijk. Zeer verhelderend was zijn
grafiek met betrekking tot de publieke uitgaven. Sinds 1993 heeft zich in
Nederland een relatieve daling qua collectieve uitgaven (geld dat naar de
publieke sector gaat) ingezet. Stond Nederland toen in de kopgroep van
Europa (na de Scandinavische landen), nu zakken we onder de middenmoot en
zijn we percentueel gelijk gekomen met Groot Brittannië. Op zichzelf geen
ramp, maar deze terugval vertaalt zich vooral in een terugval in uitgaven
voor het onderwijs en de zorg, waarin Nederland inmiddels is terggevallen
tot zuideuropese standaarden. Precies op die punten zie je ook dat in dit
land de schoen is gaan wringen.
Dit alles overziend komt Van Lieshout tot de conclusie dat we in
Nederland op een aantal terreinen goed presteren (arbeidsmarkt, sociale
zekerheid), maar op een aantal anderen echt onder maat zijn: onderwijs en
kinderopvang. Het laatste decennium hebben we willens en wetens afgezien
van het investeren in kinderen. Kinderopvang, vroegtijdig leren, kinderen
bij de les brengen, het is allemaal onder de Europese maat. En dat is
natuurlijk tragisch, want wie niet in zijn toekomstige generaties
investeert, kan het op termijn wel schudden.
Dat zijn ‘prestaties’die interessant genoeg zijn voor een
serieuze discussie over een toekomstagenda, maar daar kwam het helaas
niet meer van. Bij het verstrijken van de middag verzandde het symposium
in weinig interessant gewauwel, of, nauwkeuriger uitgedrukt, misschien op
zichzelf nog wel interessante betogen, maar tot veel verder dan goede
beleidsvoornemens kwam het toch niet.
Misschien doe ik daar de bijdrage van Hans de Boer (foto rechts), voormalig MKB-
topman, en nu sinds jaar en dag voorzitter van de Taskforce
jeugdwerkloosheid, te kort, omdat hij een heel interessant probleem
aanstipte, dat helaas niet werd opgepikt. Hij hekelde de ‘Hollandse
ziekte’ van beleidspraat, van begrippen verzinnen en dan doctorandussen
daar eindeloos over laten reflecteren. Hij zou de begrippen graag
verbonden willen zien met actie, en hij constateerde dat die stap vaak
niet ‘bedacht’ wordt. Dat is natuurlijk het impliciete verwijt aan de
sociale investeringsagenda van de WRR en de SER: is er ook personeel dat
in staat en gemotiveerd is om deze uit te voeren? Professionals die
verbindingen weten te leggen, die stageplaatsen regelen, die kunnen
stimuleren en verheffen? Nee, dus.
Maar goed, dat interessante thema werd verder niet uitgewerkt,
zoals wel meer, zodat de middag ondanks een soort peptalk van Ben
Verwaaijen, auteur van het flinterdunne VVD-programma en topman van
British Telecom, over moeten, kunnen, willen (een praatje dat hij over
elk onderwerp, bij elk publiek kan afsteken) een beetje als een
nachtkaars uitfladderde. Het is de vraag of de waarnemers van de partijen
die nu de regering gaan vormen er zoveel elan aan hebben ontleend.
Misschien kunnen ze beter alleen de rapporten lezen, die zijn in hun
uitvoerigheid al interessant genoeg.
|
|
jan 1
|
 |
|
jan 1
|
Kijkcijfers 2006: bijna dertigduizend bezoekers!
Hoewel deze website pas twee-en-een-half jaar bestaat is het inmiddels
een gewoonte geworden om de bezoeker begin januari op de hoogte te
brengen van wat ik altijd maar even de kijkcijfers noem. Dat is uiteraard
voor mezelf interessant, maar misschien ook wel voor de bezoekers. Zijn
zij de enigen of maken ze deel uit van een gezelschap en hoe groot is dat
gezelschap dan?
Welnu, op 31 december 2006 bleef de teller steken op 28.274 bezoekers.
Dat is bijna twee keer zo veel als in 2005 toen er net geen 15.000
bezoekers geregistreerd werden. Bij deze aantallen wordt elk bezoek
meegeteld. Per maand wordt echter ook het aantal unieke bezoekers geteld,
waarbij dubbeltellingen dus zijn uitgesloten. Volgens deze maandtelling
heeft www.josvdlans.nl in 2006 20.518 unieke bezoekers getrokken, wat ten
opzichte van de 9769 bezoekers van 2005 meer dan een verdubbeling is.
De conclusie is dat 2006 een gestage groei van het aantal bezoekers te
zien geeft. Per maand loopt het aantal bezoekers op van ruim 1500 in
januari naar meer dan 3000 in de maand november. Als je de jaargrafiek
(zie hieronder) bestudeert zie je dat elk jaar een vergelijkbaar verloop
kent. Kennelijk zijn de maanden april en november topsurfmaanden die elk
jaar opnieuw een piek laten zien, waarna er een lichte daling optreedt.
Dat stemt overeen met het gevoel dat deze maanden ook altijd de drukste
maanden van het jaar zijn, het maatschappelijk-politieke leven draait in
deze maanden op volle toeren.

Wie de kijkcijfers bestudeert, ziet dat er een aantal mijlpalen te
noteren vielen. Het aantal bezoekers per dag kwam op 3 april 2006 voor
het eerst boven de honderd uit: 129. Ongetwijfeld had dat te maken met
het feit dat de Partijraad van GroenLinks op 1 april een onverwachte
beslissing nam inzake de kwestie Sam Pormes en menig GroenLinkser wel
eens wilde weten wat de Eerste-Kamerfractie daarvan dacht.

In de maand oktober kwam het maandgemiddelde voor wat betreft het aantal
bezoekers per dag voor het eerst boven de honderd: 107. Die doorbraak had
te maken met extreem hoge dagscores in het weekend van 28 en 29 oktober:
297 op zaterdag en 225 op zondag. Daar valt verder geen verklaring voor
te geven. De dagen die daaraan vooraf gingen gebeurde er weinig, dus het
kan niet anders zijn dan dat er ergens op het net of in het land naar
mijn site is verwezen.
Een andere hoge dagscore trof ik aan op 17 december: 257. De verklaring
daarvoor is eenvoudig: die dag trad ik op in Buitenhof over de snelheid
waarmee GroenLinks was afgehaakt bij de besprekingen voor een nieuw
kabinet. Kennelijk gaan mensen na zo’n uitzending op het internet zoeken.
Kortom: het wordt steeds drukker op deze site. Dat maakt het werken er
aan, wat gemiddeld toch al snel een half uurtje per dag kost, er wel zo
leuker op. Ben benieuwd of deze groei, die voor een deel een soort
autonome internetgroei is (hoe vaker aan de site wordt gewerkt, hoe
omvangrijker hij wordt, hoe groter de prioriteit die hij krijgt in
zoekmachines, hoe groter de kans dat hij gevonden wordt), in 2007 doorzet.
|
|
jan 1
|
Ga snel op bezoek bij:
www.eropaf.org
CDA-GroenLinks-
wethoudersmanifest: nog steeds actueel
canon voor modern sociaal werk
Koning Burger
|
|