|
Via dit weblog wil ik u op de hoogte houden van columns die ik schrijf, van gebeurtenissen waar ik bij ben geweest, van zaken die mij opvallen, van meningen die in mij opwellen, of van andere persoonlijke wetenswaardigheden. Het kan van alles wat zijn en het is ook sterk afhankelijk van hoe druk ik het heb. Reageert u vooral, ik zorg ervoor dat het geplaatst wordt, mits het natuurlijk wel ergens op slaat.
Een waarschuwing: in de loop der jaren kunnen links gewijzigd zijn waardoor ze niet allemaal meer werken. Dat geldt ook voor teksten van artikelen die u via het weblog via een link van deze website zou kunnen halen. Wegens een conversie van word-documenten naar pdf-documenten werken dergelijke interne links in weblogberichten voor mei 2009 niet meer perfect. In dat geval kunt u de artikelen beter ophalen via de knoppen 'journalist/publicist' --> 'artikelen' of anders via de speciale knoppen van het betreffende tijdschrift waarin het werd geschreven.
Als u wilt reageren kunt u mij een e-mail sturen via info@josvdlans.nl
| |
oktober 2005
|
okt 30
|
Presentatie van mijn nieuwste boek: KONING BURGER
UITNODIGING
Op 7 november presenteer ik in de Eerste Kamer mijn boek Koning
Burger – Nederland als zelfbedieningszaak , dat die dag
verschijnt bij uitgeverij Augustus. In dit boek probeer ik me te verstaan
met het nieuwe Nederland, zoals zich dat de laatste jaren aan ons
voordoet. Het boek valt in drie delen uiteen. De eerste hoofdstukken
gaan over de publieke emancipatie van burgers (deel I: Koning Burger...),
dan volgen vier hoofdstukken over de exodus van professionals uit de
frontlinies van de samenleving (deel II: en zijn professionele
onderdanen…) en het boek eindigt met een pleidooi om de publieke sfeer te
herontwikkelen (deel III: op zoek naar publiek leiderschap). Zo
opgeschreven klinkt dat tamelijk abstract, maar wees gerust: het boek
brengt de hedendaagse politieke cultuur heel concreet en gelardeerd met
vele persoonlijke anekdotes in beeld.
Op 7 november overhandig ik in de Eerste Kamer het eerste exemplaar van
het boek aan staatssecretaris Mark Rutte. Het laatste hoofdstuk uit het
boek heet namelijk ‘Waarom Mark Rutte deugt’ en heeft als vertelstructuur
een werkbezoek dat ik ooit samen met hem in Hoorn heb afgelegd.
Daarna vindt er onder leiding van Peter van Lieshout (WRR) over het
boek een gesprek plaats met Mark Rutte, Joost Divendal (hoofdredacteur
van de Journalist), Marjolijn Februari (elke zaterdag te bewonderen in
het Volkskrant-katern Het Betoog) en ondergetekende. De presentatie
begint om 15.30 uur.
Wie deze presentatie wil bijwonen, kan zich op geven bij uitgeverij
Augustus. Stuur een email naar:
uitgeverij Augustus .
Gegevens:
Bijeenkomst: Presentatie Koning Burger – Nederland als
zelfbedieningszaak
Datum: 7 november 2005
Aanvang: 15.30 – 16.45 uur (na afloop borrel in de Noen-zaal)
Zie voor meer informatie: BOEKENPAGINA
|
|
okt 25
|
Interviewtje Linker
In het komende nummer van Linker, het Amsterdamse GroenLinks-ledenblad,
worden verschillende mensen gevraagd commentaar te geven op het concept-
verkiezingsprogramma van GroenLinks in Amsterdam. Waaronder ik. Redacteur
Heleen de Jonge van Ellemeet tekende de volgende opmerkingen uit
mijn mond op. Binnenkort te lezen in Linker, nu al in dit weblog.
Het verkiezingsprogramma is volgens publicist en GroenLinks Eerste
Kamerlid Jos van der Lans “het moeilijkste genre in de politiek.” En Van
der Lans kan het weten, want hij schreef mee aan het verkiezingsprogramma
voor de landelijke verkiezingen in 2002.
Amsterdam is het aardig gelukt. Van der Lans is in het bijzonder te
spreken over het hoofdstuk 3 ‘Milieu en verkeer’. Hij noemt het “goed
doordacht.” Met voorstellen als een fikse verhoging van de parkeergelden
laat GroenLinks zien dat het hoog durft in te zetten en stringente
consequenties verbindt aan de zorg om het verslechterend milieu in de
stad. In hoofdstuk 3 staat bovendien de zin van het programma: “Een
ongeluk zit in een klein hoekje, als je fiets niet gejat is.” Minder
enthousiast is Van der Lans over het “prachtige maar volkomen ondenkbare”
voorstel om fietsbruggen over het Y te bouwen. Afgezien van de vele
miljoenen die het zou kosten, vraagt de senator zich af welke fietser het
ziet zitten om een helling van de 1e categorie te nemen en het water over
te steken op zo’n 50 meter hoogte met rukwinden van alle kanten en onder
zich de enorme cruiseschepen.
Ook op het gebied van wonen en ruimtelijke ordening toont GroenLinks
ambitie. Van der Lans is voorstander van het plan om bedrijven als
Cargill plaats te laten maken voor hoognodige woningen. Zo kan Amsterdam
groeien zonder dat dat ten koste gaat van de groene gebieden rond de
stad. Bovendien is dit een voorstel waarmee GroenLinks zich van andere
partijen kan onderscheiden op het gebied van (sociale) huisvesting.
Er zijn echter ook punten waarop het programma volgens Van der Lans
tekortschiet. Zo vindt hij het “een belangrijke misser dat het woord
Islam in het hele programma niet voorkomt.” Als iedereen het daar over
heeft, dan schiet GroenLinks met te grote voorzichtigheid zijn doel
voorbij. Dit verkiezingsprogramma zet in op een modern, dynamisch en
emanciperend Amsterdam en juist daarom moet het de problemen die daarbij
spelen ook benoemen, aldus Van der Lans. Je moet constateren dat er
Islamitische groepen in Amsterdam zijn die vanuit hun conservatieve
levenshouding dit ideaal de rug toekeren. Om ook die groepen bij het
debat te betrekken, moet je weten hoe zij in het leven staan. Je kunt dus
het belang van culturele en religieuze verschillen en spanningen in de
stad onderkennen zonder in een generaliserend of rechts vertoog te
vervallen. Maar, “door dit probleem weg te redeneren” laat je de kans
lopen om rechts van repliek te dienen. Daarnaast is het “een afgekloven
cliché” dat het gebrek aan emancipatie en participatie van bepaalde
groepen geheel te wijten is aan sociaal-economische ongelijkheid.
Bovendien, merkt Van der Lans op, zou die analyse moeten leiden tot een
veel stevigere inzet op economie en werkgelegenheid dan dit
verkiezingsprogramma te bieden heeft…
Meer in het algemeen mist Van der Lans in het programma de frisse kijk en
vernieuwende, creatieve ideeën die kenmerkend zijn voor GroenLinks. Maar,
zegt hij vergoelijkend, dit valt de auteurs nauwelijks te verwijten.
Originele oplossingen voor ingewikkelde maatschappelijke problemen, zoals
scheefwonen en segregatie in het onderwijs, gedijen nu eenmaal beter in
discussies onder vrienden en het genot van een fles goede wijn.
|
|
okt 25
|
NIVON Huis De kleine Rug in Dordrecht
Dinsdag, woensdag en donderdag hebben we ene midweekse
herfstvakantie gehouden in het NIVON-huis De Kleine Rug (zie foto
rechts) in Dordrecht. Je kunt het huis alleen bereiken met een bootje. De
schipper moet je of komen ophalen of weer aan het vaste land afzetten.
Dat maakt het huis bijzonder, maar ook wel een beetje lastig. Je zit er
wel een beetje opgesloten. Maar voor een paar dagen is dat niet zo erg.
Het huis zelf is zeer aangenaam: niet te groot, goed gepoutilleerd en -
tijdens ons verblijf - niet te druk.
Maar de omgeving is geweldig. de Biesbosch ligt op steenworp
afstand. Woensdag begon het weer bijna zomerse vormen aan te nemen en
hebben we dwars door de Biesbosch gekanood, wat een bijna buitenlandse
ervaring is. Slingerende waterarmen langs dichtbegroeide oevers. Het is
dat je het autoverkeer in de verte hoorde razen, anders waande je je in
een Zuidamerikaans junglegebied. Hoewel...daar heerst het eeuwige groen,
en hier had de herfst de bomen al in haar greep. Wat ook een prachtig gezicht is.
|
|
okt 23
|
Nieuwsbrief van:
NR 5 - WWW.EENANDERNEDERLAND.NL - OKTOBER 2005
Citaat van de maand:
“Ik vind het veel spannender wat gebeurt in linkse kring. Er zijn
handreikingen gedaan van de kant van SP en GroenLinks aan de PvdA. Dát is
een interessante discussie!”
Jan-Peter Balkenende in NOVA van 11 oktober 2005 op de vraag of CDA en
VVD samen na de verkiezingen door willen gaan.
Elkaar beter leren kennen op een heerlijke nazomeravond
Op initiatief van Een Ander Nederland vond in oktober een eerste,
informele bijeenkomst plaats van Eerste- en Tweede Kamerleden van PvdA,
GroenLinks en SP. Volgens de digitale dagboeken van Anja Meulenbelt en
Klaas de Vries was het nuttig en gezellig. Lees hun verslag en bekijk
enkele foto’s op de vernieuwde website: www.eenandernederland.nl
Maurice de Hond: Linkse coalitie scoort het hoogst
Maurice de Hond houdt in een beschouwing op zijn website de mogelijkheid
van een linkse coalitie tegen het licht. Hij constateert dat de kansen
hierop – gezien de stemming onder het electoraat – rooskleuriger zijn dan
ooit. Zijn beschouwing staat ook op de website van Een Ander
Nederland.
Bos, Halsema en Marijnissen spreken zich uit Balkenende en
Van Aartsen blijven elkaar trouw beloven, ook na de volgende
verkiezingen. Maar de kiezers lijken volhardend in hun voorkeur voor een
linkse meerderheid. Dat leidt er toe dat Wouter Bos, Femke Halsema en Jan
Marijnissen zich steeds meer uitspreken over linkse samenwerking.
Marijnissen deed dat in een interview in Vrij Nederland en Halsema en Bos
in een briefwisseling in de Volkskrant. Ook te lezen op www.eenandernederland.nl
Opiniepeilingen blijven gunstig
PvdA, SP en GroenLinks blijven goed scoren in de peilingen. Als we
afgaan op de NOVA-peilingen schommelen de drie samen tussen de 75 en 80
zetels. Op de website van Een Ander Nederland worden de resultaten van de
peilingen bijgehouden.
Lijst met ondertekenaars van de oproep van de website gehaald
De lijst met ondertekenaars van de oproep voor een Ander Nederland is
van de website gehaald. Wij beschouwen deze lijst nu als een digitaal
netwerk van mensen die geïnteresseerd zijn in het streven naar een
progressief alternatief voor Balkenende III. Via deze nieuwsbrief houden
wij u – en hen – op de hoogte. De mogelijkheid om de oproep te
ondertekenen is daarmee ook verdwenen. Maar uiteraard kunnen nieuwe
belangstellenden zich melden voor ontvangst van deze nieuwsbrief.
Aan- of afmeldingen voor deze nieuwsbrief:
info@eenandernederland.nl
|
|
okt 21
|
Schema marathon eindelijk op het net
Ik had bij de aanmelding voor de marathon een typefout gemaakt in de code
van mijn championchip, waardoor ik aanvankelijk niet in de uitslag
voorkwam. Vandaag is dat dan eindelijk gecorrigeerd zodat het precieze
verloop van mijn marathon in beeld kan worden gebracht. Daaruit blijkt
inderdaad dat alles keurig is gegaan tot 30 kilometer. Je moet –
achteraf – constateren dat de lichte tempoverhoging na 21 kilometer mij
fataal is geworden, waarna tussen de 35 kilometer en 40 kilometer het
tempo volledig terugvalt. Vanuit dat oogpunt is het herstel na veertig
kilometer inderdaad opmerkelijk.
Als je dit verloop vergelijkt met het schema van 2004, mijn eerste
marathon, dan lag ik op 35 kilometer nog vier minuten voor op het 2004-
schema. Alleen wist ik dat niet. Ik dacht dat ik al veel verder was
teruggevallen. In 2004 bleef ik echter redelijk gestaag doorlopen, in
2005 was daar geen sprake van. Tot de 40 kilometer. De laatste twee
kilometer waren in 2005 sneller dan in 2004.
Verloop marathon 2005: eindtijd 3:54:54

Verloop marathon 2004: eindtijd 3:54:25

|
|
okt 18
|
Jaarboek 2005 TSS
 Terwijl ik in de Kamer mijn plichten nakwam
en een niet-geslaagde poging deed om het minister Hoogervorst moeilijk te
maken, werd in De Balie in Amsterdam het Jaarboek 2005 van het
Tijdschrift voor de Sociale Sector gepresenteerd. Daar had ik graag bij
willen zijn, want ik heb in het Jaarboek een stuk geschreven over
keuzenvrijheid en de lokale zorg- en welzijnspraktijk.
Het Jaarboek gaat – zoals de ondertitel aangeeft - over tevredenheid en
de grenzen van keuzevrijheid. Iedere politicus, van links tot rechts, is
tegenwoordig voor meer vrijheid. Nederlanders zijn volgens hen onterecht
tevreden over de beperkte opties die ze hebben. Maar de mensen vinden er
het hunne van - kijk naar de energiemarkt, of de gezondheidszorg. Als
vrijheid betekent dat ze de hele dag allerlei ingewikkelde keuzes moeten
maken hoeft het voor het gros van de bevolking niet. Dat is erg, want zo
wordt het ideaal van keuzevrijheid verkwanseld.
In het Jaarboek brengen verschillende wetenschappers en publicisten het
concrete verlangen naar keuzevrijheid in kaart. Zonder naar één dode
filosoof te verwijzen worden de delen van het leven geschetst waar
Nederlanders wel en waar ze geen baat hebben bij meer vrijheid.
Keuzevrijheid blijkt wel degelijk een zinvol ideaal, echter niet om
mensen te dwingen als consument op te treden maar wel als het gaat om
grip te krijgen op het eigen leven. Liever dan de vrijheid om een
gasleverancier te kiezen willen ze de vrijheid om zelf te bepalen wanneer
ze voor hun familie zorgen.
Vrijheid Verplicht. Over tevredenheid en de grenzen van
keuzevrijheid. Menno Hurenkamp en Monique Kremer (red.) TSS Jaarboek
2005. Van Gennep, Amsterdam.
Meer informatie over het Jaarboek, alsmede de mogelijkheid om het digitaal te bestellen op:
www.vrijheidverplicht.nl.
|
|
okt 18
|
Een lege wet een leeg bankje
 De Eerste Kamer boog zich vandaag over de Wet Toelating Zorginstellingen
(WTZi), een van de wetten (bij elkaar is het een pakket van zo’n tien
wetten) die het Nieuwe Zorgstelsel mogelijk moet maken. In feite regelen
al die wetten dat de overheid zich terugtrekt uit de gezondheidszorg en
de verantwoordelijkheid voor beslissingen naar de spelers in de
gezondheidszorg zelf toebrengt. Dat zijn dan niet de artsen, en ook niet
echt de cliënten/patiënten, maar de grote institutionele jongens: de
verzekeraars en zorgaanbieders. Die moeten - letterlijk - de dienst verder gaan
uitmaken, en de overheid zit op het vinkentouw om de publieke belangen te
waarborgen, zoals dat tegenwoordig heet.
De WTZi bepaalt welke zorgaanbieders worden toegelaten en moet het
mogelijk maken dat zorgaanbieders op termijn zelf beslissingen kunnen
nemen over investeringen met betrekking tot de bouw van voorzieningen.
Iets waarvoor nu in Utrecht nog een apart Bouwcollege is opgetrokken,
waar iedereen in de gezondheidszorg de pest aan heeft.
De WTZi gaat dus ook over vragen als of een zorgaanbieder winst mag
uitkeren aan derden (aandeelhouders bijvoorbeeld) of over de spreiding
van voorzieningen over het land (de kleine streekziekenhuizen
bijvoorbeeld) of over hoe de kapitaalslasten in de tarieven worden
versleuteld. Dat maakt deze wet tot een belangrijke wet, ware het niet
dat het in feite een proceswet is, een raamwet die door allerlei
afzonderlijke besluiten later ingevuld gaat worden. Het is nu een lege
wet.
Zo is eigenlijk de hele besluitvorming over de nieuwe zorg georganiseerd.
Elke keer als je denkt: nu wordt er een relevant besluit genomen, dan is
het eigenlijk een aanloop tot het echte besluit. Zo is het parlement in
een fuik gezwommen, die handig door de strateeg Hoogervorst is
geregisseerd. Want elke keer lopen we naar een toekomstig besluit toe, om
nu 1 januari 2006 definitief te moeten constateren dat er geen enkele weg
terug is.
Bijvoorbeeld. Nu wordt het werken met winstoogmerk door zorgaanbieders
nog niet toegestaan, en dit kabinet meldt dat daar een apart
kabinetsbesluit over genomen wordt, maar ondertussen meldt Hoogervorst
wel dat besluit wat hem betreft zeker genomen wordt en maakt hij zodoende
de geesten er volop voor rijp. Iedereen gaat zich er dan op voorbereiden,
zodat als de kabinetsbeslissing later aan het parlement wordt voorgelegd
het argument zal zijn dat iedereen er al klaar voor is. Elke principieel
debat wordt zo listig ontlopen. Het enige wat nog roet in het eten kan
gooien is een ander kabinet van andere signatuur.
Enfin, ik was het na de eerste termijn van de minister zo zat, dat ik mij
pontificaal heb afgemeld voor de tweede termijn en mijn collega’s heb
opgeroepen om hetzelfde te doen. Over lege wetten valt immers weinig te
zeggen. En oproep waar overigens geen gehoor aan werd gegeven. En terwijl
ik mij spoedde naar de vergadering van de commissie die de
kandidatenlijst voorbereid van het stadsdeel Zeeburg, putten mijn
collega’s zich in de avonduren nog een paar uur uit in een nietszeggende
tweede termijn en luisterden zij naar een verder nietstoevoegende
minister. Mijn bankje was leeg, en mijn SP-collega Tineke Slagter nam
mijn honeurs waar bij de stemming. Zij stemde mede names de fractie van
GroenLinks tegen.
Mijn bijdrage kunt u ovigens nalezen op de pagina
eerste kamer op deze site. Scrol naar VWS en klik op de tekst: 2005-10 VWS - Wet Toelating Zorginstellingen - plenair.doc. |
|
okt 16
|
Marathon van Amsterdam volbracht
Alles wees erop dat ik bezig was een persoonlijk wereldrecord te lopen
tijdens de marathon van Amsterdam. We, ons clubje Team-10’ers dat de
marathon ergens tussen de drie-en-een-half-uur en vier uur moet kunnen
volbrengen, waren in het stralende weer om even over elf uur voortvarend
uit de startblokken van het Olympisch Stadion geschoten. Het plan was om
op een schema van 5.30 minuten per kilometer te lopen, maar alras zaten
we daar al flink onder en regen we de kilometers aaneen ergens tussen de
5.10 en 5.20 minuten.
Dat ging goed, dat ging geweldig. Na de halve marathon (1 uur en 52
minuten) lag ik al zo’n drie minuten voor op het schema van vorig jaar,
dat uiteindelijk uitmondde in een tijd van 3 uur, 54 minuten en 25
seconden. En het bleef goed gaan. Zo goed dat ik mij losmaakte van mijn
metgezellen en alleen op avontuur ging. De kilometers gingen nu nog
sneller, zo rond de vijf minuten. Geweldig weer, enthousiast publiek,
alles wees dus op een persoonlijk wereldrecord.
Maar na dertig kilometer begon de motor te haperen. Ineens wilden de
benen niet meer in het zelfde tempo bewegen. Langzaam zakte er pap naar
beneden, richting kuiten. Vermoedelijk is dat het verschijnsel dat de
deskundigen als verzuring hebben benoemd. Het is in ieder geval klote.
Want ineens begon alles pijn te doen, en drong zich de behoefte op om
gewoon te gaan lopen. En dan moet je nog zo’n tien kilometer verder.
Wat tot dan een feest was, veranderde in een paar kilometer in een drama.
Alles ging pijn doen. Het tempo zakte terug tot eerst zes minuten per
kilometer, dan zeven minuten, ja zelfs acht minuten. Op de
Stadhouderskade – op zo’n zeven kilometer van de finish - gaf ik voor het
eerst toe aan de behoefte om te gaan lopen. Dat luchtte geweldig op, maar
de motor daarna opnieuw op gang brengen was zo nodig nog pijnlijker. Zo
slofte ik het Vondelpark door, daarbij bijgestaan door Hetty en Thomas
die meefietsten en mij eten en drank aanreikten. Het was een ware
martelgang, en mijn opgebouwde tijdwinst ten opzichte van het schema van
vorig jaar smolt als sneeuw van de zon.
Antoinette en Anne, twee clubgenoten waar ik de eerste twee uur samen mee
had gelopen hadden me inmiddels allang ingehaald. Ik probeerde nog even
bij Antoinette aan te haken, maar moest haar al na een paar honderd meter
laten gaan. Bij Anne heb ik het niet eens meer geprobeerd. Dan kom ik
ineens Erik tegen. een Team-10’er, die doorgaans veel sneller is dan ik
en die zelfs vertrokken was op een schema van onder de drie-en-een-half-
uur. Hij was er nog erger aan toe dan ik. Hij zat er al na zo’n 25
kilometer helemaal doorheen.
Inmiddels tikte de tijd meedogenloos door. Mijn persoonlijk wereldrecord
kon ik wel vergeten, dat was duidelijk. Maar toen ik bij veertig
kilometer op mijn klok keek, dacht ik: laat ik nu op zijn minst proberen
om onder de vier uur te eindigen. Op de Amstelveenseweg, met nog zo’n
twee kilometer te gaan, heb ik rustig een bekertje sportdrank gedronken,
heel hard godverdomme gezegd en ben toen gewoon gaan lopen zoals ik
altijd loop tijdens een training. En verdomd, het ging. Het deed wel
pijn, maar warempel ik haalde ineens weer mensen in. De motor begon weer
te lopen. Ik zag het bordje met 41 kilometer langs me heen schieten en
dacht: ik zet toch nog even aan. Ineens begreep ik niet meer waarom ik in
het Vondelpark niet vooruit te branden was, want het asfalt schoot nu
onder mijn voeten door. Daar naderde al het Olympisch Stadion, een bocht
naar rechts, nog een bocht naar rechts, en nog een en daar liep ik al op
de atletiekbaan: ik zette nog even aan en snelde de laatste driehonderd
meter nog even tientallen medelopers voorbij.Daar was de finish, en de
tijd: 3 uur, 54 minuten en 54 seconden. Slechts 29 seconden langzamer dan
vorig jaar. Ongelooflijk. En helemaal onbegrijpelijk: ik was niet een zo
moe. Links en rechts lagen mensen op de grond na te kreunen. Ik had
totaal niet het gevoel kapot te zijn. Ik voelde me eigenlijk wel goed,
opgelucht. Het enige waar ik een beetje van baalde was dat ik niet wat
eerder heel hard gevloekt had, want dan had ik toch nog dat persoonlijk
wereldrecord gelopen. Maar het volbrengen is bij de matathon al een
genoegen op zich. Na afloop dan.
 |
|
okt 15
|
Organisatie van de hoop (2)
De afgelopen tien dagen trok ik in New York veel op met het PvdA-
Tweedekamerlid Luuk Blom. Hij schreef voor zijn thuiskrant, de
Zeeuwse Provinciale Courant, onderstaand verslag, dat zaterdag 15
oktober in de krant verscheen. Informatief genoeg om het hier ook voor de
rest van Nederland ter ebeschikking te stellen.
Terwijl op een derde van de vorige eeuw de Volkenbond ter grave werd
gedragen liepen ergens op een wei met jeugdbewegingtenten twee tieners
elkaar tegen het lijf. De een , een jongeman uit Utrecht en de ander, een
jongedame uit Groningen wisselden gedachten en idealen uit , keken elkaar
in de ogen en werden verliefd. Na jaren letterlijk heen en weer fietsen
vestigt het stel zich in Utrecht, het is 1939. Een jaar later breekt de
oorlog uit en er vangt een periode van angst , woede , ongeloof ,
verslagenheid en onderduiken aan. Na de bevrijding in 45 en wat later in
de wederopbouw gaan beiden zich via vrijwilligerswerk in jeugdbeweging en
sport zich inzetten voor een wereld waarin gebeurtenissen zoals in de
oorlog niet meer mogen voorkomen. Ook in de politiek worden stappen
genomen om te voorkomen dat er ooit nog zoiets zal gebeuren als de
genoemde oorlog en daarvoor wordt de Verenigde Naties opgericht. De idee
is dat als je volkeren in verenigdheid met elkaar laat communiceren je
oorlogen , armoede en ongelijkheid kan uitbannen. Een mooi idee.
Het is oktober 2005. De zoon van het genoemde stel gaat als Tweede
Kamerlid twee weken naar New York om de Verenigde Vergadering van de VN
bij te wonen en eens te kijken hoe het 60 jaar na dato met de idealen van
destijds is gesteld.
Als ik de kranten en televisiejournaals van de afgelopen decennia mijn
herinnering laat passeren moet ik constateren dat de wereld nog volop
bezig is met het voeren van oorlog. Dat er nog steeds landen zijn waar
volkeren worden onderdrukt. Dat er onder 90% van de wereldbevolking nog
immense armoede heerst en honger is. Dat nog lang niet ieder kind
onderwijs krijgt waar het recht op heeft en over emancipatie zullen we
het helemaal maar niet hebben. Ook dienen zich bij voortduring nieuwe
wereldproblemen aan denk maar aan alles wat met terreurdreiging en
klimaatproblemen te maken heeft. Aan die dingen loop je te denken als je
je begeeft in het indrukwekkende hoofdkwartier van de VN aan de East
River in New York.
38 verdiepingen groen glas vol met internationale ambtenaren die zich op
inspannen voor een betere wereld. Grote statige vergaderzalen waar de
afgevaardigden uit 191 landen zich van resolutie naar resolutie werken.
Want resoluties daar gaat het in New York om.Resoluties die altijd de
kern hebben dat ze zo weinig zeggen, tenminste als je het bekijkt vanuit
de ogen van een volksvertegenwoordiger zoals ik.De oorzaak van die
weinigzeggendheid zit hem erin dat de politieke vergaderingen altijd
volgens het consensusmodel werken, wat wil zeggen dat ieder land zich in
de tekst moet herkennen.Dat maakt de VN tot een trage en weinig concrete
organisatie.
Maar helaas is er geen andere keuze , bij meerderheid beslissen is
vanwege de soevereiniteit van de landen geen optie. Dat maakt wel dat er
op zich tijdens de vergaderingen weinig of geen debat is.
Onderhandelingen over resolutieteksten vinden dan ook in de wandelgangen
plaats of in kamertjes die in ieder geval de weken dat ik er was aan mijn
gezichtsveld waren ontrokken. Dat onderhandelen is ook de taak van de
Nederlandse permanente vertegenwoordiging. Een delegatie van een kleine
dertig opvallend jonge diplomaten die gehuisvest zijn in een kantoor op
een steenworp afstand van het VN hoofdkwartier. In de gesprekken die ik
had met de staf van die delegatie werd mij duidelijk dat ik hier te maken
had met gedreven mensen die nog immer de uitgangspunten van de VN voor
ogen hebben. Nederland, hoe klein ook speelt een belangrijke rol in het
onderhandelingsproces. Het ligt blijkbaar in onze landsaard om
oplossingsgericht te denken en die kwaliteit wordt door andere landen dan
ook gezien en gewaardeerd.
De VN is georganiseerd rond een zevental commissies waarin
onderwerpsgewijs de meest uiteenlopende zaken aan de orde komen. Meest in
het oog lopende zaken die op dit moment spelen zijn naast zaken van
internationale veiligheid, die in de separate Veiligheidsraad de
hoofdmoot vormen, zaken als onderwijsprogramma s.
mensenrechtensituaties , handelsbelemmeringen , vrouwenrechten en niet te
vergeten allerlei discussies die te maken hebben met de hervormingen
binnen de VN. Want niet alleen mij als een betrekkelijke leek is de
traagheid binnen de organisatie opgevallen , maar ook de leiding van de
VN is gemotiveerd stappen te ondernemen om effectiever te werken. Een
mooi voorbeeld , of misschien een wrang voorbeeld, is de discussie over
het terugdringen van kernwapens in de wereld. Ruim acht jaar geleden is
er een permanente commissie in het leven geroepen , die dan wel weer in
Geneve is gevestigd, om landen te bewegen hun kernwapenarsenaal drastisch
naar beneden bij te stellen. Doordat ook daar wordt gewerkt volgens het
consensusmodel zijn de onderhandelaars al acht jaar aan het kissebissen
over de vast te stellen agenda. Denk je eens in , acht jaar bezig en nog
niet eens weten waar je het over wil hebben. Dat schiet dus niet op.
Dat vonden een aantal landen , waaronder Zweden en Mexico dus ook ,
en hebben een plan bedacht om de discussie terug te halen naar New York
en bij meerderheid tot besluiten te komen. In VN kringen een
revolutionair standpunt wat zowel voor als tegenstanders kent. De
voorstanders hebben het wel gehad met het uitblijven van resultaten
terwijl de tegenstanders bang zijn dat het doorbreken van het
consensusmodel er wel eens tot zou kunnen leiden dat die hele permanente
commissie de prullenbak in verdwijnt.Opvallend toeval was dat tijdens
mijn bezoek collega Bert Koenders in Den Haag het kabinet naar haar
standpunt vroeg. Want ook Nederland moet binnenkort over dat plan
stemmen. Advies van mijn kant is dat we uiteraard voor het plan zouden
moeten stemmen. Binnenkort zullen we vernemen wat Bot ervan vindt.
Ander punt van aandacht waren de problemen die zich afspelen rond de VN
vredesmissies.Op dit moment zijn er in de wereld een vijftiental aan de
gang. De grootste spelen zich in Congo en Soedan af. 20.000 VN militairen
in een gebied zo groot als West-Europa en zonder noemenswaardige
infrastructuur. Op kantoor bij leiding van die missies bleek dat Europese
landen vrijwel afwezig zijn in genoemde landen. De missies worden
voornamelijk ingevuld met militairen uit Pakistan, India en Bangladesh.
Dat die landen aanwezig zijn heeft alles te maken met de in onze ogen
lage. maar in hun ogen hoge , vergoedingen die door de VN worden
verstrekt. Het kan toch niet zo zijn dat inkomen de motivatie is om in
landen in nood vrede en veiligheid te brengen. Hoog tijd dus voor
Nederland om aan die ongelijkheid een einde te maken en dus vaker de blik
naar het zuiden te richten om ook daar een actievere rol te gaan spelen.
Een van de meest belangrijke taken die de VN uitoefent wordt in de
praktijk gebracht door de hulporganisatie zoals Unicef en Unhcr
(vluchtelingen), structurele en noodhulp in haar zuiverste vorm.Ook daar
spelen onze vertegenwoordigers een belangrijke rol , niet in het minst
doordat Nederland een van de grotere donoren is. Het delen van welvaart
is voor mij een groot goed en ben daarom trots dat ons land daar een
voorloper in is. Kunnen andere landen een voorbeeld aan nemen. Maar
genoeg is het natuurlijk nooit gezien het grote leed in armere gebieden
in de wereld. Als je met mensen uit de praktijk daarover praat besef je
dat internationale solidariteit de basis is voor een betere wereld.
De organisatie van de hoop dus, overigens niet een term van mij maar van
mijn reisgenoot Jos van der Lans, eerste kamerlid van GroenLinks, maar
het moet van mij niet alleen bij hoop blijven. Het wordt na 60 jaar eens
tijd om door te pakken , de wereld vrediger en rechtvaardiger te maken.
Daar was het immers allemaal om begonnen Ik zal daar in Den Haag mijn
blijvende stinkende best voor doen.
Luuk Blom
Tweede Kamerlid PvdA
|
|
okt 13
|
De stille echo van de dood
Het eerste dat Amerikanen vertellen over de John the Divine Church
(Johannes de Doper-kerk) is dat deze groter is dan de Notre Dame. En dat
zal zeker waar zijn. De kerk staat aan Amsterdam Avenue (verlengde van de
Achtste Avenue) in het noordwesten van Manhattan, zeg maar vlak te noorden
van het Central Park. Het is aan de buitenkant een indrukwekkende barokke,
gotische kerk, die merkwaardigerwijs aan de achterkant helemaal niet meer
die indruk achterlaat. Ook typisch Amerikaans: de gevel is belangrijker
dan de achterkant.
Maar goed, het bestaan van deze kerk was voor mij onopgemerkt gebleven
ware het niet dat er deze week een tentoonstelling te zien is met als
titel: EYES WIDE OPEN – Beyond fear – towards hope. Het is een
tentoonstelling over ‘the human costs of the Iraq war’. Het is
eigenlijk het enige dat ik hier in New York van de oorlog in Irak heb
gemerkt, behalve dan de dagelijkse berichtgeving over de aanslagen in het
land. Berichten die ook hier naar de marge van de krant zijn verdreven.
Het heeft iets – en dat klinkt macaber - van een weerbericht; dat herhaalt
zich ook elke dag.
De tentoonstelling had ook een politiek kunstproject kunnen zijn, maar is
georganiseerd door een soort Amerikaanse vredesbeweging, gelieerd aan de
Qaukers. In de gigantische kerk zijn voor elke Amerikaanse militair die is
gesneuveld een paar soldatenschoenen neergezet, met daaraan een kaartje
met naam en leeftijd van de gevallene. Zo staan er 1694 paren, en elke dag
worden er weer een paar bijgezet. Rijen achter elkaar. De tentoonstelling
reist door Amerika, en stelt zo de familie van de slachtoffers in staat om
met de schoenen van hun zoon (of dochter) iets te doen, er iets in te
stoppen. En zo vullen de schoenen zich met foto’s, Amerikaanse vlaggetjes,
foto’s. En dat dus rijen achter elkaar. Een eindeloze vlakte schoenen
(niet de echte overigens, de organisatie heeft een oude voorraad
aangekocht).
Maar het gaat niet alleen om militairen, in een eindeloze rij staan er
omheen schoenen van Iraakse slachtoffers, hun aantal is niet compleet, bij
lange na niet, want het is een veelvoud van de Amerikaanse doden, maar hun
schoenen maken het gevoel van zinsloosheid compleet. Het is doodstil in de
kerk, maar als in al die schoenen mensen stonden zou het een gezellige
boel zijn geweest. Nu klinkt in deze kerk alleen de stille en zinloze echo
van de dood.
Zie voor meer informatie over de tentoonstelling Eyes wide open |
|
okt 12
|
Harlem Renaissance
Het regende vandaag zo hard in New York, dat er metrostations zijn
ondergelopen. Met bakken viel het de hele dag uit de hemel, en dat maakt
de Big Apple er niet aantrekkelijker op. De Avenues veranderen in rivieren
en je moet op de stoep uitkijken of je niet met een golf van water wordt
weggespoeld.
Kortom, er waren betere dagen denkbaar om een bezoek te brengen aan de
Upper Manhattan Empowerment Zone, een van de organisaties in Harlem die
sinds 1997 tot taak heeft om economische initiatieven te stimuleren om
daarmee Harlem er weer bovenop te helpen. Iets wat overigens aardig lukt,
want er wordt hier volop gesproken van een Harlem Renaissance, wat
refereert aan de bloeiperiode die dit deel van Manhattan in de jaren
twintig kende. Toen was Harlem het centrum van de Afro-Ameikaanse cultuur
(en een van de bakermatten van de jazz) en het idee is dat Harlem die
plaats opnieuw gaat veroveren..
Dat lukt aardig. Harlem is booming. Er vestigen zich winkels, banken, de
criminaliteit is verdreven, er is sprake van een forse opwaardering van
het vastgoed, en de projectontwikkelaars zien er weer brood in. Zelfs Bill
Clinton vestigde vorig jaar zijn kantoor in de 125e street in Harlem. Dat
zegt genoeg.
In dat proces speelt de Upper Manhattan Empowerment Zone (UMEZ) een eigen
rol. Vandaag sprak ik daarover uitvoerig met Fernando Fernadez (prachtige
naam) in het hoofdkantoor van deze organisatie. Eigenlijk is het een
project van de Democraten, die halverwege de jaren negentig besloten om
een tegenoffensief te starten in depressed communities. De
democratische burgemeester, de democratische gouverneur en de
democratische senator wisten tezamen met de democratische president 300
miljoen dollar te ronselen voor een project dat economische initiatieven
moest stimuleren door middel van subsidie, goedkope leningen en
belastingvoordelen. Voorwaarde was wel dat de bedrijven zich in een van de
vijf Upper Manhattan districten vestigden en mensen uit deze buurt in
dienst namen. Er was geld voor grote projecten, maar ook geld voor kleine
initiatieven als een restaurant, een kapper, een dating service, een
hondenoppascentrale, noem maar op. Inmiddels zijn er zo’n vijftig
bedrijven op de rails gezet, waarvan een paar heel succesvol.
UMEZ begeleidt van het idee tot de realisatie, van de scholing tot de
uitvoering. De initiatiefnemers moeten uiteindelijk hun project
presenteren aan een communityboard waarin ondernemers en notabelen uit de
buurten zitten die precies weten hoe de hazen in Harlem lopen. Dat gaat om
bankiers, advocaten, politici, allemaal mensen die hun sporen verdiend
hebben. Als die overtuigd worden door het voorstel gaat het licht op
groen.
Fernandez brengt ons naar een bibliotheek met bedrijfsplannen, planken vol
met keurig geprinte analysen over de kansen van een nieuw bedrijf, de
aanschafkosten, de omzetverwachtingen, de marktprognoses. Het ziet er
allemaal uit alsof het uit de printer van Berenschot gerold is. Het is een
schat aan kennis waar nieuwe bedrijven weer gebruik van kunnen maken.
Als Fernandez erover vertelt begin je iets van de Harlem Renaissance te
begrijpen. Hier wordt gericht en met gezamenlijke inspanning de weg vrij
gemaakt voor ontwikkeling en vooruitgang. Want niet alleen UMEZ werkt
daaraan, ook de politie is een oorlog tegen de criminaliteit begonnen, er
is een volkshuisvestingsbeleid, waarin buurten worden opgeknapt en er is
een economisch ontwikkelingsbeleid. En dan raken de vastgoedondernemers
vanzelf ook geïnteresseerd. Dat is precies wat er met Harlem is gebeurd.
Het kapitaal van de stad, het elan van de stedelijke ontwikkeling heeft
een nieuwe plek aangeboden om rendement te gaan maken en als het
vertrouwen er eenmaal is begint alles als een magneet te werken. Het is
het klassieke idee van als er een paar schapen over de dam zijn volgen er
meer. Alleen moet er wel een instantie zijn die de eerste schapen de dam
op jaagt. Dat hadden de Democraten dus goed gezien, en het mogen tekenend
zijn voor het intelligentieniveau van de Republikeinen dat ze niks van dit
soort projecten willen weten. Het is dat ze het niet terug konden draaien,
anders hadden ze het gedaan.
Zie voor meer informatie over de Upper Manhattan Empowerment Zone: www.umez.org. |
|
okt 12
|
De New York City verleiding
Mochten er mensen zijn die na de onderstaande uitwijdingen de indruk
hebben dat ik dag en nacht ben ondergedompeld in het VN gebeuren dan moet
ik ze teleurstellen. Zo fanatiek ben ik nu niet en dat is een reden temeer
om niet gemakzuchtig te oordelen over de VN. De New Yorkse verleiding valt
niet te weerstaan, hoewel deze grotendeels toe heeft geslagen in het
weekeinde en de avonduren. Maar het was de moeite waard. Vorige week
bezocht ik het toneelstuk Doubt, het beste toneelstuk van dit jaar
volgens alle aankondigingen, maar ik heb ze wel eens beter gezien in New
York. Het was een beetje een mager stuk, terwijl ik bovendien naast een
dikke dame zat die niet in een stoel paste en daardoor noodgedwongen de
helft van mijn stoel er bij had genomen, met als gevolg dat ik mij meer
bezighield met de vleesmassa naast me dan met het stuk. Maar goed, dat
soort dingen kunnen hier gebeuren, hoewel als je voor $75,- een kaartje
hebt bemachtigd, het toch een beetje lullig is als de helft van je plaats
wordt opgegeten door zo’n vleesboom.
Verder ben ik in het weekend op bezoek geweest bij de New Yorkse Open
Monumentendag (zie: www.ohny.org. Een stuk of toen gebouwen bezocht (met
rondleiding) die speciaal deze dagen waren geopend. Dat vind ik in
Nederland altijd al leuk, maar hier is dat helemaal geweldig.
Een hoogtepunt was de Harlem Gospel Toer, waar ik zondagochtend aan heb
deelgenomen. Zie: www.harlemspirituals.com. Ik had daar een stukje over
gelezen in Het Parool, geschreven door Amerika-specialist Willem Post
(bekend van radio en tv). En het rare was dat dezelfde Willem Post met een
stuk of zes andere Nederlanders nu ook weer met deze tocht meewaren. De
toer komt er op neer dat je door Harlem heen wordt geleid (en op de
heenweg door de West Side). Dat is al interessant genoeg, maar halverwege
de toer kom je bij een kerk uit end aar maak je een uur de echte gospels
mee. Dat swingende, opzwepende en tot echte devotie leidende gezang, waar
de hele kerk aan meedoet. Ik zat op het balkon, en het was fascinerend om
te zien. Dit zijn geloofsgemeenschappen zoals wij die niet kennen en
vermoedelijk ook nooit gekend hebben. Het idee dat godsdienst iets is van
de middeleeuwen en in de moderne tijden op stervan na dood is, ben je in
zo’n kerk meteen kwijt. Dit is geen oude gemeenschapsvorming, dit is – in
de big, big world – nieuwe gemeenschapsvorming. Sterker en krachtiger dan
al die voorafgaande vormen. Iedereen die New York aandoet, moet dat gaan
zien.
Zondagavond en maandagavond hebben Luuk Blom en ik de Yankees in de
baseball playoffs eerst zien winnen en maandag uiteindelijk definitief
zien verliezen. Op een groot scherm zie je alle mogelijke details van het
honkballen. Een sport die maar door lijkt te suffen, maar dan plotseling
tot een felle uitbarsting komt, waarbij een heel stadion uit zijn dak
gaat. Maar goed wij voleden ons echte New Okers en waren hartgrondig voor
de Yankees, maar desondanks hebben deze verloren van de Angels (uit Los
Angeles) en is New York in rouw. We moeten weer een jaar wachten.
En dan vanavond zag ik in Brooklyn het Nationale ballet van China in de
voorstelling Raise of the red lantern. Dat is toch een film zult u
zeggen en dat klopt, het is een heel beroemde Chinese film uit de begin
jaren negentig. Maar de regisseur heeft het initiatief genomen om er een
balletvoorstelling van te maken. Ik had de film gezien, dus leek het me
erg leuk om de balletvoorstelling te zien. Kaartje besteld via internet,
en hups daar zat ik vandaag naar een prachtige voorstelling te kijken. Ik
heb op zichzelf niet zo heel veel met ballet, omdat ik het verhaal er
meestal niet in kan ontdekken. Maar nu ik het verhaal wist, zag ik de
geweldige schoonheid van choreografie. Prachtige beelden. Het was geweldig
om te zien, en het gezelschap uit China kreeg in Brooklyn een staande
ovatie van de zaal, die overigens voor meer dan de helft uit Chinezen
bestond. Zie: www.bam.org.
O ja, en dan heb ik inmiddels drie keer door het Central Park gerend. Dat
is de droom van iedere hardloper: je voegen in het leger runners
door het Central Park. In het kader van mijn voorbereiding voor de
marathon van Amsterdam (aanstaande zondag) heb ik mij dus met genoegen aan
deze droom overlegeleverd. Het viel een beetje tegen, want er lopen – dat
was ik helemaa vergeten – gewoon een aantal asfaltwegen door het park waar
autoverkeer overheen raast. De looproute van de meeste New Yorkers is over
deze affaltroutes en het duurt even voordat je ontdekt heb dat je het
grijze gravelpad moet volgen. Dat is autovrij en prachtig, maar daar loopt
nauwelijks een Amerikaan op. Het blijft een vreemd volk. Een rondje
Central Park is overigens zo’n tien kilometer. Je loopt het park helemaal
rond in een klein uurtje, terwijl de wolkenkrabbers je in de verte
tegemoet lachen.
|
|
okt 11
|
Nogmaals: het belang van de VN
Het grappige van dit weblog is niet zozeer dat het maandelijks door
ongeveer zo’n 750 ‘unieke personen’ (in termen van de provider) gelezen
wordt, maar dat het vaak ook gelezen wordt door de mensen waar je over
schrijft. Zo merkte ik vandaag dat de mensen op de missie mijn weblog
ontdekt hadden, want bij een door de PV (de permanente vertegenwoordiger)
aan de delegatie aangeboden lunch begon hij uitgebreid het beeld te
corrigeren dat de VN een praatclub is. Een beeld dat wellicht ten onrechte
bij een enkel delegatielid was ontstaan. En toen hij ook nog sprak over de
organisatie van de hoop, wist ik dat mijn weblog de bron was van zijn
zorg. En dan vooral de tekst die ik op 9 oktober heb geplaatst.
En natuurlijk heeft Frank Majoor gelijk. Wij hebben hier aan de buitenkant
van de VN geproefd, wat zich in de ‘achterkamers’ afspeelt is belangrijker
en nuttiger. Dat is de keuken waar stukje voor beetje gepusht en gedrukt
wordt om beweging de goede kant op te krijgen. Dat is relevant werk, of
het nu gaat over de beteugeling van de kleine wapens of het misbruik van
vrouwen. De sporen die hier worden uitgezet, trekken de wereld door. Dat
zijn – in alle bescheidenheid – bakens voor verandering. Als het hier niet
gebeurt, waar dan wel?
Bovendien – ook een sterk punt – is de VN niet alleen het hoofdkwartier in
New York. De WHO, de FAO, de UNCTAD, de UN vluchtelingenorganisatie, en zo
zijn er nog veel meer loten aan de VN-boom die eigenlijk onweersproken
zijn qua betekenis en dagelijks goed werk verrichten. Het is wel heel
gemakkelijk om die in het oordeel over de VN buiten beschouwing te laten.
Je moet ook je zegeningen tellen. Kortom, de mensen van de Nederlandse
missie wilde ons niet met al te negatieve ideeën naar huis sturen. En
gelijk hebben ze, gemakzucht is de vader van domme gedachten.
Maar ja, de Irak-tragedie, de al jaren in een impasse verkerende
onderhandelingen over ontwapening en proliferatie (die de VS gewoon hebben
afgeschreven), de afwezigheid van de economische aangelegenheden als een
VN-werkterrein blijven toch een schaduw over de VN heen werpen. Als het er
echt op aan komt, als echt machtposities in het geding zijn gaan de grote
jongens hun eigen gang en mogen de Verenigde Naties later het puin ruimen.
Het is een beetje zoals met die beroemde voetbalwedstrijd met Duitsland:
op het einde beslissen de Verenigde Staten. Dat is een tragiek die van de
VN per definitie een ambigu orgaan maakt. Als wereldtoneel is het
onmisbaar, maar als machtsfactor loopt het achter de feiten aan.
Dat kan eigenlijk alleen veranderen als alle wereldburgers mee zouden
mogen doen met de verkiezingen van de Amerikaanse president. Want wat ik
hier in die week wel heb opgestoken is dat de Bush-administratie een
onwaarschijnlijke (negatieve) stempel drukt op de Verenigde Naties. Het
verschil is dat de Amerikanen altijd een actieve speler waren op dat
wereldtoneel, ze praten volop en waren in het spel betrokken. Ze maakten
zich boos, ze blokkeerden van alles, maar ze namen deel. Daar heeft Bush
een kentering in aan gebracht: de trend is nu om de VN te negeren. Het
laat hen onverschillig, ze regelen het zelf wel, dat gaat sneller en is
zonder gezeik. Dat is dus een bewuste politieke wendiging, een major
shift. Daar maken zelfs de meest doorgewinterde diplomaten die over het
algemeen over een ongebreideld optimisme beschikken zich ernstig zorgen
over. Ze kijken nu al uit naar een nieuwe president, en zolang moet er
maar geprobeerd worden de schade te minimaliseren en de Amerikanen op een
slimme manier toch maar steeds bij de VN-les te houden. Misschien dat de
landen van de Europese Unie, toch het meest georganiseerde en de VN
welgezinde landenblok, daar eens een slimme strategie voor kunnen
verzinnen. Dat is een beetje de stille hoop die hier leeft.
Enfin, zo werd het een uiterst aangename (en smakelijke) lunch, waar de
hele wereldkaart van problemen, onmogelijkheden en wenselijkheden de revue
passeerde. Eigenlijk was dat misschien nog wel het sterkste argument van
Frank Majoor: de VN heeft in het denken over ontwikkeling een cruciale rol
gespeeld. Nieuwe concepten en gedachten komen vrijwel zonder uitzondering
uit de overleggen en achterkamertjes van de VN hier in New York voort. Dit
is niet alleen een vergaderclub, maar ook een strategisch en conceptueel
denklaboratorium. Een soort mondiale Tom Poes, voortdurend bezig om een
list te verzinnen. Dat is een waarde op zich. Jammer is alleen dat Bush zo
weinig weg heeft van Heer Bommel.
|
|
okt 11
|
Op bezoek in Harlem
Mijn verblijf in New York zit er bijna op. Morgen, woensdag, nog een dag,
waarbij ik op bezoek ga bij de Upper Manhattan Empowerment Zone (zie www.umez.org, een
organisatie die tot taak heeft om ‘distressed communities’ te
revitaliseren. Dat bezoek heeft het Nederlandse consulaat op mijn verzoek
georganiseerd, omdat ik – nu ik toch hier ben - wel eens wil horen hoe
het kan dat Harlem er de afgelopen tien jaar bovenop geholpen is. Ik ben
er afgelopen zondag geweest, en het is wonderbaarlijk hoe zo’n stadsdeel,
waarvan vijftien jaar geleden gezegd werd dat je daar al toerist beter
niet verzeild kon raken, weer een aantrekkelijk wijk is geworden. Dat
verhaal hoop ik morgen te horen.
|
|
okt 9
|
Vier dagen op bezoek bij de VN
Vier dagen ben ik nu – via de Nederlandse missie – bij de Verenigde Naties
op bezoek. Ik zal me geen definitief oordeel aanmatigen, want ik heb
alleen de buitenkant kunnen zien. Dat noopt tot enige bescheidenheid. Maar
je hoeft niet een heel erg doorgewinterd waarnemer te zijn om te kunnen
constateren dat de Verenigde Naties in hun eigen geschiedenis vastlopen.
Er is een structuur gekozen van vergaderen, resoluties indienen,
onderhandelen, vaststellen die het gevaar in zich draagt dat alles zich
opstapelt. Resolutie op resolutie, vergadering op vergadering, afspraak op
afspraak. Resoluties worden ook nooit als afgedaan beschouwd. Er zijn
landen die resoluties hebben ingediend en uitonderhandeld die vervolgens
eeuwig met zo’n peace of paper in de weer blijven. Zij zijn
resolutie-eigenaar en blijven dat om hun reputatie hoog te houden ook al
doet niemand er wat mee. In elke resolutie – het gaat om tientallen per
jaar - wordt het secretariaat opgeroepen om dingen te ondernemen, maar
niemand houdt bij of het secretariaat dat ook allemaal zou kunnen.
Iedereen weet overigens het antwoord: nee. De vergaderingen, de officiële,
zijn zich langzaam voltrekkende plichtplegingen. Wellicht noodzakelijk,
maar in ieder geval nutteloos.
Dat moet dus veranderen. Dat is ook één van de hoofdambities van Kofi
Anan, de charasmatische secretaris-generaal van de VN. Een beetje meer
efficiency, een beetje meer sturing en management. Maar hij moet daarin
uitermate voorzichtig zijn, want het wantrouwen ligt voor het oprapen. De
roep om efficiency wordt door veel landen in de Derde Wereld onmiddellijk
vertaald als een westerse coup om de macht naar zich toe te trekken. Dus
moet er voorzichtig gemanoeuvreerd worden en dan dreigt de hervorming
onmiddellijk dezelfde weg te gaan als alle onderwerpen: eindeloos
gemillimeter op papier en weinig zichtbare resultaten.
Stelt de VN daarom niks voor? Nou nee. Ik ben donderdag bij een
persconferentie geweest van het hoofd van de VN-vredesoperatie in Congo,
momenteel de grootste VN-operatie die er loopt. Dat land is totaal
ontregeld, overgeleverd aan hordes, een totale anarchie. Dat land kan
alleen door de Verenigde Naties bij de hand genomen worden en op weg
geholpen worden naar stabiliteit, naar ontwapening, naar repatrouillering
van de vele honderdduizenden vluchtelingen, naar een burgerlijk bestuur,
een rechtstaat. Daar is geen alternatief voor en dus doet de VN het, met
te weinig mensen en immense problemen, maar het gebeurt. Je hoeft zo’n
hoofd van zo’n missie maar vijf minuten te horen spreken of je bent
overtuigd dat hier buitengewoon belangrijk werk wordt geleverd.
Maar o wee, zelfs hier dringt het cynisme zich op. Want wat blijkt? De
westerse landen zijn allang niet meer de toptroepenleverancier van de VN-
vredesmachten die op vele tientallen plaatsen in de wereld actief zijn. De
meeste troepen worden geleverd door landen als India en Pakistan. Waarom?
Die jongens kunnen tijdens zo’n missie ongelooflijk veel verdienen. Ze
worden er rijk van en daarom kijken ze niet zo op een lijk. Terwijl de
westerse landen eigenlijk alleen nog maar willen komen als er min of meer
garanties zijn dat er niemand sneuvelt. Het gevolg is dat de leiding van
de operaties steeds vaker in handen is van westerse officieren, terwijl
het kanonnenvoer, boots zeggen ze hier, wordt geleverd door landen als
India, Pakistan, Zuid Afrika; de middenmoters van de wereldeconomie. Nu
ja, je kunt ook zeggen dat het niks uitmaakt, als het maar gebeurt. Zo is
het ook natuurlijk.
|
|
okt 5
|
Een wereldorganisatie van de Hoop
De Verenigde Naties blijven na een dag rondneuzen niet gemakkelijk te
begrijpen. Wat wij ervan zien is vooral veel vergaderfolklore. In het
grote gebouw aan de oever van de Hudson-rivier lopen duizenden mensen rond
met een pasje zoals ik dat inmiddels ook heb. Ze strijken neer in zalen,
en luisteren naar ceremoniële monologen. Er worden programma’s
geëvalueerd, er wordt gesleuteld aan resolutieteksten, maar je moet wel
een bijzondere gave hebben (of een heel gerichte taak) om dat allemaal
meteen te doorgronden. Luuk Blom (PvdA-Tweede-Kamerlid) en ik hebben dat
duidelijk niet.
Vanochtend hadden we op de Missie, zoals het kantoor van onze VN-delegatie
hier heet, wat dat betreft een aardige discussie. Op het programma stond
een brieving door de zogenaamde Permanente Vertgenwoordiger, zeg maar de
Nederlandse ambassadeur bij de VN, en zijn plaatsvervanger, de heren
Frank Majoor en Arjan Hamburger over wat er allemaal de komende weken nog
staat te gebeuren. Al snel ontstond er een discussie over de resultaten
van de Top. Dat zijn de resultaten die toen alle regeringsleiders hier bij
de opening van de VN-vergadering waren (half september) in een verklaring
zijn vastgelegd. Dat gaat dan over de aanpak van de mensenrechten,
peacebuilding, over de schuldenproblematiek, over de hervorming van de VN
zelf. In Nederland overheerste de teleurstelling over deze afspraken:
slappe hap, zo reageerden vrijwel alle politieke partijen in de TK.
Maar dat vindt de Nederlandse delegatie hier helemaal niet. Als je ziet
dat het bijna mis ging en dat er toch beweging in zit en dat de landen van
de Europese Unie zich nu verplicht hebben om op termijn echt 0,7% van het
BNP aan ontwikkelingsgelden te besteden en nog zo wat van die dingen, dat
ziet men dat hier toch echt als een vooruitgang.
Daar kun je ook anders tegenaan kijken. Want zij zijn , met alle respect,
in de grote organisatie van de Hoop, die de VN uiteindelijk is, de
officieren van de Hoop; zij moeten wel geloven dat het helpt, hoe kunnen
ze anders zich elke dag met volle overgave in dit circuit storten? Dus
zien ze overal en altijd vooruitgang en lichtpuntjes als ware het kleine
stapjes van een logge olifant (want 191 landen).
De vraag of die politiek van de trage kleine stapjes de facto niet
betekent dat we elke dag op meer achterstand komen, omdat de problemen
sneller groeien dan dat we met kleine stapjes kunnen bijhouden, die vraag,
is hier niet echt aan de orde. Blijdschap over wat er – desondanks – is
bereikt is hier de insteek, teleurstelling over wat er niet is bereikt kan
niet lang duren. We moeten verder.
De wereldorganisatie van de Hoop is toch vooral georganiseerde
machteloosheid. Er wordt hier over van alles en nog wat vergaderd, maar
vanmiddag constateerden we in een nieuwe brieving dat de
handelsbeperkingen eigenlijk nergens binnen de VN aan de orde zijn,
terwijl die wel allesbepalend zijn als het gaat over de vraag of
ontwikkelingslanden mee mogen spelen in de nieuwe economische wereldorde.
Daar moet voor elke oplossing wat aan gedaan over. Maar daar vergadert de
VN niet over. Dat is het terrein van de Wereldbank, de WTO, de jongens van
het harde geld. En die zitten niet in New York, maar in Washington. En
daar waait gewoon een heel andere wind.
|
|
okt 5
|
Internetten in mijn hotelkamer
Het is ongelooflijk, maar ik werk nu vanaf mijn hotelkamer. Ik vond een
kabeltje in de lade onder mijn bureau en ik dacht, goh laat ik dat even in
mijn netwerkkaart en in de muur steken. En warempel, hij doet het. Het
kost me geloof ik wel $ 45,- per week, maar dat moet maar even. Alles
heeft zijn prijs, zeker in New York, waar alles ongelooflijk duur is. Was
het vroeger zo dat wat bij ons de gulden was hier de dollar was (dus alles
twee keer zo duur), nu is alles wat bij ons 1 euro kost, hier twee keer
zoveel, dus dat is al gauw drie a vier dollar. En dat loopt snel op. Ik
heb voor een paar dagen ontbijtspullen en fruit ingeslagen (want anders
moet ik voor een lullig ontbijtje in dit hotel $15,- betalen), en
hopla...daar staat de kassa op $ 70, stil. Precies het bedrag dat
Buitenlandse Zaken mij geeft ter bestrijding van de dagelijkse kosten.
Veel te weinig, maar een kniesoor die daar op let. Je bent niet in New
York om te zeuren. Bovendien, waar wordt tegenwoordig niet een eigen
bijdrage gerekend. Hoe het ook zij, ik zit nu in mijn hotelkamer op
internet. Modern times. |
|
okt 4
|
Ground Zero
Ik moest natuurlijk even gaan kijken. Ons programma bij de VN begint
feitelijk pas woensdag, dus trok ik vanmiddag maar meteen naar Ground
Zero, die gapende wond die in het zuiden van Manhattan dagelijks herinnert
aan 9/11. Op zichzelf valt er weinig te beleven. Er is eigenlijk niets, ja
een bouwput met een hek eromheen. Maar toch is het bijzonder. Misschien
ook wel omdat de Amerikanen, geheel tegen hun gewoonte in, er (nog?) geen
dramatische attractie van hebben gemaakt. Er hangen wat boorden tegen een
hek, je ziet wat foto’s, maar verder is er niks, behalve dan dat er veel
mensen staan te kijken. Geen monument, geen kransen, geen eeuwige vlammen,
gewoon een bouwput in de zon, met heel spaarzaam zo hier en daar een
roestig overblijfsel van wat ooit het WTC was. Dat is mooi, meer heeft
niemand nodig om die herinneringen aan 9/11 levend te houden. Die gaan
vanzelf spreken als je hier staat.
|
|
okt 4
|
Binnen in het VN-gebouw
Het VN-gebouw prijkt trots aan de overs van de Houston-rivier. Het is een
groot en rijzig gebouw dat riekt naar de jaren zeventig. Van binnen
dompel je meteen onder in die sfeer die aan grote conferentie-oorden
eigen is en die moeilijk te omschrijven is. Ik associeer het altijd maar
met Oost-Euroopa: strakke marmeren gangen, licht bruine kleuren, giga-
zalen, overal; mensen lopen. Het heeft vermoedelijk meer met de bouwstijl
van de jaren zestig en zeventig te maken, dan met Oost-Europa, maar goed
het is evengoed een hele ervaring om er binnen te lopen. Ik ben nog niet
in de grote zaal geweest (staat morgen op het programma), maar ook in de
kleinere zalen heb je toch de indruk dat je op een wereldtoneel staat. Ik
zat een uurtje op de achterbanken van de Nederlandse delegatie in het
committe dat vergadert over social development, en werd daar getracteerd
op toespraken uit Bangladesh, Sudan, Saoedi Arabie. Dat heeft toch wel
wat, hoewel ik wel het idee had dat ik de enige was die luisterde. Maar
goed, het is natuurlijk een theater vol met rituelen, maar dat maakt het
niet minder leuk om een pasje te hebben waarmee je ongehinderd er
tussendoor kunt lopen. |
|
okt 4
|
Met businessclass naar New York
Van 4 tot en met 13 oktober verblijf ik in New York, waar ik deel
uitmaakt van de Nederlandse delegatie in de jaarlijkse vergadering van de
Verenigde Naties. Deel uit maken is een groot woord, ik ik loop meer mee
om te kijken hoe het gaat en zit op de achterbank bij allerhande
onderhandelingen. In dit weblog probeer ik, zoals altijd, regelmatig
verslag te doen. Hieronder de eerste aflevering.
Businessclass-reizen is moeilijker dan je denkt. Dat geldt vermoedelijk
voor meer dingen waarvan je eigenlijk vindt dat ze niet voor jou zijn
weggelegd. Als ze je dan plotseling toch overkom en, sta je te
schutteren. Dan weet je niet wat je tegen de Koningin moet zeggen, dan
sta je met je mond vol tanden bij die romanschrijver die je juist zo
bewondert en dan kan je geen zinnige vraag bedenken als je die
wondermooie actrice ineens de hand schudt.
Zo werkt het met mij in de businessclass. Elke keer als ik een
vliegtuig instapte, dacht ik dat zou ik ook wel eens willen. En vandaag
zat ik dan eindelijk in zo’n stoel met ongelooflijk veel beenruimte, met
armleuningen waarin de meest technologische geheimen verborgen lagen, met
stewardessen die je al weer een drankje aanboden voordat je het vorige op
had. En met een toilettasje waarmee je zeker een maand vooruit kunt,
mocht het toestel door ouderwetse kapers ergens in de woestijn belanden.
Businessclass dus.
Alleen, bij mij werkt het niet. Als iedereen een beeldscherm uit
zijn armleuning geschud heeft, zit ik nog hulpeloos op knopjes te
drukken. Er gebeurt niets. Ik zie medereizigers met afstandsbedieningen
in de weer, die bij mij vastgeklonken zit in de armleuning en met geen
mogelijkheid los te krijgen is. En dan die stoel. Mijn buurman tovert er
de prachtigste standen uit te voorschijn, voeten een beetje omhoog, rug
naar achter, hoofd een beetje recht. Ideaal. Alleen bij mij gaat alles de
verkeerde kant op.
Elke druk op de knop werkt averechts, elk geruk aan een
armleuning levert een gevaarlijk gekraak op. Ik schaam me dood. Ik val
hopeloos door de mand als businessclass-reiziger. Iedereen zit nu al
achter de televisie met pinda’s en een drankje en ik lig in de knoop met
een verkeerd geprogrammeerde stoel en een beeldscherm is bij mij in geen
velden en wegen te bekennen. Eindelijk word ik ontdekt door de
stewardess, die bij nader inzien ook al de lelijkste is die ik ooit in
een vliegtuig heb gezien. IJzig wijst zij mij op een handleiding die vlak
bij mijn voeten, maar toch zeker op een meter afstand in een zakje tegen
een muur rust. Een handleiding? Die heb je in economy-class niet
nodig.
Maar het werkt. Ineens begint alles de goede kant op te draaien.
Mijn stoel komt in een perfecte houding, en warempel daar komt het
beeldscherm boven water, en toont de vanzelf losgekomen afstandsbediening
mij een ongekend uitgebreid menu, waarin ik – in een aanbod van zeker
honderd films en documentaires - een geweldige documentaire van John
Appel kies over de Palio in Sienna, de beroemde paardenrennen in dit
Toscaanse stadje, waar ik ooit bij toeval in beland ben geraakt. Een
prachtig portret van folklore, die de moderne tijd met gemak weet te
overleven.
Als ik eindelijk rustig zit, vang ik voor het eerst de blik op
van mijn buurman: hè, hè, lees ik uit zijn ogen, welkom in de
businessclass.
|
|
|