|
Via dit weblog wil ik u op de hoogte houden van columns die ik schrijf, van gebeurtenissen waar ik bij ben geweest, van zaken die mij opvallen, van meningen die in mij opwellen, of van andere persoonlijke wetenswaardigheden. Het kan van alles wat zijn en het is ook sterk afhankelijk van hoe druk ik het heb. Reageert u vooral, ik zorg ervoor dat het geplaatst wordt, mits het natuurlijk wel ergens op slaat.
Een waarschuwing: in de loop der jaren kunnen links gewijzigd zijn waardoor ze niet allemaal meer werken. Dat geldt ook voor teksten van artikelen die u via het weblog via een link van deze website zou kunnen halen. Wegens een conversie van word-documenten naar pdf-documenten werken dergelijke interne links in weblogberichten voor mei 2009 niet meer perfect. In dat geval kunt u de artikelen beter ophalen via de knoppen 'journalist/publicist' --> 'artikelen' of anders via de speciale knoppen van het betreffende tijdschrift waarin het werd geschreven.
Als u wilt reageren kunt u mij een e-mail sturen via info@josvdlans.nl
| |
november 2005
|
nov 29
|
De kwestie Sam Pormes (3)
Dat was geen leuke vergadering deze morgen in de Eerstekamer-fractie van
GroenLinks. Sam Pormes was aanwezig om nog eens uit te leggen waarom hij
niet in kan gaan op het dringende verzoek van het partijbestuur om zijn
zetel ter beschikking te stellen. Hij wil de onwaarheden op de vier
dossiers blijven bestrijden. Maar tegelijkertijd houdt hij zich horende
doof voor het feit dat er een onhoudbare politieke realiteit is ontstaan
die zijn positie onmogelijk maakt. Daar kom je dus niet uit.
Discussie voeren we ook ook of het royementsbesluit van het partijbestuur
rechtmatig is. Ik twijfel daar niet over, hoewel er te twisten valt over
de timing. Maar alles afwegend rest het partijbestuur geen andere keuze.
Het einde van een heftige vergadering is dat we afscheid nemen van
Sam. Dat doet pijn, want hij is vanaf 2001 een aardige collega geweest,
waarmee we lief en leed gedeeld hebben. Dat gaat je niet in de koude
kleren zitten. Maar ik kan niet langer om de conclusie heen dat hij zich
zelf in de nesten heeft gewerkt en zijn positie politiek onhoudbaar is
geworden. Ik zelf had in zijn geval al maanden geleden de eer aan mijzelf
gehouden. In de loop van de dag laten we de voorzitter van de Eerste
Kamer weten dat Sam Pormes ten minste tot aan het einde van zijn
beroepsprocedure binnen GroenLinks niet langer deel zal uit maken van de
fractie van GroenLinks. Sam zelf zal hangende die procedure al zijn
politieke activiteiten opschorten. |
|
nov 28
|
De kwestie Sam Pormes (2)
De kwestie Sam Pormes is niet gelopen zoals ik had gehoopt. Ik hoopte dat
Sam zo verstandig zou zijn om de eer aan zichzelf te houden en zijn zetel
in de senaat, conform het verzoek van het partijbestuur, ter beschikking
te stellen. Daar was volgens mij voldoende reden toe na het verschijnen van het
onderzoeksrapport en na de erkenning van Sam zelf dat hij de partij niet op alle
zich daarvoor lenende momenten volledig of adequaat heeft geïnformeerd.
Ook al is hij het niet eens met de conclusies van de onderzoekscommissie op de
vier ‘dossiers’ (Jemen (1976), treinkaping (1977), schietpartij (1981) en
uitkeringsfraude (1998)), met zijn erkenning dat hij de partij
niet goed heeft geïnformeerd (zie daarvoor het NRC van 21 november) is
het in politiek opzicht einde verhaal. Met dat politieke feit kan hij
niet meer geloofwaardig als GroenLinks-senator functioneren.
Vorige week maandag hebben wij dat in een fractievergadering
proberen duidelijk te maken aan Sam. Bij die gelegenheid erkende hij wel
de politieke realiteit, maar vroeg (en kreeg) hij bedenktijd om alles nog
eens in alle rust op zich te laten inwerken. Ik had op dat moment nog het
vertrouwen dat hij tot een verstandig besluit zou komen en het hopeloze
van zijn situatie zou inzien. Als hij zou terugtreden dan zou hij ook
zijn handen vrij hebben om voor eerherstel te strijden op de vier
dossiers. Zeg maar de Bram Peper-methode, die indertijd aftrad als
minister om daarmee de handen vrij te hebben om zich te verdedigen. Hij
trad af omdat hij niet langer de belangen van de regering en van zijn
partij wilde schaden. Zo’n gebaar had ik ook van Sam verwacht.
Maar Sam besloot anders. Zaterdag nam hij een besluit. In een
brief aan partijvoorzitter Herman Meijer en fractievoorzitter Diana de
Wolff meldde hij het volgende:
‘Ik kan dan ook niet anders dan besluiten, het verzoek van het
Partijbestuur naast mij neer te leggen. Wanneer het orgaan dat mij heeft
gekozen om GroenLinks te vertegenwoordigen in de Eerste Kamer zou
besluiten mij terug te roepen zal ik mijn zetel ter beschikking stellen.
De zetel in de Eerste Kamer behoort politiek toe tot de Vereniging
GroenLinks en niet aan de persoon Sam Pormes, noch aan het Partijbestuur.
Zou ik tot een ander besluit zijn gekomen, dan zou dit onherroepelijk
hebben geleid tot een conflict met mijzelf. Leidraad voor mijn politieke
cultuur is niet alleen en uitsluitend de politieke realiteit. Elk besluit
leg je in eerste instantie voor aan jezelf. En ik moet het aan mijzelf
kunnen uitleggen. Zo niet dan schaadt het je eigen integriteit en dat is
voor mij een doodzonde. En daarmee zou ik het vertrouwen in mijzelf
opgeven. En die prijs kan en wil ik niet betalen. En als dit als politiek
naïef wordt gekenmerkt, dan hoop ik dat ik niet de enige deeltijd
politicus ben die deze eigenschap tot leidraad van zijn politieke cultuur
heeft gemaakt.’
Dat is dus – ik kan het niet anders zien - vragen om
moeilijkheden. Zelf toegeven dat je fout bent en zorgvuldiger te werk had
moeten gaan, maar daar niet de politieke consequenties aan willen
verbinden. Dat is moeilijk verteerbaar. Hij zet daarmee zowel het
partijbestuur als zijn fractie voor het blok. Want wat moeten die?
Afwachten tot er een officiële terugtredingsprocedure op gang gebracht zou zijn en afgewikkeld is bij een
congres en ondertussen doen alsof er niks gebeurd is? Dat zou
ongeloofwaardig zijn, alsof de hele kwestie een akkefietje is, in plaats
van een ernstige vertrouwensbreuk tussen partij en senator.
Het niet ingaan op het verzoek om terug te treden als senator,
kan derhalve niet onbeantwoord blijven. Dat antwoord kwam vanavond, na
een vergadering van het partijbestuur. Het partijbestuur kiest voor
royement en licht dat als volgt toe: ‘Het feit dat Pormes niet op het
verzoek ingaat is volgens het partijbestuur een miskenning van de
politieke realiteit die na publicatie van het onderzoeksrapport is
ontstaan. Het niet terugtreden van Pormes zorgt ervoor dat de integriteit
van GroenLinks als politieke partij in het geding is gekomen. Door zijn
weigering benadeelt hij de partij op onredelijke wijze. Dit is naar de
mening van het partijbestuur voldoende grond voor een royement (…). ‘
Het partijbestuur had ook kunnen kiezen voor het starten van een
terugroepingsprocedure (waarbij de kwestie wordt voorgelegd aan het
congres), maar neemt de weigering van Sam om terug te treden zo hoog op
dat zij kiest voor de kortste en krachtigste weg. Het uitgesproken royement houdt in dat
Sam Pormes onmiddellijk als lid is geschorst, in ieder geval voor de duur
van de eventuele beroepsprocedure. Het uitgesproken royement geeft Sam de
mogelijkheid om binnen een maand na ontvangst van de kennisgeving van het
besluit beroep te doen op de geschillencommissie van de partij, met de
mogelijkheid van beroep in laatste instantie op de partijraad. Dat
betekent dat de kwestie in januari afgerond zal zijn, terwijl dat in het
geval van een congres februari zou worden. Je kan het partijbestuur niet
verwijten dat zij een maand voor de gemeenteraadsverkiezingen niet op een
congres zit te wachten dat zich nog eens omstandig buigt over de kwestie
Sam Pormes. Met alle publicitaire gevolgen vandien.
Die stap van het partijbestuur laat ook de fractie van GroenLinks
in de Eerste Kamer vermoedelijk weinig keuze. Een geroyeerd lid kan
immers geen deel uitmaken van de fractie. Daarover gaan we dinsdagochtend
eerst maar weer eens vergaderen.
|
|
nov 27
|
IDFA: Street Fight en de Gekozen Burgemeester
Er zijn momenten dat ik wel eens twijfel of wij (de Eerstekamer-fractie
van GroenLinks) er goed aan hebben gedaan tegen de gekozen burgemeester
te stemmen. U weet het nog wel: het was de avond van Van Thijn, waarop de
linkse oppositie in de Eerste Kamer de grondwetswijziging die nodig is
voor het mogelijk maken van een gekozen burgemeester blokkeerde. Ik sta
daar nog steeds achter, maar soms overvalt mij twijfel. Is een
personendemocratie niet onvermijdelijk, denk ik dan? Vechten wij niet
voor een achterhaald idee(te weten een door de raad gekozen
burgemeester)?
Na het zien van de documentaire Street Fight van de Amerikaanse
filmmaker Marshall Curry (rechts op de foto) ben ik van elke twijfel verlost. De documentaire
was zondag te zien op de IDFA, en de organisatie had een groot aantal
politici uitgenodigd om de documentaire te bekijken en daarna in Hotel
American met elkaar in discussie te gaan over ‘het gekozen
burgemeesterschap’.
Het is een geweldige documentaire, die ik iedereen kan aanraden. De
documentaire laat de verkiezingsstrijd zien die in 2001 in Newark, een
stad op zo’n twintig kilometer van Manhattan, is gevoerd om het
burgemeesterschap. Het is een strijd tussen twee democraten, beide zwart.
De een Sharpe James (links op de foto) is inmiddels dik in de zestig en al sinds eind jaren
tachtig burgemeester, zijn uitdager is Corey Brooker (onder rechts), jong, onbekend en
charismatisch. De film laat vervolgens zien hoe zo’n campagne gaat, en je
gelooft je ogen niet. De zittende macht zet alle middelen in om de
nieuwkomer klein te houden. Er wordt geïntimideerd (door de politie), met
modder gesmeten, geïnsinueerd, gelogen, gedraaid.
Je ziet – met andere woorden – alle perversiteiten van de
personendemocratie de revue passeren. Wie als persoon de macht grijpt
bouwt aan een persoonlijk netwerk, waarin dienst- en wederdienst een
belangrijk ruilmiddel is. Het is niet alleen zo dat de politiek
personifieert, de macht doet dat tegelijkertijd, en wordt daardoor meer
en meer oncontroleerbaar. Vervolgens gaat politiek ook echt niet meer
over visies, meningen en programma’s, maar over personen.
Verpersonificering betekent letterlijk dat de politiek psychologiseert.
En dan is de volgende stap onvermijdelijk de personen spelen de
betrouwbaarheidstroef uit: de tegenpartij is onbetrouwbaar. Dat
mechanisme wordt dankbaar opgepakt door de media, die ook liever een
quote in de krant zetten over een persoon, dan een visionaire gedachte.
En uiteindelijk gaan er dan in Newark een kleine vijftigduizend mensen
naar de stembus in een stad met zo’n tweehonderdduizend inwoners. Iets
meer dan de helft daarvan kiest voor de zittende Sharpe James. Het hele
systeem, waarin met geld en modder gesmeten wordt, brengt een percentage
stemmers naar de stembus waaruit maar één conclusie valt te trekken:
slechts een heel kleine minderheid heeft er vertrouwen in.
Na zo’n – dodelijke – film is het natuurlijk interessant om te zien wat
de voorstanders van de gekozen burgemeester in Nederland daarvan vinden.
Hun reactie getuigt van de typisch Nederlandse naïviteit, waarvan ik zelf
dacht dat ie langzaam maar zeker aan het uitsterven is. Want wat zeggen
Boris Dittrich c.s.: “dat zal in Nederland niet gebeuren.’ Want: we
zullen zo’n verkiezingen met alle waarborgen en garanties omgeven. Nog
even afzien dat het mij moeilijk lijkt om ergens vast te leggen dat er
niet met modder gegooid mag worden, is de redenering totaal onzinnig,
omdat het negeert dat wat zij bijverschijnselen noemen, in feite tot het
wezen, tot de kern van dit personalistisch verkiezingssysteem gerekend
moet worden. Het systeem draait bij de gratie van een persoonlijk
achterwerk, bij psychologiserende media, bij op de persoon spelen. Je
kunt niet het systeem invoeren en de brandstof die het nodig heeft niet
gebruiken. Dat is ongelooflijk naïef.
Voorlopig stel ik voor dat de tegenstanders van de gekozen burgemeester
(dus niet van een door de gemeenteraad gekozen burgemeester, wat nog
steeds de beste optie is) bij elke discussie over dit onderwerp deze
film vertonen. Dat weet iedereen waar het toe leidt.
|
|
nov 26
|
Koning Burger in NRC en Volkskrant
Twee besprekingen van Koning Burger kon ik dit weekeinde aan mijn
verzameling toevoegen. De eerste stond vrijdag in de boekenbijlage van
het NRC Handelsblad en was van de hand van Maarten Huijgen. Alles
wijst er op dat hier ter redactie ets volledigs mis is gegaan. De
recensie staat op pagina 2 van het katern. Bovenaan de pagina staat een
kopregel: ‘Nederland en Suriname’, kennelijk was het de bedoeling om ter
gelegenheid van de dertigjarige onafhankelijkheid van Suriname hier een
aantal boeken over Suriname en Nederland te bespreken. Rechts op de
pagina treffen we ook een recensie van twee boeken over dat onderwerp
aan. Maar kennelijk was een andere recensie niet doorgegaan, en moest er
op het laatste moment besloten worden er iets anders neer te zetten. Dat
werd de bespreking van Maarten Huijgen van het boek van Dick Pels ‘Een
zwak voor Nederland. – Ideeën voor een nieuwe politiek’ en
mijn ‘Koning Burger’. De foto die kennelijk al geselecteerd was,
heeft men maar laten staan. Zo zien we een feestende Surinaamse vrouw in
een soort SM-outfit. Typisch Nederlands, dat wel, maar met beide boeken
heeft het niks van doen. Ook de kop ‘Verschanst achter een
keuzemenuutje’ is niet onaardig, maar op geen enkele wijze in verband te
brengen met de daaronder staande recensie. En de recensie tenslotte
getuigt al eveneens van haastwerk. In ieder geval niet van zorgvuldige
lezing van mijn boek. Het rare is dat het stuk plotseling afloopt alsof
er in de paniek van de eindredactie om de pagina toch maar te vullen
plotseling de laatste alinea’s zijn geschrapt omdat ze er niet in konden
en de krant naar de pers moest. Enfin, beetje een beetje gerecenseerd dan
niet gerecenseerd, en Huijgen valt een paar grote lijnen van het boek
niet onaardig samen. Hij constateert in ieder geval dat Koning
Burger ‘amusant en vlot geschreven is’. Waarvan acte.
Intrigerender was de column van Marjolijn Februari in de de
Volkskrant van zaterdag 26 november, waarin ze naar Koning Burger
verwijst. Niet alleen omdat ze zeer aardige dingen over het boek zegt
(‘een verstandig boek met verstandige aanbevelingen voor het herinrichten
en het heropleven van de publieke sector’), maar omdat ze op een mooie
manier haar ergernissen de vrije loop laat over wat ik maar even
het ‘veralgemeniseringscorset ‘noem. Ze schrijft: ‘Maar naast al deze
aandacht voor kleinschaligheid geeft Van der Lans ook een beschrijving
van de individuele burger in de huidige tijd. En in die beschrijving van
de verwende welvaartsmens herkende ik eigenlijk niemand. Niet alleen
mezelf herkende ik er niet in, maar ook niet de mensen in mijn omgeving
en zelfs niet de mensen die ik op straat voorbij zie komen met hun eigen
emoties en hun afzonderlijke levens. Ik herkende de beschrijving wel -
die had ik vaker gelezen - maar ik herkende de individuen niet in de
beschrijving. Kende ik niemand die voldeed aan het beeld van de
zelfbeschikkende en lichtgekwetste Koning Burger? Dat is bijna
wereldnieuws, schreef Jos van der Lans verbaasd in een reactie. En dat is
ook zo. Als ik eerlijk ben herken ik mijn eigen individuele bestaan en
dat van anderen nooit in algemene, intellectuele beschouwingen over
menselijk gedrag, en dat is inderdaad bijna wereldnieuws. Daarom zet ik
het vandaag ook maar eens in de krant.’
Een stukje verderop schrijft ze: ‘Voor zover we individuen zijn, blijft
daar in de statistieken en de journalistieke beschouwingen en de
sociologische analyses bar weinig van over. Het is vast efficiënter om
het innerlijk van mensen niet stuk voor stuk te beschrijven, maar in de
efficiëntie van de grote greep gaat veel belangrijks verloren.’ Om na een
kleine uitwijding over een organisatiedeskundige die uit een oogpunt van
efficiency wat overbodige zestiende noten uit een onvoltooid stuk van
Schubert zou verwijderen te eindigen met: ‘Voor veel filosofen,
sociologen en economen zijn de details van ieders leven waarschijnlijk
net zo nodeloos ingewikkeld als zestiende noten. Maar als je nou juist
aan die details je begrip ontleent? Dan valt er toch wel iets te zeggen
voor een - onvoltooide - theorie van de individuele gevallen.’
Ik kan haar daarin alleen maar gelijk geven. Maar dat is wel een soort
gelijk waar je weinig aan hebt. Want Februari klaagt niet alleen mijn
verhaal aan, maar – inderdaad – de sociologie of willekeurig welke andere
sociale wetenschap die juist aan het puur individuele proberen te
ontsnappen door algemene uitspraken te doen die voor meer mensen gelden.
Dat ‘veralgemeniseringscorset’ is overal. Het is de zuurstof van de
wetenschap, de media, de politiek en zorgt ervoor dat de theorie van het
individuele – helaas – wel altijd onvoltooid zal blijven. Er is overigens
wel een genre dat meer recht doet aan wat Marjolijn dwarszit. Het zal wel
geen toeval zijn dat we dat ‘fictie’ hebben genoemd.
Beide besprekingen kunt u rustig nalezen als u even een kijkje
neemt op de
Koning Burger-pagina op deze site. |
|
nov 24
|
Lagerhuis-debat bij SEV
De SEV (Stichting Experimenten Volkshuisvesting) is een van de
leukste clubs in de Nederlandse volkshuisvesting. Het moet een soort
innovatieclub zijn, een gezelschap vol met sprankelende ideeën, en dat
lukt onder de enthousiasmerende leiding van René Scherpenisse (rechts op de foto, links staat Aedes-voorzitter Willem van Leeuwen)
steeds beter. René is sinds een jaartje de nieuwe directeur van de club
en lijkt er volledig in zijn element. Nadat het een tijdje stil was bij
de SEV, bruist het weer.
Vandaag had de SEV de mensen die in allerlei netwerken rondom hen heen
gegroepeerd zijn bij elkaar gehaald om te discussiëren over de
strategische jaarvisie 2006. Dat gebeurde in een soort Lagerhuis-formule,
waarbij over stellingen werd gediscussieerd. Ik was gevraagd om als een
soort jurylid op te treden, met als taak om bij elke ronde een winnaar
aan te wijzen. Aangezien ik altijd wordt gevraagd om mee te discussiëren,
kon ik deze kans niet laten lopen.
Het viel behoorlijk tegen. Niet alleen was het moeilijk om in het steeds
verder krimpende gezelschap winnaars aan te wijzen (gemiddeld genomen
discussiëren mensen heel behoorlijk, alleszins redelijk en met goede
argumenten, dus hoe kom je dan aan een winnaar?), nog mogelijker was het
om me er niet mee te bemoeien als mensen echt onzin beweren. Dat lukte
dus niet.
Ondanks de magere opkomst, was het leuk om te doen. Het valt moeilijk
samen te vatten wat er allemaal gezegd is, maar over de drie
programmalijnen van de SEV (1. Keer de verloedering, 2. Beweeg de
woningmarkt, 3. Maak maatschappelijke ondernemingen van corporaties) valt
het nodige te discussiëren. Dat blijkt. De prijzen gingen naar Steven de
Waal (Public Space, Boer & Croon), Talja Blokland (hoogleraar
samenlevingsopbouw), André Ouwehand (OTB) en Els Lubbers (Albeda college
Rotterdam).
Meer informatie over de SEV vindt u op:
www.sev.nl |
|
nov 23
|
GroenLinks Zeeburg presenteert kandidaten
Alle politieke partijen zijn druk in de weer met het vaststellen van de
kandidatenlijsten. Ook GroenLinks dus. Ik zit in de kandidatencommissie
voor het stadsdeel Zeeburg. Deze heeft begin december een voordracht
gedaan. Nieuw is daarbij dat de voordracht niet meer per plaats gaat
(1,2,3,4,5,etc.), maar per groep. Dat wil zeggen de kandidatencommissie
geeft aan wie zij geschikt acht voor het raadslidmaatschap, maar laat de
keuze daarna volledig aan de leden. Dus in het geval van Zeeburg hebben
wij vijf geschikte kandidaten voor vermoedelijk drie zetels. Dat is
afgezien de lijsttrekker, want daarvoor was eigenlijk maar een kandidaat:
Astrid Kuiper (op de foto rechts, links jan Hoek). Astrid is bekend van de buurtinitiatieven die zij met anderen in de Indische Buurt heeft genomen (Hallo BuuF). Zij vormt samen met wethouder Jan Hoek de verkiezingskopgroep (Jan is
dus nummer twee op de lijst), waarbij Jan gaat voor het wethouderschap.
Hij wil zijn karwei afmaken, zeg maar. Mocht GroenLinks Zeeburg
onverhoopt in de oppositie komen, dan treedt Jan terug.
Bij zo’n nieuwe procedure moet er dus ook een mogelijkheid zijn dat
kandidaten zich kunnen presenteren. Daartoe was vanavond de gelegenheid
in het centrum Nowhere, midden in de Indische Buurt. Aan mij de eer om
onze kopgroep te interviewen, wat leidde tot een gezellig en
informatief gesprek. Daarna kon er aan tafels met de kandidaten die voor
de overige verkiesbare plaatsen gaan, gediscussieerd worden, zodat de
leden kunnen proeven wat voor vlees er in de kuip zit. Dat was een
uiterst geanimeerd gebeuren, voor bij elkaar zo’n dertig leden. Waarbij
als relativering mag gelden dat als je de leden van de
kandidatencommissie (6), de leden van het afdelingsbestuur (3), de
zittende raadsleden (4) en de voorgestelde kandidaten (10) optelt, dat je
dan al aardig op dat getal zit. Maar goed, dat maakt niet uit, want dat
is wel het kader en er niks mis dat zij met elkaar uitmaken wie
GroenLinks in Zeeburg gaat vertegenwoordigen.
Voor meer informatie over de kandidatenlijst, kijk op de Zeeburg-sitevan GroenLinks. |
|
nov 22
|
Algemene Politieke Beschouwingen en Genoegdoening
Vandaag was het complete kabinet (ministers en staatssecretarissen) op
bezoek in de Eerste Kamer in het kader van de jaarlijkse Algemene
Politieke Beschouwingen. Dat is een verplicht nummer waar de meeste
fractievoorzitters in de Eerste Kamer zeer aan hechten, maar wat in feite
weinig voorstelt. Lange beschouwingen vinden een echo in een alles
overtreffende solobeschouwing van minister-president Balkenende. Het CDA
durft zijn sociale gezicht toch niet te tonen, de VVD ziet economisch
herstel gloren en D66 doet er niet toe. De oppositie brengt cijfers over
armoede (De Geus), houdt verhalen over gebrek aan empathie (Verdonk),
toont de ijzige werking aan van discriminatie op de arbeidsmarkt, maar
helpen doet dat niet. De regering ontkent, meent goed bezig te zijn, ligt
op schema en zo gaan we na twaalf uur vergaderen over tot de orde van de
dag. Morgen zult u er niks over in de krant lezen en ook al zullen wij –
zoals elk jaar – voorstellen om dit nietszeggende ritueel te schrappen,
volgend jaar komen weer alle ministers en staatssecretarissen voorrijden
en staan de chauffeurs de hele dag voor het gebouw uit hun neus te
peuteren.
Daarom gaat de originaliteitsprijs van de Algemene Politieke
Beschouwingen dit jaar naar de Socialistische Partij. Zij waren op het
aardige idee gekomen om de twee moslims die een paar weken geleden met
veel geweld en gedoe uit de trein werden gehaald (maar geen enkele kwaad
in hun zin hadden) en die nu al wekenlang om enige genoegdoening vragen
op de tribune uit te nodigen en rond te leiden door het kamergebouw. Zo
zaten er ineens twee baardige moslims op de tribune, waarvan iedereen
zich angstig afvroeg wat die daar deden. Tot ze door SP-fractievoorzitter
Tiny Cox in zijn toespraak uit de anonimiteit werden gehaald en werden
voorgesteld. Of minister-president Balkenende of een andere minister niet
even meteen zijn excuses kon aanbieden. Prachtig. Balkenende gaf geen
krimp. Maar die jongens waren heel tevreden, vonden het geweldig en
liepen trots en fier door het gebouw. Dat was voor hun al een soort
genoegdoening. Een pluim dus voor onze collega’s van de SP.
In de wandelgang veel gesproken over Sam Pormes (zie weblog, 21
november). Iedereen heeft met hem te doen, hij heeft de laatste jaren
veel sympathie verworven van de collega’s. Maar iedereen ziet - even
afgezien van de feitelijke gebeurtenissen – dat de situatie politiek
onhoudbaar voor hem is. Onvolledig informeren en dat toegeven is – zo
weet elke politicus - een politiek doodzonde die niet zonder gevolgen kan
blijven. Zuur maar onvermijdelijk. Van Sam zelf is vandaag geen nieuws
vernomen. Hij laat in Assen terecht alles nog eens op zich inwerken.
Vandaag of morgen maakt hij duidelijk wat hij gaat doen.
|
|
nov 21
|
De kwestie Sam Pormes (1)
Vanavond een extra fractievergadering gehad over de kwestie ‘Sam Pormes’,
zoals het killetjes in de wandelgang zal gaan heten. Het is buitengewoon
onplezierig om zo over een collega te moeten spreken, waarmee je jaren
wekelijks plezierig hebt samengewerkt. Dat gun je niemand. Maar goed
de kwestie komt nu op scherp te staan, vanwege de publicatie van het
onderzoeksrapport van de commissie-Tas, die in opdracht van het
partijbestuur van GroenLinks is nagegaan of Sam tijdens alle stadia van
zijn politieke carriere voldoende informatie heeft gegeven over zijn
verleden. De commissie is daar zonneklaar over: dat heeft Sam niet, en
voor het eerst heeft Sam vanaovond ook in het NRC Handelsblad
erkend dat hij in dat opzicht onvolledig is geweest. Hij had de partij
beter moeten informeren, wat overigens niet wil zeggen dat hij het eens
is met de beweringen/beschuldigingen die over zijn persoon de ronde doen.
Hij erkent slechts dat hij kennis had van die beweringen en ziet in dat
hij GroenLinks op de mogelijke risico’s had moeten wijzen. Bij NOVA heeft
hij dat nog eens met zoveel bewoordingen herhaald.
In de fractievergadering hebben we er bij Sam op aangedrongen om nu even
in alle rust de ernst van de situatie te wegen. Er ligt nu zowel een niet
langer te negeren politiek feit (een vertrouwensbreuk tussen hem en de
partij) dat niet zonder gevolgen kan blijven, als zijn persoonlijke
verlangen om zich ten opzichte van de GroenLinks-leden te verantwoorden
en te verdedigen, omdat hij meent onheus behandeld te zijn. Wat de
waarheid precies is, zal vermoedelijk nooit precies te achterhalen zijn,
maar het lijkt mij een gerechtvaardigd verlangen dat Sam in de partij op
enigerlei wijze ruimte krijgt om zijn verhaal te doen. Hopelijk wordt
daar een weg voor gevonden.
Voor de volledigheid hieronder de verklaring van het partijbestuur van
GroenLinks, zoals vanavond is vastgesteld:
Het Partijbestuur heeft kennis genomen van het rapport van de
onderzoekscommissie inzake het verleden van senator Sam Pormes en van de
bevindingen van de commissie. Het partijbestuur heeft conclusies
getrokken zowel ten aanzien van de relatie tot betrokkene als ten aanzien
van het optreden van de partij zelf in deze zaak.
1. De commissie heeft van het partijbestuur de centrale onderzoeksvraag
meegekregen ``Heeft de heer Pormes in verschillende stadia van zijn
politieke loopbaan de partij naar waarheid en voldoende volledig
geïnformeerd over zijn verleden``. De commissie komt tot de eindconclusie
dat Sam Pormes in zijn politieke loopbaan ten aanzien van de onderzochte
gedragingen niet of onvolledig openheid van zaken heeft gegeven aan
GroenLinks. Het partijbestuur onderschrijft deze conclusie en neemt haar
over. Het concludeert ook dat de handelwijze van betrokkene het
partijbelang schade toebrengt. Op grond van deze conclusie zegt het
bestuur zijn vertrouwen op in senator Sam Pormes en verzoekt hem zijn
zetel per direct ter beschikking te stellen.
2. Het partijbestuur constateert dat door verschillende partijorganen in
de loop der jaren onzorgvuldig is gehandeld waar het de omgang met het
verleden van Sam Pormes betreft. De oorzaken van deze onzorgvuldigheden
liggen soms in partijcultuur, soms ook in de organisatiestructuur. Het
partijbestuur besluit:
- Dat de informatieplicht van de kandidaat en de gekozene voorop blijft
staan
- Een beter integriteitsbeleid te formuleren en de integriteitsvraag een
meer centrale plek te geven in de kandidatenprocedures als ook in de
partij
- Een protocol te maken ten behoeve van de kandidatencommissie om de
beantwoording van de integriteitsvraag te toetsen
- Al te stringente statutaire belemmeringen voor het bewaren van
informatie weg te nemen.
Wie in een oogopslag alle verhalen over sam Pormes wil overzien kan hier terecht. |
|
nov 21
|
Wim Bot tevreden over Koning Burger
Zie het weblog van Wim Bot: botlog. |
|
nov 20
|
Zevenheuvelenloop Nijmegen: plaats 6305
De Nijmeegse Zevenheuvelenloop is ondanks zijn massale karakter één van
de leukste wedstrijdlopen van Nederland. Het is een prachtig parcours van
15 kilometer, dat wonderbaarlijk snel is omdat het in de eerste
kilometers onopavallend stijgt en in de laatste kilometers (als je moe
bent) opmerkelijk daalt. Dat loopt lekker. Voor mij is het omdat ik in
Nijmegen gestudeerd heb en er twaalf jaar gewoond heb extra leuk: zo’n
bezoek aan Nijmegen heeft altijd iets van weer thuiskomen.
Vandaag liep ik mijn tweede Zevenheuvelenloop. Ik wist dat ik mijn tijd
van vorig jaar 1:09:41 niet kon verbeteren. Dat was – voor mijn doen –
een extreem goede tijd, ik was toen in bloedvorm en denk niet dat ik die
tijd ooit nog verbeter. Bovendien had ik dit jaar – door rugklachten en
drukke bezigheden - sinds de marathon van Amsterdam nauwelijks serieus
getraind. Vandaar dat ik al heel tevreden was geweest als ik net onder de
1:15:00 zou hebben gelopen, want dan loop je elke kilometer keurig in 5
minuten. En dat is een pittig tempo.
Het is uiteindelijk 1:12:02 geworden. Een stuk sneller dan ik van te
voren gedacht had. Gemiddeld ging elke kilometer in 4.48 minuten, en dat
is bepaald niet slecht. Vorig jaar lag dat gemiddelde net onder de 4.40.
De drie 5 kilometer tijden waren respectievelijk: 23.59, 24.16 en 23.47.
De laatste 5 kilometer ging dus het snelste, wat dus alles met die
afdaling richting Nijmegen te maken heeft.
In de totaaluitslag vond ik me terug op de 6305e plaats. Dat lijkt niks,
maar je moet het wel zien op een totaal van 21272 deelnemers. Je kunt het
ook zo zeggen: 29% van de deelnemers was sneller, maar 71% van de mensen
was langzamer. Bijna dezelfde verhouding geldt ook als je naar mijn
leeftijdsgroep kijkt (mannen 50-54 jaar). Daar vind je mij terug op de
595 plaats op een totaal 2081 leeftijdgenoten.
|
|
nov 18
|
Alkmaar:, LPB-dagen: VOORBIJ DE VRAAGSTURING
In Alkmaar was ik vanochtend ochtendspreker op de laatste dag van de
LPD-dagen, die op 17 en 18 november plaats vonden. De LPD is het Platform
voor wijkgericht werken, waarin zich alle gemeenteambtenaren verenigd
hebben die met wijkgericht werken bezig zijn (wijkcoördinatoren,
wijkmanagers, noem maar op). Zeg maar een soort VNG voor wijkgerichte
ambtenaren.
In de zaal zaten ruim 200 mensen die op donderdag de hele dag bezig waren
geweest in workshops en discussies, op donderdagavond met elkaar
gedineerd hadden en vervolgens tot in de kleine uurtjes nog hadden
geswingd. De LPD-dagen zijn niet alleen informatief, maar voor nogal wat
gemeentelijke wijkambtenaren een leuk uitstapje. Op het einde van de dagen wordt bovendien de Marktplaats-trofee uitgereikt. Het leukste en aansprekendste wijkgerichte project. Dit jaar ging de prijs naar Zoest (zie foto). Meer informatie daarover vindt u op: www.lpb.nl.
Ondanks al de nachtelijke inspanningen trof ik een dankbaar gehoor die
echt geinteresseerd luisterde naar mijn tirade tegen het aanhoudende
vraagsturingsdenken en mijn pleidooi om de publieke sector te gaan
organiseren van de de Kleinst Denkbare Organisatorische Eenheid (k-DOE):
de relatie tussen burger en professional. Dus niet in termen van
producten, niet in termen van output, niet in termen van koning-klant of
de burger-centraal, maar gewoon als mensenwerk, als betrekking. Wat komt
daar voor kijken? Wat moet je doen? Wat moet je laten?
Dat is een thema waar je me 's nachts voor wakker kunt maken, omdat
eenmaal startend vanuit de k-DOE je allerlei ontwerpfantasiën kunt
ontwikkelen. Zoals ik dat ook in hoofdstuk 8 (Reinventing public sphere)
van Koning Burger probeer te doen. Bovendien kan ik er al mijn verhalen in kwijt over frontprofessionals. En zo te horen vonden de meeste
aanwezigen het een inspirerend betoog, ondanks het feit dat ik ze drie
kwartier op hun stoel hield. Of misschien moet ik zeggen: dankzij het
feit dat ik ze drie kwartier de gelegenheid bood om bij te komen van hun inspanningen op de Alkmaarse dansvloer en bar de nacht
er voor.
Zoals in Alkmaar beloofd vindt u de lezing op deze site terug. Een keer
als word-nestand en een keer als power-point-presentatie. U kunt deze
bestanden aanklikken op de pagina LEZINGEN. Bovenaan de lijst op deze
laatste pagina treft u de twee bestanden aan. Even klikken en ze
verschijnen in uw beeldscherm.
De ontwerpprincipes stammen uit hoofdstuk 8 van Koning Burger.
Meer informatie vindt u op de aparte Koning
Burger-pagina op deze site. Daar kunt u zich ook eigenaar maken van
een kortingsbon, waarmee u het boek in de winkel met € 2,50 korting kunt
kopen.
|
|
nov 17
|
Publieke omroep in diepe crisis
Het gaat niet goed met de publieke omroep. De financiële vooruitzichten
zijn dramatisch, de staatssecretaris werkt aan een hervorming die
werkelijk niemand ziet zitten en feitelijk niet uitvoerbaar is en te
vrezen valt zelfs dat waar nu aan gewerkt zou moeten worden, namelijk een
betrouwbare plaats van de publieke omroep in de wereld van de nieuwe
media, dreigt geheel stil te vallen. Na een middagje werkbezoek van de
commissie cultuur van de Eerste Kamer aan de omroepbazen en coördinatoren
in Hilversum valt er moeilijk een andere conclusie te trekken.
Over de oorzaak van de malaise kan geen misverstand bestaan: de publieke
omroep verliest zienderogen terrein. Qua aanhang onder jongeren, qua
kijkcijfers aan de commerciëlen en qua reclame-inkomsten. Dat heeft
natuurlijk met elkaar te maken. Maar het is moeilijk concurreren met Joh
de Mol die zo rijk is dat hij rustig kan zeggen dat hij de komende jaren
200 miljoen verlies incalculeert op Talpa. Dat kan je moeilijk
marktwerking noemen, terwijl alleen de verschijning van Talpa enorme
repercussies heeft voor de publieke omroep, die beeldbepalende mensen
kwijt raakt, reclame-inkomsten kwijt raakt en kijkers kwijt raakt. Het
marktaandeel is inmiddels onder de dertig procent gekelderd, en alles
wijst er op dat de publieke omroep in een negatieve spiraal belandt.
Alleen al in 2006 dreigt een tekort van 100 miljoen te ontstaan. Als je
dat tekort bestrijdt door nog verder te gaan snijden (de omroepen hebben
de afgelopen jaren al honderd miljoen bezuinigd), verlies je dus weer aan
kwaliteit, en dus aan aantrekkelijkheid en dus weer aan marktaandeel. En
Mady van der Laan heeft laten weten op geen enkele manier bereid te zijn
het verlies aan reclame-inkomsten te compenseren.
Dat is een. Maar het vooruitzicht wordt nog dramatischer als je daarover
heen nog een de toekomstplannen van Van der Laan legt die voortvloeien
aan het Paasakkoord. Die zetten alle vormen van samenwerking op scherp,
brengen de bestaanszekerheid van de omroepverenigingen terug tot 33
procent en zijn – in de ogen van de omroepbazen – onuitvoerbaar. Nu
schreeuwen zij wel vaker moord en brand, maar voor het eerst zeggen ze
dat op een punt dat de positie van het publieke bestel echt aan het
wankelen is. Niemand, werkelijk niemand in Hilversum, van Raad van
Bestuurslid tot programmaleider, van omroepdirecteur tot netcoördinator
heeft ook maar enig vertrouwen in de plannen van Van der Laan.
Eigenlijk heeft Van der Laan ook nauwelijks steun in politiek Den Haag.
Het is de hogere orde van het coalitiebelang, gekoppeld aan de impliciete
agenda van de VVD, die haar nog in koers houdt. De VVD ziet in de
financiële rampspoed een mooie mogelijkheid om langs natuurlijke weg te
komen tot een koude sanering van het net en het publieke bestel terug te
brengen naar twee netten (vgl. België, vlg. BBC). Dat lijkt goed
verdedigbaar, maar wie waarde hecht aan de pluriformiteit, aan
omroepverenigingen, ziet dat dat niet zomaar in twee netten geperst kan
worden. Wie daarvoor kiest, moet dus eigenlijk de omroepverenigingen
afzweren en dat durft niemand nog aan. Zelfs Mady van der Laan niet.
Het drama leidt bovendien af van de echte discussie die we zouden moeten
voeren. En die gaat over de vraag: wat is de publieke ruimte (en hoe zou
die er uit moeten zien) in de oneindige wereld van de nieuwe media. Want
dat gedoe met die netten is natuurlijk tegen de ongekende mogelijkheden
van de nieuwe media oude-mannenfolklore. Om de publieke omroep in dat
nieuwe geweld goed op de kaart te zetten, zou Van der Laan alle troeven
moeten zetten op samenwerking per net en verder digitale
identiteitsontwikkeling, bijvoorbeeld met themakanalen. Daar moet mee
geëxperimenteerd worden, daar moeten mensen elkaar op vinden, daar moet
de publieke omroep in het offensief om niet op achterstand gezet te
worden. Wat nu nodig is, is dus investeren. Wat we krijgen is is
kortzichtigheid en benepenheid.
Het is interessant om te horen dat de omroepen dat zelf lijken te
beseffen. Een dezer dagen maken EO, NCRV en KRO (de spelers van Nederland
1) bekend dat zij gezamenlijk een consortium zullen vormen om deze
uitdagingen aan te pakken, Niet om samen te gaan, niet om identiteiten op
een hoop te gooien, maar om de uitdagingen krachtiger tegemoet te kunnen
treden. De VARA en VPRO (Nederland 3-spelers) overwegen hetzelfde. Die
ontwikkelingen zou Van der Laan moeten ondersteunen, maar wat ze doet is
het tegendeel. Het duurt denk ik niet lang of in Den Haag slaan het CDA
en de PvdA de handen in elkaar, om de plannen van Van der Laan naar het
rijk der fabelen te verwijzen. Dan ligt de toekomst van de publieke
omroep in handen van een volgend kabinet. Dat is winst, want slechter dan
wat van der Laan had bedacht kan niemand meer verzinnen. Het heeft
slechts een nadeel: misschien is het al te laat.
|
|
nov 16
|
Een generaal in de Peperklip
Tien jaar geleden schreef ik samen met Paul Kuijpers het manifest Naar
een modern paternalisme, een oproep voor een minder vrijblijvend,
minder afstandelijk en meer gepassioneerd sociaal beleid. Dat was toen
nieuw, nogal wat mensen hadden er moeite mee. Het verwijt dat wij de klok
wilden terugdraaien (wat overigens nergens op sloeg ) was snel
gemaakt. Inmiddels leven we tien jaar verder en is de roep om een
directere aanpak, er bovenop zitten en in de leefsituatie van mensen
aanwezig zijn en interveniëren al weer aardig gewoon aan het worden.
Huisbezoek is niet langer een vreemd woord.
Vandaag leidde ik in het vakbondsmuseum De Burcht (zie
www.deburcht-vakbondsmuseum.nl/
) een conferentie, georganiseerd
door de Public Affairs Groep (zie
www.pag.nl), met als titel
BETUTTELING of BETROKKENHEID? – Leefbaarheidsinitiatieven op
portiekniveau. En daar ging het precies over dat thema:
interveniëren/aanwezig zijn in het dagelijkse woonbestaan van burgers.
Een hoofdrol in de conferentie was weggelegd voor Hans Vliege,
floormanager van het complex De Peperklip in Rotterdam-Zuid. Dat is een complex dat in elk
architectuurboek voorkomt, omdat het begin jaren tachtig gebouwd is door
Carel Weeber, een van Neerlands vooraanstaande architecten. Het complex
bevat zo’n 560 sociale huurwoningen en is eigenlijk vanaf het begin in 1983
buitengewoon problematisch geweest. Verloedering, criminaliteit,
vernieling – wie in de Peperklip kwam te wonen kon echt nergens anders
meer terecht. Twee jaar geleden besloot Vestia tot een laatste
wanhoopsoffensief en vroeg Hans Vliege, vestigingsmanager in de Haagse
Spoorwijk, om als generaal op te treden.
Vliege betrok een kantoor in het complex, kreeg een vrijbrief en
begon het complex bijna letterlijk te heroveren. Dat had een harde kant:
regels zijn er om na te komen, wie ze aan zijn laars lapt krijgt een
boete of vliegt er uit, dat had een fysieke kant: goede sloten, snel
klachten opknappen; dat had een sociologische kant: in plaats van
iedereen lukraak naast elkaar te laten leven sorteerde Vliege zijn
bewoners (in samenspraak) in drie soorten leefstijlen (op zichzelf
gericht, op de ander gericht, en studentikoos) en maakte het via interne
verhuizingen mogelijk om mensen zo bij elkaar te brengen. Tot slot had
het ook een welzijnskrant, want er zijn allerhande activiteiten in
speciale ruimten voor jongeren en voor vrouwen. Je kunt meer lezen over
het project op de website:
www.peperklip.nl.
En zie: het wonder geschiedde. De Peperklip normaliseert, sterker:
het is een aantrekkelijke woonplek geworden, waar mensen zich op
wachtlijsten laten plaatsen. En dat in ander half jaar door er bovenop te
zitten, het gezonde verstand te gebruiken, niets aan duidelijkheid te
wensen over te laten en zeker zijn van je zaak. Zo heeft Vliege de beste
advocaten ingehuurd om de echte lastpakken de wacht aan te
zeggen,precieze afspraken gemaakt met de wijkagent, parkeerbeheer en
milieupolitie om elke overtreding ogenblikkelijk op de bon te slingeren.
De hamvraag is natuurlijk: hou je dit vol, is het resultaat duurzaam.
Vliege gaat over een paar jaar weg, en zakt de boel dan niet als een
pudding in elkaar? Nee, zegt Hans Vliege, ‘je moet de interventie zien
als het aanbrengen van kurken. Daar moet de sociale structuur vervolgens
zelf op gaan drijven. Je moet wel een huismeester hebben die gezag heeft,
autoriteit heeft en er bovenop zit, je moet de regels handhaven, dat moet
je blijven doen, maar ik ben niet meer nodig.’ De oorlog is gewonnen, de
generaal kan met pensioen.
Het is te vroeg om de vraag te beantwoorden of Vliege gelijk heeft.
Interessanter is de vraag wat zijn aanpak nu betekent voor het
functioneren van corporaties in niet-oorlogstijd, in niet-
oorlogsgebieden. Moet je dan ook niet veel meer investeren in
duidelijkheid, strengheid, gezamenlijke regels, die betekenisvol zijn?
Dat is in ieder geval wel het idee achter het project ‘ongeschreven
regels’, dat de Public Affairs Groep in Amsterdam-Noord met een aantal
corporaties uitvoert, en waar men samen met portiekbewoners regels
vaststelt en expliciet maakt. Het project is te simpel om waar te zijn:
je gaat bij elkaar zitten en spreekt af wat voor regels er in het portiek
gelden, waarna je die op papier zet en er een handtekening onder zet.
Maar het werkt. Er gebeurt iets wat mensen van belang vinden, maar vanuit
zichzelf niet meer in staat zijn om het te doen. Dus als de corporatie
dan als vliegwiel functioneert, werkt dat. Niet om problemen aan te
pakken (want dan werkt dit niet), maar om het leven leefbaar te houden,
aangenamer. En dat is een waarde op zichzelf. Zie:
www.ongeschrevenregels.nl
.
Zo liet de conferentie allerhande vormen van bemoeienis zien die niet zo
heel erg lang geleden nog als paternalisme werden afgedaan. Het tij lijkt
te keren. Hoewel.... toen ik de aanwezige corporatiemedewerkers (zo’n
veertig) vroeg of zij hun corporatie een generaal á la Hans Vliege zagen
benoemen, gingen er opvallend weinig vingers de lucht in. Een beetje er op af, meer met bewoners bezig zijn, oké, maar de rol van
generaal in oorlogstijd, tja, dat is voor velen nog een brug te ver.
|
|
nov 13
|
Hogere machten helpen GeuzenMiddenmeer D3
ZSGO/WMS D2 was voor GM D3 een totaal onbekende tegenstander. Het team
was onlangs aan de poule toegevoegd, en in hun sportpark in Bos en Lommer
waren we zelfs nog nooit geweest. Misschien was het daarom dat de Geuzen
geconcentreerd aan de wedstrijd begonnen. Er liepen een paar uit de
kluiten gewassen jongens bij de tegenstander, die – zo bleek al snel –
stevig konden uithalen. Maar de Geuzen-verdediging reageerde alert, en
bouwde het spel van achteruit op.
Na zo’n vijf minuten kwam na zo’n rustige combinatie op het
middenveld de bal in het bezit van Lewis, die behendig een mannetje
uitspeelde en toen – precies zoals van te voren was afgesproken – de bal
de diepte in stuurde, loepzuiver in de ruimte tussen de achterhoede en het
doel van ZSGO/WMS (wel een heel erg onaantrekkelijke naam voor een voetbalclub overigens, maar dit terzijde). Doordat de laatste man net iets verkeerd stond
opgesteld, kon onze spits Maarten de bal mee nemen in de loop, het
strafschopgebied binnen stormen en de aanval vlekkeloos afronden met een
beheerst schot in de linkerbovenhoek: 0-1.
Die opsteker bracht het beste bij de D3 boven. Er werd fel
gespeeld en flink gecombineerd. Dat leidde op de rechtervleugel tot een
combinatie waarbij Joaquim, Mees en opnieuw Lewis betrokken
waren. Uiteindelijk wist Lewis de achterlijn te halen waar hij de bal
scherp voorzette precies voor de voeten van onze plotseling bij de eerste
paal aangekomen linkerspits Rinus, die de bal perfect in het doel werkte:
0-2. Een doelpunt uit het boekje. We waren nog maar tien minuten bezig en
de mooiste uitgespeelde doelpunten van het seizoen stonden al op het
scorebord. Dat beloofde wat.
Maar ZSGO/WMS liet het er niet bij zitten. De jongens herpakten
zich, en begonnen steeds meer druk op de Geuzen-verdediging uit te
oefenen. Ineens vlotten de combinaties van de D3 wat minder en plotseling
ontstonden er hachelijke situaties voor het doel, waarbij de bal als in
een flipperkast door het strafschopgebied bewoog. Gelukkig wisten Daan,
Max, Tycho en Jan en niet in de laatste plaats keeper Shaquille op het
beslissende moment nog hun voet tegen de bal te zetten, waardoor een
doelpunt kon worden voorkomen.
De druk hield echter aan. De spirit van het eerste kwartier was
weg bij de Geuzen. Duels werden steeds vaker verloren. Een tegentreffer
leek een kwestie van tijd. En ja, zo’n tien minuten voor de rust, draaide
de spits door de verdediging heen en vuurde een venijnige schuiver
richting doel die Shaquille net niet onder controle kon krijgen: 1-2.
Met moeite haalde de Geuzen daarna het rustsignaal.
Had de coach van de tegenpartij een donderspeech afgestoken of was er een
kalmeringsmiddel in de limonade van de D3 gedaan, we zullen het nooit
weten, maar feit is dat de Geuzen als drollen aan de tweede helft
begonnen en zich helemaal lieten terugdringen door een ontketend
ZSGO/WMS. Corner op corner, kans op kans, de bal kwam bijna niet meer het
strafschopgebied uit. Niemand keek er dan ook verbaasd van op toen de
bal na weer een aanval van ZSGO/WMS ineens in het net lag. Een paar
minuten later leek een catastrofe onafwendbaar toen alle Geuzen bij een
corner sprakeloos, bewegingsloos en nutteloos toekeken hoe de tegenpartij
de bal in het doel kon koppen: 3-2.
Nog een kwartier te gaan. Niets wees erop dat de Geuzen deze slag
te boven zouden komen. Het sprankelende spel waarmee de jongens aan de
wedstrijd waren begonnen was in geen velden of wegen te bekennen.
Maar
gelukkig nam ZSGO/WMS wat gas terug. Zowaar begonnen de Geuzen weer aan
een aanval, die onze uitblinker Lewis (foto rechts) in het strafschopgebied bracht,
waar hij zich bijna in een schietpositie manoeuvreerde, maar daarvan
afgehouden werd door een tegenstander die hem aan zijn shirt naar beneden
trok. Precies voor het oog van de scheidsrechter, die dan ook resoluut
naar de stip wees. Typisch een klusje voor Rinus, die vanaf elf meter
genadeloos en volkomen onhoudbaar verwoestend uithaalde: 3-3.
Dat gaf weer hoop. De wedstrijd was opnieuw in evenwicht, en het
begon zowaar weer een beetje te lopen bij de Geuzen, waar het middenveld
met Dani. Lewis en Joaquim, ondersteund door onze inschuivende man Max,
wat meer greep op de wedstrijd begon te krijgen. Zou er dan toch nog een
overwinning inzitten?
Ai, de perspectieven werden ineens een stuk zorgelijker toen onze
laatste man Daan hinkend het veld moest verlaten met een opspelende oude
enkelblessure. Dat scheelt achterin een slok op een borrel en ZSGO/WMS
leek opeens haar kans weer te ruiken. De ploeg begon opnieuw te drukken.
Maar de verdediging hield goed stand en de supporters begonnen te hopen
dat er tenminste nog een gelijkspel in de wacht kon worden gesleept.
Niet dus, tien minuten voor tijd brak de spits van ZSGO/WMS
ineens door om vanaf de zestien meter lijn verwoestend uit te halen: 3-4.
Dat leek de genadeslag. Niemand geloofde nog in de kansen van de Geuzen.
De Geuzen zelf eigenlijk ook niet meer.
Maar er gebeurde een wonder. Een onbesuisde beweging van één van
de ZSGO/WMS-verdedigers leverde de Geuzen drie minuten voor tijd een
vrije trap op de rand van het strafschopgebied. Weer een klusje van
Rinus, die de bal net niet helemaal goed leek te raken, maar de bal toch
met een merkwaardige curve in de rechterkruising zag verdwijnen: 4-4.
Ongelooflijk. Hogere machten moeten de Geuzen goed gezind zijn geweest.
En het was nog niet voorbij. Drie minuten voor tijd wordt er door
Thomas en Mees n aan de rechterkant volop doorgejaagd op de verdedigers,
waardoor via een kaats de bal ineens aan de linkerkant van het veld in
een vrije loop voor Rinus (foto links) komt. De bal rolt richting rand
strafschopgebied. De keeper verkleint zijn doel, de laatste man zet een
sliding in, Rinus ligt in volle vaart en kan – als hij de bal als eerste
bereikt - maar één ding doen: onmiddellijk richting doel schieten. Zou
hem dat lukken?
De supporters houden hun adem in. Rinus is een tel eerder bij
de bal dan de laatste man, twee tellen eerder dan de aanstormende keeper
en hij weet de bal met een uiterste inspanning langs de uitkomende
doelman te schuiven. Zijn schot is niet hard, eerder tergend langzaam.
Een speler van ZSGO/WMS zet de achtervolging in, die ogenschijnlijk niet
kansloos is, maar als hij de bal tegenhoudt is deze de lijn al
gepasseerd. De vierde van Rinus ligt erin. Het onmogelijke is gebeurd:
Geuzen staat – met nog twee minuten te gaan - met 5-4 voor.
Die laatste minuten zijn bloedstollend. ZSGO/WMS komt nog een
paar keer gevaarlijk dicht in de buurt van het doel van Shaquille, alle
zeilen moeten worden bijgezet, professioneel wordt de bal over de zijlijn
gewerkt. Minuten duren uren. Maar dan fluit de scheidsrechter voor het
eindsignaal en is GeuzenMiddenmeer D3 een overwinning rijker waarover nog
lang zal worden nagesproken. Het is jammer dat de tegenstander zo'n beroerde naam heeft, want nu zal de herinnering altijd gekoppeld worden aan de vraag: hoe heette die club ook alweer?
|
|
nov 11
|
Eerste Kamer conferentie GroenLinks
In de Eerste Kamer vond vandaag de conferentie plaats die de
Eerste Kamer-fractie van GroenLinks jaarlijks in het najaar organiseert.
De plechtige vergaderzaal van de Eerste Kamer was volgeladen, met meer dan honderd deelnemers moest er worden
uitgeweken naar stoeltjes tussen en achter de reguliere groene
bankjes. Zo'n grote opkomst behoeft geen verbazing, want de
conferentie was georganiseerd naar aanleiding van de bundel die het
Wetenschappelijk Bureau Groen Links had uitgebracht onder de titel:
Vrijheid als ideaal. Daar is de in de pers de afgelopen weken veel
over te doen geweest, niet in de laatste plaats omdat de pers Femke
Halsema meende te kunnen betrappen op een knieval voor rechtse liberale
denkbeelden. Dat valt allemaal erg mee, zo bleek vandaag in de Eerste
Kamer, waar Femke Halsema de jongste GroenLinks-voorstellen voor hervorming voor
de sociale zekerheid toelichtte. Daarbij kiest GroenLinks welbewust en consequent
partij voor de outsiders op de arbeidsmarkt en stelt zij de
vergaande bescherming van de insiders ter discussie.
De discussie tijdens de conferentie ging over veel meer
vragen. Zoals: hoe paternalistisch de politiek mag zijn, in hoeverre een
vrijheidsideaal en paternalisme te verenigen zijn en in hoeverre de
hervorming van de sociale zekerheid à la GroenLinks niet ten koste gaat
van de solidariteit. Allemaal buitengewoon interessante kwesties, die
zoals dat altijd gaat bij conferenties natuurlijk niet helemaal tot op de
bodem ontleed konden worden, maar die wel aantonen dat bij links
interessante discussie plaats vinden.
Wie meer wil weten over de voorstellen van Femke Halsema en
Ineke van Gent over de hervorming van de sociale zekerheid à la
GroenLinks lkan terecht op de GroenLinks-site. Op dezelfde site kan je ook
meer te weten komen over het boek dat onder redactie van Bart Snels bij
uitgeverij Boom is uitgebracht, en waarin een elftal auteurs zich buigen
over de betekenis van het vrijheidsbegrip voor linkse politiek. Zie GroenLinks:
publicaties. |
|
nov 11
|
Mooie recensie Volkskrant
Het is waar: iedere auteur kijkt na verschijnen van zijn boek
met angst en beven naar de krant om te kijken hoe zijn boek wordt
afgemaakt (of de hemel in geprezen) door de recensenten. Bij een boek als
Koning Burger kan dat ook nog wel eens een wekenlang durende
kwelling zijn, want er kunnen weken overheen gaan voordat er iets in
krant verschijnt. En soms verschijnt er zelfs niks, dan heeft de redactie
in haar wijsheid gedacht dat het boek geen bespreking waard was, of is de
recensent ziek geworden. Verschrikkelijk.
Maar ik mag mij gelukkig prijzen want de Volkskrant kwam vandaag
in het boekenkatern Cicero al met een recensie, die ook nog eens positief
van toon was. Daar wordt een eenvoudig boekenschrijver gelukkig van. Een
citaat uit de recensie van Arnold Koper: 'In zijn aanstekelijk
geschreven Koning Burger stelt Van der Lans zich de vraag hoe het zo ver
heeft kunnen komen. Zijn antwoord bestaat uit een intrigerend mengsel van
(impliciete) zelfkritiek, nostalgie naar de tijd dat gezag en goed
eomgangsvormen nog telden, en een gedetailleerde analyse van de fouten
die de overheid en de publieke sector de afgelopen decennia hebben
gemaakt.' Mooi gezegd, toch?
Wie de recensie gemist heeft, kan deze nalezen op de
Koning Burger-pagina (te tekst staat in de lijst onder: 2005-11 Volkskrant - recensie Arnold Koper Cicero 11-11-05.doc. |
|
nov 9
|
Bij NCRV Plein Publiek op Radio 747
Vandaag was ik op te beluisteren op radio 747 bij NCRV's Plein
Publiek, het lifestyle programma van de NCRV. Na de klok van tien uur
begon het programma met vijf persoonlijke vragen: 1. met wie wil je een
avondje uit?; 2. wat voor afwijking heb je?; 3. wat wilde je vroeger
worden?; 4. waar heb je een hekel aan?; 5. waar baseer je je je hoop op?
Wie mijn antwoorden wil weten, en nog eens tekst en uitleg wil horen over
Koning Burger kan de komende vijf dagen de uitzending nog eens
naluisteren op: Plein Publiek, 9 november |
|
nov 8
|
Mark Rutte ontvangt Koning Burger
Het was volle bak in de Eerste Kamer bij de presentatie van mijn boek
Koning Burger – Nederland als zelfbedieningszaak. Alle bankjes
vol, dat maakt een Eerste Kamerlid niet vaak mee. Maar dan moet je dan
wel een heel boek voor schrijven.
Het eerste exemplaar overhandigde ik aan staatssecretaris Mark Rutte, wat
op zichzelf verwonderlijk is: een senator van de oppositie die een boek
aanbiedt aan een lid van het kabinet, waar in zijn ogen weinig van deugt.
Maar ik had daar een aantal redenen voor.
Rutte is een politicus naar mijn hart: open in zijn communicatie,
helder in zijn standpunten, spontaan en rechtstreeks in zijn
confrontatie. In de tweede plaats heeft het net zo’n grote hekel aan
bureaucratische introvertie, aan naar binnen gekeerde instellingen als
ik. In de derde plaats probeert hij die geslotenheid open te breken door
burgers sterker te laten staan, ook al iets wat in mijn boek wordt
uitgewerkt.
En omdat het basisprobleem van het boek – hoe organiseer je
de publieke sector zo dat burgers zich niet als consumenten maar als
producenten gedragen – veel verder reikt dan een toevallig kabinet en in
feite alle partijen aangaat, was Mark Rutte de eerst aangewezen persoon
om het in ontvangst te nemen. Zijn reactie, waarin hij de zoektocht in
het boek in grote lijnen nog eens bevestigde, onderstreepte nog eens de
juistheid van die keuze.
De discussie met Marjolijn Februari (ondermeer Volkskrant-
columniste) en Joost Divendal (hoofdredacteur van De Journalist)
spitste zich toe op de vraag of het beeld van Koning Burger dat uit het
boek opstijgt wel terecht is. Marjolijn Februari las daar een naargeestig
beeld uit: de burger deugt niet, wat zij een gevaarlijke gedachte voor
een politicus vindt. Zij herkende zich er als burger niet in, en kende in
haar omgeving ook niemand die aan dat beeld voldeed.
Dat laatste leek mij bijna wereldnieuws. Koning Burger staat niet zozeer
voor een persoon, maar meer voor een ontwikkeling. Het geeft aan dat de
mentaliteit, het zelfbeeld van Nederlanders zich ontwikkeld heeft van
klein naar groot, van statisch naar dynamisch, van standsbewust naar
ondernemend, van onderdaan naar zelfbeschikker. Dat is de culturele
bevrijding van de jaren zestig/zeventig, en dat is niet negatief, niet
zuur, geen verwenning, maar pure winst.
Maar – en dat is de hoofdstelling van het boek – deze emancipatie
van de persoonlijke geldingsdrang is – bijna onvermijdelijk – gepaard
gegaan met een erosie van publieke overwegingen. Terwijl het
private ‘publiek’ ging, week het publieke terug. Niet alleen in de
samenleving als geheel, maar zelfs in de mentaliteit van het individu.
Dat is niet zozeer egoïsme, dat is een andere wijze van in de wereld
staan, van de wereld ordenen en becommentariëren. Het lijkt mij moeilijk
om in Nederland individuen te vinden die zich aan dat proces hebben
kunnen ontrekken.
Daardoor zijn de incidenten/botsingen waarin de individuele
vrijheidsdrang zich onvoldoende rekenschap geeft van de omgeving, waarin
het eigen belang niet gerelativeerd kan worden, toegenomen. Dat komt –
daarover handelt het tweede deel van het boek - omdat de
vertegenwoordigers van publieke moraal – door mij met een verzamelnaam
aangeduid als publieke officials - met de opmars van de burger in
het publieke domein de aftocht hebben geblazen.
Dat is dus niet – en ik realiseer me dat de titel Koning Burger wat dat
betreft aanleiding kan geven tot misverstanden – een
naargeestig beeld, of een ontkenning van het feit dat er ook veel goede
dingen zijn die burgers doen. Het geeft alleen aan dat er een
dubbelzinnigheid en onevenwichtigheid in ons gedrag is geslopen. Dat kan
alleen veranderen als we daarmee sterker en nadrukkelijker geconfronteerd
worden, en dat kan – om een lang verhaal kort te maken – alleen als die
vertegenwoordigers van de publieke moraal, de publieke officials
dus, terugkeren in het publieke domein, waaruit zij zich met de opmars
van burgers sinds de jaren zeventig steeds meer hebben teruggetrokken. En
dat betekent dat we op een andere manier na moeten denken over hoe we de
publieke sector organiseren. In het boek worden daar (hoofdstuk 8) tien
ontwerpprincipes voor gepresenteerd die tot zo’n andere gedachtegang,
zo’n andere ordening moeten uitnodigen. Ik geef ze hier – zonder tekst en
uitleg, daarvoor is het boek – prijs om een beeld te geven waar je dan
aan moet denken.
1. Zoek de frontlinies op
2. Maak reële medezeggenschap mogelijk
3. Geef professionals ruimte
4 Hou bureaucratische verplichtingen binnen de perken
5. Beloon loyaliteit van burgers
6. Geef professionals een gezicht, durf kleinschalig te denken
7. Expliciteer regels en zet aansprekende professionals aan het werk
8. Leg verantwoording af aan burgers
9. Handel oplossingsgericht en proactief, fouten maken mag
10. Behandel burgers zoals jezelf behandeld wenst te worden
Maar goed. Ik begin al meteen weer tekst en uitleg te geven. Terwijl ik
in dit weblog gewoon eigenlijk alleen maar wilde aanstippen dat de
tendooplating van Koning Burger een geslaagde bijeenkomst
opleverde, met een discussie die er toe doet, maar die natuurlijk nog
lang niet gelopen is. De bedoeling van het boek is nu juist de discussie
verder te brengen. Het begin is in ieder geval veel belovend. Met een kortingsbon kunt u in de boekhandel € 2,50 korting krijgen op het boek. De bon kunt u printen, als u hier klikt. Voor meer informatie over het boek kunt u terecht op de
Koning Burger-pagina. |
|
nov 7
|
Presentatie KONING BURGER
UITNODIGING
Op 7 november presenteer ik in de Eerste Kamer mijn boek Koning
Burger – Nederland als zelfbedieningszaak , dat die dag
verschijnt bij uitgeverij Augustus. In dit boek probeer ik me te verstaan
met het nieuwe Nederland, zoals zich dat de laatste jaren aan ons
voordoet. Het boek valt in drie delen uiteen. De eerste hoofdstukken
gaan over de publieke emancipatie van burgers (deel I: Koning Burger...),
dan volgen vier hoofdstukken over de exodus van professionals uit de
frontlinies van de samenleving (deel II: en zijn professionele
onderdanen…) en het boek eindigt met een pleidooi om de publieke sfeer te
herontwikkelen (deel III: op zoek naar publiek leiderschap). Zo
opgeschreven klinkt dat tamelijk abstract, maar wees gerust: het boek
brengt de hedendaagse politieke cultuur heel concreet en gelardeerd met
vele persoonlijke anekdotes in beeld.
Op 7 november overhandig ik in de Eerste Kamer het eerste
exemplaar van
het boek aan staatssecretaris Mark Rutte. Het laatste hoofdstuk uit het
boek heet namelijk ‘Waarom Mark Rutte deugt’ en heeft als vertelstructuur
een werkbezoek dat ik ooit samen met hem in Hoorn heb afgelegd.
Daarna vindt er onder leiding van Peter van Lieshout (WRR) over het
boek een gesprek plaats met Mark Rutte, Joost Divendal (hoofdredacteur
van de Journalist), Marjolijn Februari (elke zaterdag te bewonderen in
het Volkskrant-katern Het Betoog) en ondergetekende. De presentatie
begint om 15.30 uur.
Wie deze presentatie wil bijwonen, kan zich op geven bij uitgeverij
Augustus. Stuur een email naar:
uitgeverij Augustus .
Gegevens:
Bijeenkomst: Presentatie Koning Burger – Nederland als
zelfbedieningszaak
Datum: 7 november 2005
Aanvang: 15.30 – 16.45 uur (na afloop borrel in de Noen-zaal)
Met een kortingsbon kunt u in de boekhandel € 2,50 korting krijgen op het boek. De bon kunt u printen, als u hier klikt.
|
|
nov 4
|
NIJMEGEN FEESTREDE SSN
Deze zaterdag hield ik in de ING-zaal van het gebouw de Vereeniging in
Nijmegen ter gelegenheid van het verschijnen van het boek Nijmeegs
Drukwerk. Drukkerij SSN 1969-2000. De SSN is de drukkerij die geboren
is uit de Nijmeegse studentenbeweging en die na een moeilijke periode nog
steeds bestaat. De SSN was niet alleen de huisdrukker van de SUN, maar
van al het linkse drukwerk dat in de jaren zeventig in Nijmegen werd
vervaardigd. En dat is heel wat. Enfin, het werd een avondje
herinneringen ophalen. Hieronder een fragment uit de lezing:
Nijmeegs drukwerk. Drukkerij SSN 1969-2000 is een fascinerend
boek. Ik realiseerde mij bij het lezen ervan ook ineens dat ik deel uit
maak van een generatie, en ik denk dat dat voor velen geldt in deze zaal,
die eigenlijk bestond en bestaat bij de gratie van drukwerk. De
verandering van de jaren zestig en zeventig werden voortgestuwd door
papier, papier en nog eens papier. Het was naast een seksuele en
ideologische revolutie eigenlijk vooral een papieren revolutie, zo kunnen
we achteraf vaststellen.
En de impact daarvan is enorm gebleken. De seksuele en
ideologische revolutie is inmiddels wel uitgewoed, maar de papieren
revolutie is onverminderd doorgedenderd en heeft inmiddels bezit genomen
van alle staatsapparaten. Slim als ze is heeft de generatie van zestigers
en zeventigers er alleen een andere naam aan gegeven: we noemen het niet
meer maatschappijkritiek, maar beleid. Daarmee hebben we heel Nederland
veroverd en hoewel je er over kunt twisten of dat een feestrede waard, is
het onmiskenbaar dat de ontdekking van de mogelijkheden van de drukpers
door deze generatie bij die wonderlijke drukkerij de SSN aan de wieg van
die ontwikkeling heeft gestaan. Op geheel eigen wijze heeft die drukkerij
er aan bijgedragen dat in Nederland niet zozeer de verbeelding aan de
macht kwam, maar het papier. En papier is, zoals wij in de loop der jaren
met vallen en opstaan ontdekt hebben, allesbehalve revolutionair, maar in
de eerste plaats geduldig.
Voor de hele tekst ga naar journalist -> lezingen, bovenaan de lijst vindt u het document 2005-11 NIJMEGEN - feestrede SSN.doc |
|
nov 4
|
Ondersteboven. Andere kijk op dans en jongeren
19 november 2004 vond in Lelystad een conferentie plaats over de vraag
hoe dans, jeugdbeleid en jongerencultuur elkaar kunnen versterken. Ik
schreef naar aanleiding daarvan samen met Wies Rosenboom een beschouwing
die in het februari-nummer van DANS verscheen en later ook nog
eens werd afgedrukt in het tijdschrift 0|25. (Mocht u
geinteresseerd zijn: zoek in de lijst artikelen bij journalist ->
artikelen op deze site.)
Het materiaal van deze conferentie is, samen met een beschrijving van een
aantal projecten ('Good practices') waarin jeugdcultuur en dans met
elkaar verknoopt zijn geraakt, gebundeld in een nieuwe brochure van het
Landelijk Centrum voor Amateurdans (LCA). Wie snel aan de weet wil komen
waar het bruist en swingt, een ook nog nieuw en jong is, is met deze
brochure meteen bij de tijd.
De brochure kost € 7,50. U kunt deze
bestellen door het bedrag over te maken op rekening 540731 ten name van
LCA te Utrecht onder vermelding van 'Ondersteboven'. Voor meer info zie
de site van het LCA. |
|
|