|
Via dit weblog wil ik u op de hoogte houden van columns die ik schrijf, van gebeurtenissen waar ik bij ben geweest, van zaken die mij opvallen, van meningen die in mij opwellen, of van andere persoonlijke wetenswaardigheden. Het kan van alles wat zijn en het is ook sterk afhankelijk van hoe druk ik het heb. Reageert u vooral, ik zorg ervoor dat het geplaatst wordt, mits het natuurlijk wel ergens op slaat.
Een waarschuwing: in de loop der jaren kunnen links gewijzigd zijn waardoor ze niet allemaal meer werken. Dat geldt ook voor teksten van artikelen die u via het weblog via een link van deze website zou kunnen halen. Wegens een conversie van word-documenten naar pdf-documenten werken dergelijke interne links in weblogberichten voor mei 2009 niet meer perfect. In dat geval kunt u de artikelen beter ophalen via de knoppen 'journalist/publicist' --> 'artikelen' of anders via de speciale knoppen van het betreffende tijdschrift waarin het werd geschreven.
Als u wilt reageren kunt u mij een e-mail sturen via info@josvdlans.nl
| |
juni 2007
|
jun 29
|
Klein Suriname revisited
Vandaag opent de Volkskrant met het bericht dat
stadsdeelraadsleden van met name de PvdA tegen alle afspralken in tussen
2004 en 2006 geen enkele poging hebben gedaan om belangenverstrengeling te
voorkomen en niet geaarzeld hebben om zich in te spannen voor subsidies aan
organisaties waar ze zelf persoonlijk gewin bij hadden. Ook een
ex-Leefbaar-raadslid en een ex-SP-raadslid treft in deze blaam.
Opmerkelijk aan de berichtgeving, en ook die in Het Parool van
gisteren, is dat het als een incident wordt gepresenteerd. Het probleem is
echter dat het geen incident is, maar een hardnekkige cultuur die in
Zuid-Oost al tot vele drama’s, ruzies en faillisssementen heeft geleid. En
precies omdat deze kwesties in Zuid-Oost nu al meer dan vijftien jaar aan
de orde zijn, is het gedrag van vooral de PvdA-raadsleden (al die tijd de
natuurlijke machthebbers in Zuid-Oost) zo laakbaar. Het is echt
onvoorstelbaar dat de huidige raadsvoorzitter zich verweerd door op zijn
‘goede intenties’ te wijzen. Alsof dit soort kwesties in Zuid-Oost geen
verleden hebben.
Dat wreekt des te meer nu het zich laat aanzien dat iedereen zich in
zuidoosterlijke sociaaldemocratische kringen opmaakt om de kwestie met de
mantel der liefde af te doen. Want kennelijk heeft deze partij helemaal
niets van de recente geschiedenis opgestoken. Alles is al honderd keer
gezegd, en ze doen het gewoon nog een keer. Niet op dezelfde destructieve
schaal als tien jaar geleden, maar kennelijk met dezelfde vorm van
onverschilligheid ten opzichte van de basisregels van integer openbaar
bestuur. Dat had ik dus graag in de Volkskrant en Het Parool
gelezen, maar kennelijk kost het deze redacties te veel moeite om bij een
beetje alarmerend rapport de eigen archieven eens te raadplegen.
Want laten we niet vergeten dat in feite ook de Alcides-affaire, het
grootste faillissement dat het welzijnswerk ooit in Nederland gekend heeft,
terug gaat op een volkomen ondoorzichtige financiële structuur die in de
Bijlmer zijn geboortegrond had. In mijn weblog van 6 juli 2005 berichtte ik
daar het volgende over en omdat anderen hun archieven niet lichten doe ik
het dan zelf maar:
10.00 uur. . Vandaag kreeg ik een telefoontje van iemand
die mij terugnam naar het begin van de jaren negentig naar Amsterdam
Zuid-Oost. Door een toevallige samenloop van omstandigheden had de persoon
in kwestie zich verdiept in de Stichting Buurtwerk Zuid-Oost, afgekort als
BZO en dus de voorganger van Alcides. Dat bleek een vreemde club, het
bestuur stond onder leiding van Evan Rosenblad, die zich in die jaren als
Surinaamse allochtoon kandideerde voor de Tweede Kamer op de lijst van de
PvdA, maar toen hij eenmaal verkozen was bleek hij zijn curriculum
goeddeels uit zijn duim gezogen te hebben en moest hij alweer na drie weken
het veld ruimen.
Aan de stichting hing, aldus mijn zegsman, een geur van gerommel. De
statuten waren niet
opvraagbaar, er waren geen heldere oprichtingsstatuten, namen waren
onduidelijk, er lagen geen integrale financiële jaarverslagen, er werd
alleen per subsidie en project afgerekend. Er heerste, kortom,
schimmigheid. Die sfeer maakte onheldere verknopingen mogelijk met wat ik
hier maar even aanduid als de informele Surinaamse economie met contacten
tot diep in Paramaribo.
Feit is bovendien dat Albert van Wingerden al die jaren directeur van BZO
was, hij stond in 1987 aan de wieg van de fusie die deze stichting
mogelijk maakte. In die zin zou je kunnen zeggen dat de financiële
ondoorzichtigheid die Alcides uiteindelijk de kop kostte al veel eerder
geboren is. Er is sprake van een lange traditie die zich in de nieuwe
organisatie heeft doorgezet en die zich het best laat omschrijven als
beleidsmatige ondoorzichtigheid. Ik heb het zelf wel eens grappend
samengevat als “Klein Suriname’. Financiële informaliteit behoorde tot het
wezen van de moederorganisatie van Alcides.
En in het weblog van 10 juli:
Suriname Nieuws Waterkant berichtte in 2004 het volgende
over de Suriname-Alcides-connection:
De Amsterdamse welzijnsstichting Alcides heeft zeker een half miljoen
euro in Suriname en Amsterdam-Zuidoost gespendeerd, geld dat niet te
verantwoorden is. Er zijn door Alcides, dat grotendeels bestaat van
overheidsgeld, onduidelijke betalingen verricht aan personen die niet
zijn gemeld aan de eigen accountant. Ook blijkt het bestuur een aparte
stichting, Alcides Suriname, te hebben opgericht zonder de eigen raad van
toezicht hierover te informeren.
Dat heeft interim-bestuurder Paul Sturkenboom begin december geschreven
aan de raad van toezicht. Bij het doornemen van het dossier Suriname
stuitte hij onder meer op 'hotel-, reis-, verblijfs- en telefoonkosten in
Suriname van personen die niet in dienst zijn (geweest) van Alcides'
en 'facturen van (reis)organisaties aan Alcides van fl. 107.000
respectievelijk fl.67.000, gedateerd eerste kwartaal 2001'.
Wat met de rest van het half miljoen is gebeurd, is onduidelijk.
Sturkenboom vond de aanwijzingen voor fraude in elk geval sterk genoeg om
een forensisch accountant (financiële bedrijfsrecherche) in te schakelen.
Van dit voornemen zag hij later af, mogelijk onder druk van de raad van
toezicht. Die is het niet eens met de strekking van de brief. Na eigen
onderzoek blijken de beweringen van Sturkenboom 'niet te staven', zegt
voorzitter Anne Lize van der Stoel.
Alcides, dat tientallen kinderopvangcentra heeft in Amsterdam en in een
groot deel van de stad buurthuizen beheert en activiteiten organiseert,
raakte vorig jaar in ernstige financiële crisis. De administratie bleek
een chaos te zijn; inmiddels zijn al ruim honderd medewerkers ontslagen.
Bestuursvoorzitter Albert van Wingerden moest het veld ruimen en
Sturkenboom werd ingehuurd om de stichting weer financieel gezond te
maken. Hij raakte echter in conflict met de raad van toezicht, die Van
Wingerden altijd heeft gesteund.
De raad erkent wel dat er het nodige is misgegaan in Suriname. In
Zuidoost begonnen de contacten met Suriname door het verschepen van
spullen van sloopflats, zoals wc-potten en deuren. Later werden ook
tweedehands spullen van ziekenhuizen en scholen naar Suriname vervoerd.
De voormalige projectleider dreef met geld en medewerkers van Alcides een
eigen handel tussen Zuidoost en Suriname. Hij klaarde de spullen deels in
met een eigen stichting en gebruikte personeel en opslagruimten van
Alcides. Volgens bronnen binnen de stichting werden goederen soms
verkocht in plaats van weggegeven, zoals de opzet was. Alcides had
enkele jaren lang ongeveer vijf gesubsidieerde medewerkers (ID'ers) in
Suriname. Alcides raakt daar ook verknoopt met vakbond C47 en de hieraan
verbonden Surinaamse Partij van de Arbeid (SPA). Een aan Alcides
verbonden stichting in Suriname opereerde vanuit een kantoor van de
politieke partij. SPA maakte zo goede sier met de vrijgevigheid van
Alcides.
Ook zond Alcides vanuit Amsterdam goederen naar Willemstad, de hoofdstad
van de Nederlandse Antillen, waar de spullen werden ingeklaard door de
Frente Obrero Liberashon, de politieke partij van Anthony Godett, wiens
zus nu als premier optreedt. Van der Stoel benadrukt dat de toenmalige
Alcides-top ingreep toen dat werd ontdekt. Toen de nieuwe Alcides-
directeur in Zuidoost, Ellin Robles, in 2002 aantrad, zette zij al snel
de projectleider op non-actief. Later wilde zij bij justitie aangifte
doen van fraude. Dit werd haar verboden door Van Wingerden, één van de
initiators van de activiteiten in Suriname. Hij weigert commentaar. Ook
Sturkenboom wil niets toelichten; het is hem verboden door de raad van
toezicht. De vakbond AbvaKabo onderzoekt of gerechtelijke stappen tegen
Van Wingerden of de raad van toezicht mogelijk zijn.
 
|
|
jun 25
|
Van probleemtaal naar prachttaal
Minister Ella Vogelaar nam zich tijdens haar honderddaagse rondreis langs onze vaderlandse achterstandswijken voor om niet langer over
probleemwijken te spreken. Dat zou te denigrerend, te negatief zijn. Er
gebeurt immers ook veel goeds. Het toeval wil dat deze week bij Aedes een
bundeltje verschijnt in de reeks COMPACT, waarin naar aanleiding van het
VROM-raadadvies Stad en stijging de tien aanbevelingen van de
VROM-raad voor wijkvernieuwing in korte essays worden uitgewerkt. Mij werd
de vraag voorgelegd om de tweede aanbeveling: 'Let op de taal en pas op
voor stigmatiserend taalgebruik' uit te werken. Koren op de molen van minister Vogelaar dus. Uiteindelijk gaat het niet om de taal
op zichzelf, maar om de vraag of de taal aanzet tot handelen. Mijn beschouwing
begint als volgt:
 Elke volkshuisvester kent de gevleugelde uitdrukking van Jan
Schaefer: In geouwehoer kan je niet wonen. Er wil nog wel eens debat
ontstaan over de vraag of de stoere wethouder nu ‘geouwehoer’ of ‘gelul’
zei, maar over de betekenis van zijn verzuchting bestaat geen misverstand:
geen woorden, maar daden. In zijn hart was de Amsterdamse rouwdouw Schaefer
misschien wel een beetje een Rotterdammer.
Toch is het de vraag of hij gelijk heeft. Natuurlijk voorzover hij daarmee
zijn ergernis uitte over het schier eindeloze en oneindige vergadercircuit
dat in dit land in het geweer komt als er ergens een steen verplaatst moet
worden, heeft hij het grootste gelijk van de wereld. Nog steeds, want het
is zeer de vraag of Schaefer als hij nu op het politieke toneel had mogen
opereren niet compleet gestoord zou worden, want sinds zijn roemruchte
uitspraak begin jaren tachtig is het geouwehoer bepaald niet minder
geworden. Integendeel. Vandaar dat zijn verzuchting zo graag in herinnering
wordt geroepen.
Maar hij heeft ongelijk, voor zover hij suggereert dat er een fundamenteel
onderscheid zou zijn tussen praten en handelen, tussen denken en doen,
tussen plannen en actie, tussen hoofd en handen. Was het maar waar, want
als de actie zo evident superieur zou zijn ten opzichte van het plan, als
de handen evident de baas waren over het hoofd, dan was de bureaucratie ons
niet boven het hoofd gegroeid. Dan waren we gewoon aan de slag gegaan.
Het probleem is daarom niet dat er te veel gesproken wordt, en nog meer
wordt opgeschreven. Het probleem is in welke mate de taal die wij in al
deze gesprekken en geschriften bezigen correspondeert met de werkelijkheid
waarin we tot handelen en actie moeten overgaan. Dat is vermoedelijk ook
wat de VROM-raad bedoelt als zij zegt dat het taalgebruik problemen in
stedelijke vernieuwingswijken ‘mystificeert en oversimplificeert’.
En eindigt zo:
Kan dat anders?
Jazeker. Maar dan moeten de institutionele professionals buiten hun
organisatorische thuislogica treden en andere vormen van kennisproductie
toelaten. Dan moeten ze statische kennis van hun eigen systeemwereld
combineren met de dynamische kennis van de leefwereld, dan moeten ze de
abstractheid van de statistiek combineren met de concreetheid van de
straten, dan moeten ze zorgen dat ze weet hebben van de mensen.
Dat is wat de WRR bedoelde in het Winsemius-rapport Vertrouwen in de buurt
met het pleidooi voor streetwise professionals. Dat is wat Stuurgroep
Experimenten Volkshuisvesting probeert in kaart te brengen met het
experiment Achter de Voordeur, waarin corporaties uit hun kantoren trekken
om met de mensen achter de deur in gesprek te raken over hun perspectieven,
over de leefbaarheid, over de renovatie, over..ja over wat niet eigenlijk.
Dat verklaart ook precies waarom de opdrachtgever van het Bling-onderzoek
onmiddellijk door de concrete kennis over concrete mensen begon te
bladeren: daar stond kennis van vlees en bloed.
Dat is een beweging die in de hele publieke sector op gang aan het komen
is. Daarbij wordt het front verplaatst van het kantoor, van de spreekkamer,
van het loket naar de leefwereld van mensen, die tegelijkertijd als
kennisbron en als operatietafel gaat dienen. Dat levert – als het goed is –
andere oriëntaties, andere interventies, andere professionals, andere
kennis, andere instituties op. En uiteindelijk tot een taal waarin bewoners
niet meer louter als pseudo-concrete abstracties verschijnen, maar óók als
levende wezens. Een taal die niet alleen spreekt over problemen, maar over
mogelijkheden en kansen.
Een prachttaal. Waarin je kunt wonen, waarmee je kunt handelen.
Wie het hele boekje (CAMPACT 32, Kansen voor bewoners. Een nieuwe koers
voor wijkvernieuwing) wil bestellen kan een mailtje sturen naar
publicaties@aedes.nl. Of surfen
naar: www.aedes.nl.
De tekst van mijn bijdrage kunt u lezen door hier te klikken.
|
|
jun 18
|
Cheryl Braam uit Statenfractie GroenLinks
PERSBERICHT Cheryl Braam heeft besloten geen gehoor te geven aan
het verzoek van de Statenfractie GroenLinks Noord-Holland om haar zetel
ter beschikking te stellen. Zij gaat als zelfstandige fractie verder. De
fractie betreurt deze stap ten zeerste, omdat zij vindt dat deze zetel
aan GroenLinks toebehoort.
Op 29 mei stemde Cheryl Braam verkeerd bij de Eerste Kamerverkiezingen.
Door deze gebeurtenis, maar met name ook door de nasleep, ontstond een
ernstige vertrouwensbreuk. Dit gebrek aan vertrouwen werd versterkt
doordat Braam, in de ogen van de fractie, de ernst van de situatie en ook
de impact op de andere vier fractieleden onvoldoende leek in te zien.
Fractievoorzitter Harmen Binnema verzocht daarom Marius Ernsting, oud-
Kamerlid en oud-Statenlid, als mediator op te treden. Zijn opdracht was
na te gaan of het mogelijk was het vertrouwen te herstellen. In de
afgelopen tien dagen heeft Ernsting gesprekken gevoerd met alle
betrokkenen over de ontstane situatie. Zijn conclusie is dat herstel van
het vertrouwen niet mogelijk is.
De GroenLinks Statenfractie Noord-Holland acht de fractie van GroenLinks
als geheel zodanig beschadigd dat met elkaar verdergaan niet mogelijk is.
Zij heeft daarom maandag 18 juni Cheryl Braam gevraagd haar zetel op te
geven. Aan dit verzoek heeft Braam geen gehoor gegeven, zij gaat verder
als zelfstandige fractie.
|
|
jun 8
|
Mooi stuk in Het Parool

Paul van Weert kon twee dingen heel hard. Snurken, maar vooral lachen.
Zijn vrienden, en dat zijn er veel, zullen zich boven alles zijn
bulderlach voor altijd herinneren, een zware, donkere schater, vanuit
zijn tenen, en dan schudden niet alleen de wanden, maar ook zijn hele
lichaam. Je ging vanzelf meelachen.
Deze week overleed Van Weert, uit het niets. Hij gleed waarschijnlijk uit
op een trapje naar de zolder van zijn woning in de Jordaan, viel met zijn
hoofd tegen een kastje en brak zijn nek. De politie sprak van ‘het
suffigste ongeluk dat je kunt bedenken’.
Zijn vrienden nemen komende woensdag afscheid van Van Weert, op een wijze
die bij de Bourgondiër past: in café Skeve Skaes. Daar ziet Van Weert de
humor vast van in. Anneke Ekelschot, een goede vriendin: “Hij kon
helemaal niet schaatsen. Hij gleed al uit als hij ijs zag op televisie.”
Paul van Weert (Den Haag, 1954) was een levensgenieter. Hartelijk, warm,
en een drankje en een lekker hapje liet hij niet snel staan. Paul met
zijn sjekkie, Paul met zijn pilsje, Paul met zijn lach.
Hij was een geboren vrijgezel en woonde alleen. Jeugdvriend Frans
Romkes: “Dat was Paul. Hij was zijn eigen uitvalsbasis.”
Zijn vriendenkring was omvangrijk, veel oude vrienden en vriendinnen ook,
van twintig, dertig jaar geleden.
Sinds 1980 was Van Weert docent economie op het ROC van Amsterdam, bij de
horecaopleiding, waar zelfs de leerlingen hem lief en aardig noemden. De
liefde was wederzijds.
Romkes: “Als je met Paul in een café of restaurant zat, en er ging weer
iets mis in de bediening of de gastvrijheid, dan kon hij verontwaardigd
roepen dat zijn leerlingen dat veel beter zouden doen. Maar hij kon er
ook weer bulderend om lachen.”
In 1973 kwam Van Weert naar Amsterdam, want in Amsterdam gebeurde het.
Romkes: “Lekker vrijgevochten, rebels, de kont tegen de krib, mee met
alles wat links was en een kapsel waar een Afro jaloers op was.” Op de
lerarenopleiding leidde hij een staking.
Het diepe gevoel van socialistische rechtvaardigheid zat er al in. En dat
terwijl zijn vader in de olie-industrie werkte. Zijn zus Liesbeth van
Weert: “Elke avond ging het aan tafel over de toestand van de wereld en
dan wilde Paul het debat winnen van mijn vader. Als dat niet lukte, kon
hij erg emotioneel worden.”
Ook de status die het gezin in de Haagse wijk had, omdat de broer van
vader Van Weert daar pastoor was, stond de jonge Paul tegen. Als ze weer
eens in een rijtje moesten staan tijdens een kerkreceptie noemde hij zich
van de weeromstuit Paul Pietersen.
Liesbeth van Weert: “Maar toen vierhonderd gulden studiebijdrage van mijn
ouders kreeg, en hij vijfhonderd, gaf hij mij vijftig gulden en
verkondigde dat luidkeels aan mijn vader. Dat was zijn gevoel voor
rechtvaardigheid.”
Hij was een echte grote broer, al nam hij dat iets te serieus, toen zijn
vader in hun tienerjaren vaak bij olieprojecten in het buitenland
verbleef, en Paul ‘de man van het gezin’ werd.
Zus Liesbeth: “Hij heeft wel eens mijn make-up uit het raam gegooid. Hij
kon heel streng voor me zijn, ook jaren later nog. Hij vond het een
schande dat ik in Leiden ging studeren, die ballenstad, en hij heeft me
ook hartelijk uitgelachen toen ik onlangs naar Almere verhuisde.”
Want er was maar één stad voor Van Weert, en dat was Amsterdam (al had
hij een indrukwekkende imitatie van Haagse Harrie in huis). Hij hield van
de stad. De kroegen, de Noordermarkt, de Jordaan.
Zes jaar geleden verruilde hij zelfs een prachtige benedenwoning in de
Watergraafsmeer voor een bovenetage in de Jordaan. Jeugdvriend Sjaak van
Wieringen: “Hij wilde per se in de Jordaan wonen. Hij is ook een echte
Jordanees geworden. Het trieste is wel dat juist zo’n smalle, stijle
Jordanese trap hem fataal is geworden.”
Zus Liesbeth heeft één troost: “Hij is blij gestorven. We hadden net
een fijn telefoongesprek gehad. Hij heeft vast nog even de poes geaaid en
wilde toen nog lekker iets doen op zijn computer op zolder.”
|
|
jun 8
|
Morgen in de Volkskrant

|
|
jun 7
|
Paul van Weert
Godverdomme. Mijn schoolkameraad Paul van Weert is dood. Hij is
zondag van een binnentrap in zijn woning gevallen en met zijn hoofd tegen
een kastje gevallen, dat hij al veel eerder had moeten weggooien.
Dinsdagochtend heeft de politie hem gevonden.
Paul vormde het middelpunt van een hecht vriendenclubje dat elkaar op
het St. Janscollege in Den Haag had gevonden. Paul had een Zundapp wat in
dit Puch-tijdperk een niet geheel politiek correcte keuze was, hij had
een indrukwekkende tweesporen bandrecorder en aardige ouders die alles
goed vonden. Dus verzamelden wij (halverwege onze tienerjaren) ons elk
weekend wel bij Paul, waar we sherry dronken en shit rookten. En naar
popmuziek luisterden, tot in de kleine uurtjes. Waarna we stoned en
dronken moesten proberen onze ouderlijke huizen binnen te komen.
Paul deed Havo, ik VWO, dus we hebben eigenlijk nooit in elkaars
klas gezeten. Maar dat deed er niet toe. Bij Paul kon je altijd
aanwippen, was het altijd gezellig. Hij was ook altijd goedgemutst en je
babbelde met Paul in de buurt gemakkelijk een paar uur aan elkaar.
Na de middelbare school ben ik Paul en het clubje eigenlijk uit
het oog verloren. Dat kwam omdat ik in Nijmegen ging studeren en zij in
de Randstad bleven. Ik heb hele onscherpe herinneringen dat we Paul nog
verhuisd hebben naar een woning in de Bijlmer, maar daarna beginnen de
herinneringen te vervagen.
Tot een paar jaar terug: het zal 2002 geweest zijn. Toen ontving
ik totaal onverwacht een mailtje van hem. Een van ons clubje, Carl
Govers, was overleden en het was toch vreemd dat zijn begrafenis zonder
mij (ik wist van niks) had plaats gevonden. Zullen we eens wat afspreken,
vroeg hij.
We troffen elkaar in een bruin café aan het begin van de
Zeedijk, en het was alsof we weer aan het babbelen waren zoals we dat
altijd in onze Haagse tijd deden. Alleen de sherry en shit ontbraken,
maar verder was het als vanouds. Sindsdien zagen wij, de jongens van het
St. Jan, elkaar weer regelmatig. We zeilden jaarlijks een weekend, een
deel van de groep ging elk jaar een paar dagen skiën en we gingen uit
eten. Dat was altijd leuk.
Dat moeten we nu ineens zonder Paul doen. Zonder onze
shagjesrokende oude gabber, zonder zijn vrolijke lachje, zonder zijn
verhalen over zijn reizen, zonder zijn herinneringen aan die oude Haagse
tijd, met die verschrikkelijke Zundapp van hem.
Alleen omdat hij na een val ongelukkig terecht is gekomen.
Godverdomme.
Het rare is dat Paul nauwelijks sporen achter laat op het net. Google hem
en je zult niks vinden. Dat is een onterechte leegte. Hij verdient een
digitale plek om even bij hem stil te staan. Bij deze.
|
|
jun 6
|
Powerpoint voor studiedag
De bezoekers van de studiedag ‘Inspriratie en vervreemding op het
werk’ waar ik vanochtend een openingslezing mocht verzorgen,
kunnen alsnog genieten van mijn power-point-presentatie, zij het vanwege
de zwaarte van het bestand, als pfd-file. Klik hier. Zij moeten nu het
verhaal er zelf bij denken. Voor het eerst sinds tijden meldde de laptop
namelijk dat de disk beschadigd was en het bestand niet gelezen kon
worden. Daarmee was ik meteen mijn structuur kwijt en natuurlijk had ik
(het gaat immers altijd goed) geen print gemaakt. Enfin, al improviserend heb ik me er doorheen geworsteld,
hoewel het soms wat chaotisch zal zijn overgekomen. Zie voor meer info
over de studiedag en de organisatie ervan: www.deprofessionelemens.nl
|
|
jun 6
|
DAKLOZENDAG en daklozencamping
Daklozen-bijeenkomsten zijn eigenlijk altijd leuk. Tenminste als je over
een beetje geduld beschikt en bereid bent om de chaos ruim baan te geven.
Want denk niet dat een gesprek een gestructureerd verloop kan krijgen,
laat staan dat een vergadering een kop en een eind krijgt. Dat merkte ik
op de Daklozendag in Amsterdam, dit jaar georganiseerd in een
prachtige tuin achter de diaconie aan de Nieuwe Herengracht. Het weer was
goed, de organisatie (het BADT en de Diaconie) geweldig, de opkomst goed
en het programma leuk. Er werden prijzen uitgereikt aan het leukste
project (een man die zijn huis heeft opengesteld voor daklozen) en er
werd een schilderij van Youssef per opbod verkocht. Ik had het bijna voor
€ 200,- , maar iemand anders bood € 250,- en dat vond ik toch wat te
prijzig worden.
Er waren ook discussies en een daarvan ging over de vraag of er in
Amsterdam niet een daklozencamping moest komen. In een prachtige
regentenkamer van de diaconie zaten daar tien vertegenwoordigers van
echte instanties om tafel met vijf dak- en thuislozen. Het was hun dag
dus zij voerden het hoogste woord. Het ging om de eenvoudige vraag:
hebben jullie behoefte aan een daklozencamping en hoe zou die er uit
moeten zien.
Dat leverde een kakofonie aan geroep en gedoe op. Want eerst wilden de
heren weten die dan wel daklozen waren, want zo’n camping zou
een ‘aanzuigende werking’ hebben op Oost-Europeanen die nu al alles
jatten wat er los en vast zit. Dus er moest wel een hek omheen en dan zo
ongeveer voor twintig mensen, want meer viel niet te controleren. Dat was
het moment dat drie van de vijf daklozen opstapten om even te gaan roken
buiten.
De andere twee bogen zich vervolgens over de vraag of er voorzieningen
moesten komen. Eigenlijk niet, ja behalve stroom voor het opladen van de
telefoon, want je moet wel bereikbaar zijn, zei de een. De ander vond een
telefooncel op de hoek, ook wel goed. Een WC, nu ja vooruit. Koken doen
we wel op een kampvuurtje, maar dat zal wel niet mogen van de
milieupolitie, die zo bleek al snel een van de grootste vijanden vormt
van de daklozen in de stad. Want als ze ergens hun bivak op trekken,
staat er al snel iemand van de milieupolitie voor hun neus die een heel
boek van geboden te voorschijn tovert waar de dames en heren tegen
zondigen. Dat zal dan ook nog wel een hele klus worden om deze
regelfreaks te laten instemmen met een minimaal voorziene
daklozencamping. Ach, zei Ruud, een van de twee daklozen, anders mag
gedogen ook wel. Ben heel benieuwd of die camping er ooit komt, en zo ja hoe lang die gedoogd wordt.
Fotobijschriften: Op de foto boven keert een woedende bezoeker zich af van het daklozenkoor de Straatklinkers. Op de voorgrond rechts: wethouder Marijke Vos. Onder: Simon Vinkenoog (inmiddels al 76, maar nog uiterst vitaal) spreekt het publiek toe, alvorens hij de bokaal 'SAMEN VOOR ONS EIGEN' uitreikt.
|
|
jun 5
|
Afscheid als senator
Dat was wel even schrikken in de Ridderzaal vandaag. In een grote
afscheidsreceptie ter ere van 36 vertrekkende senatoren, temidden van
zo’n vierhonderd notabelen en familieleden, nam, de speechende Jan Peter
Balkenende ineens mijn naam in de mond. Hij had de VVD’ster Nicolien van
den Broek Laman Trip genoemd, die na zo’n 25 jaar openbaar bestuur
afscheid nam, hij noemde Eric Jurgens, de beste (PvdA-)-senator aller
tijden en ineens rolde daar mijn naam uit zijn mond, dat het verlies van
deze ‘denker’ toch een gevoelige aderlating was voor de Kamer.
Natuurlijk, hij moest alle partijen een beetje bedienen, maar toch…. ik
had ineens een kleur. Zoals mijn zoontje het later zei: ‘Ik vind het toch
wel bijzonder hoor, als je vader door de minister-president wordt
genoemd.’ Waaraan hij – uit het juiste politieke hout gesneden –
toevoegde: ‘…..ook al is het Jan Peter Balkenende’. Ik ben hem meteen een
handje gaan schudden en verliet geruime tijd later tot mijn stomme
verbazing zo ongeveer als laatste terugtredende senator de ridderzaal. Ik
had alle handjes geschut, het zit er op. Ik ben (hoewel formeel pas met
ingang van volgende week dinsdag) senator af.
Eerder de middag had de voorzitter van de Eerste Kamer, Yvonne Timmerman-
Bück de volgende mooie woorden over mij gesproken (alle vertekkende leden
kregen een paar aardige woorden van haar):
Aan vele debatten is de naam verbonden van onze collega Jos van der Lans.
Van het Schipholdossier tot het debat over de ruimtelijke economische
ontwikkeling in Nederland, van het energiedebat tot de discussie over de
AWBZ, de van oorsprong cultuur- en godsdienstsocioloog bleek een
politieke omnivoor die de degens met de regering met vaak zichtbaar
genoegen kruiste en menig bewindspersoon het vuur na aan de schenen
legde. Jos koos in zijn rol als senator regelmatig voor verrassende
invalshoeken, die een verrijking waren voor het debat van deze Kamer. De
behandeling van de cultuurbegroting luisterde hij op met het voorlezen
van gedichten, hetgeen ertoe heeft geleid dat de staatssecretaris van
Cultuur de Kamer prompt een dichtbundel cadeau deed. Buiten de Kamer is
hij ook bekend als publicist. Veel van zijn publicaties hebben betrekking
op de relatie tussen burger en politiek, zo ook het recent verschenen,
mijns inziens lezenswaardige boek "Koning Burger" over, onder andere, de
kloof tussen politiek en burger die er niet is en volksvertegenwoordigers
die gewoon weer moeten doen waarvoor ze gekozen zijn. Dit laatste
kenmerkt ook Jos' opstelling in de Eerste Kamer: we hebben allen kunnen
zien dat Jos van der Lans de nieuwe senatoren heeft bedacht met een
geestige handleiding "Hoe overleef ik de tweede termijn". Jos maakt
daarin melding van de moeite die het kan kosten om in de tweede termijn
adequaat te opereren. Maar Jos, juist dat is ons bij jou nooit gebleken;
jij bent het levende bewijs van het tegendeel. Het zal de collega's die
volgende week worden beëdigd nog niet meevallen om jouw welsprekendheid
in eerste en tweede termijn te evenaren!
.jpg) .jpg) Rechts: Kamerbode Piet van Gils overhandigt Leo Platvoet zijn laatste tickets voor de Raad van Europa. Links: In gesprek met Jan Hamel (PvdA) en Gert van den Berg (SGP)
.jpg) .jpg) Links: JP spreekt lof. Rechts: even zeggen dat ik dat erg leuk vond.
.jpg) .jpg) Links: In gesprek met Egbert Schuurman (Christen Unie).
Rechts: Henk ten Hoeve (Onafhankelijke Senaatsfractie).
.jpg) .jpg) Links: Ankie Broeders-Knol (VVD) en Jean Eigeman (PvdA).
Rechts: Gerrit Terpstra (CDA).
|
|
jun 2
|
Afscheidsboekje Eerste Kamer
Dinsdag 5 juni komt er een einde aan een periode van acht jaar
senatorschap. Als je daar zelf niks aan doet, zal dat een moment zijn dat
ongemerkt voorbij gaat. Tuurlijk, in de Kamer zelf wordt er dinsdag iets
officieels georganiseerd, en zeker, vrienden en bekenden stellen me al
maandenlang de vraag: zit je nu nog in de kamer of ben je er al uit? Maar
verder zal de senaatswisseling de meeste mensen ontgaan.
Op een of andere manier voelde ik de behoefte om er wat extra’s voor te
doen. Om iets mee te geven aan mijn opvolgers en toch ook nog iets te
zeggen over het functioneren van de Eerste Kamer. Dat heeft geresulteerd
in het mini-boekje
HOE OVERLEEF IK DE TWEEDE TERMIJN? – Een
handleiding voor nieuwe senatoren. Het is een hilarische verzameling
van argumenten die senatoren kunnen gebruiken en waar zij verder geen
buil aan kunnen vallen..
In een kort intro bij het boekje is het als volgt omschreven:
Op 12 juni 2007 treedt er een nieuwe Eerste Kamer aan. Bijna de helft
van de aantredende senatoren is nieuw. GroenLinks-kamerlid Jos van der
Lans heeft zich acht jaar lang vastgebeten in wetsvoorstellen om het de
regering zo lastig mogelijk te maken. Toch stond hij regelmatig in zijn
tweede termijn met de mond vol tanden, een ervaring die de senator zijn
opvolgers niet gunt. Als afscheidscadeau presenteert hij tien tips om de
tweede termijn te overleven.
Vandaag is het boekje bij collega-senatoren in de brievenbus gevallen.
Volgende week krijgen de nieuwe senatoren een exemplaar toegezonden. Een
verkorte versie verschijnt a.s. donderdag in het tweewekelijks
tijdschrift PM – het magazine voor de overheid.
Het boekje verschijnt in een eenvoudige, gekopieerde versie met een
eenmalige oplage van 250 exemplaren. Wie de hele tekst wil lezen kan
uiteraard ook op deze site terecht. Voor de volledige tekst klik dan hier en
voor de ingekorte versie die in PM verschijnt moet u hier klikken.
Als u in het bezit wil komen van een uniek gesigneerd exemplaar, dan moet
u even een mailtje sturen. Dan stuur ik u een exemplaar toe.
|
|
jun 2
|
Nog een keer: GL en de nieuwe senaat
De mol in Noord-Holland is bekend. Statenlid Cheryl Braam is in paniek
geraakt en vervolgens in een stroom van verkeerde handelingen terecht
gekomen. Het is voor rationeel ingestelde types als ik moeilijk
voorstelbaar, maar het kan gebeuren. Het komt vaker voor dat mensen in
paniek handelen en dat de omstandigheden dan een loopje met hen nemen.
Dus wat mij betreft: zand erover. Een goed gesprek in de fractie en weer
lekker aan het werk in Noord-Holland. Als ik stel me weer graag ter
beschikking om de fractie desgewenst terzijde te staan.
Bovendien blijkt nu inderdaad dat de vijfde zetel er toch niet in zat.
Had Cheryl goed gestemd dan was die tweede zetel naar de Partij van de
Dieren gegaan, omdat deze in de Staten van Utrecht een vertegenwoordiger
van de lijst Mooi Utrecht bereid had gevonden om op de PvdD te stemmen,
waardoor zij in deze doldwaze verkiezingen in de verbinding met
GroenLinks net iets mee gewicht in de schaal zouden leggen en de
restzetel naar zich toe zou trekken. Ik sluit niet uit dat deze manoeuvre
in de coulissen heel koeltjes uitgedokterd is laat GroenLinks in de
illusie dat een lijstverbinding vijf zetels oplevert en via een dealtje
in Utrecht pikken wij die dan in). En daarom is het dus alleen maar
rechtvaardig dat die zetel naar de SP gaat, waar GroenLinks
oorspronkelijk een lijstverbinding mee zou aangaan. En als die was
gerealiseerd was die twaalfde zetel ook bij de SP terecht gekomen. Dat
lijkt mij ook beter besteed dan een tweede zetel voor de PvdD, waar ik
helemaal niks mee heb. Eind goed al goed.
Minder vrolijk word ik van de GroenLinks-statenleden in Zuid-Holland die
eindelijk naar buiten zijn gekomen met een verklaring voor hun
voorkeursactie voor Jan Laurier.Zie: www.groenlinkszuidholland.nl/weblog/. En hier voor de volledige verklaring
Nee, nu blijkt dat ze er heel lang over hebben nagedacht en met iedereen
en alleman gesproken hebben. Toch maar een citaatje van deze GroenLinkse volksvertegenwoordigers:
'We zijn zorgvuldig te werk gegaan om tot ons besluit te
komen. We hebben er gedurende bijna drie maanden vele malen in de fractie
over gesproken en alle mogelijke argumenten overwogen. We hebben erover
gesproken met het afdelingsbestuur. We hebben een aantal kaderleden van
GroenLinks Zuid-Holland gepolst. We hebben het afdelingsbestuur gevraagd
om een (extra) ledenvergadering te beleggen voor de Eerste Kamer
verkiezingen. Dat bleek om financiële redenen en gezien de tijdsdruk niet
mogelijk. Het spreekt echter vanzelf dat wij ons op de eerstevolgende
ledenvergadering zullen verantwoorden naar de Zuid-Hollandse leden.
We hebben niet vooraf gesproken met het partijbestuur of de huidige
Eerste Kamer fractie. Dit omdat wij niet door hen onder druk wilden
worden gezet om toch op de lijsttrekker te stemmen.
Ach, een fatsoenlijke ledenvergadering bleek niet mogelijk vanwege
financiële redenen. Wat zielig. En een reele discussie met het
partijbestuur of met de andere kandidaten voor de Eerste Kamerfractie,
nee liever niet, want we wilden niet onder druk worden gezet. Bij ons
thuis noemen ze zulk gedrag gewoon laf. In Zuid-Holland gaat dat
kennelijk door voor verstandig handelen. Tja. Zijn wij de partij die tegen
achterkamertjes, gekonkel en eigen richting te hoop loopt of zijn we geen
haar beter?
Ze draaien ook om de hete brij heen in hun verklaring.De kwestie is niet: mag je als je het
niet eens bent met procedures in de partij vervolgens eigen rechter gaan
spelen (omdat je toevallig in Zuid Holland woont en een krankzinnig
kiesstelsel jouw stem ineens groteske macht geeft), want van mij mag dat (hoewel niet echt fatsoenlijk, maar dat is wat anders). Maar dan moet je wel boven jezelf proberen uit te stijgen en jezelf legitimatie verschaffen. Dat betekent dat je dan ook het volle daglicht van het debat
opzoekt, dat je ervoor gat, dat je de discussie niet ontloopt, dat je ten
strijde trekt, dat je ergens in een democratische arena je legitiamatie
haalt.
En precies op dat punt faalt hun argumentatie. Omdat de boze buitenwereld
het toch wel niet met hun eens zou zijn ('ons onder druk zou zetten')
hebben ze het alleen besproken met de mensen die het toch al met hun eens
zijn. Ja en dan heb je dus altijd gelijk. Onze Zuid-Hollandse vrienden
willen de democratie van GroenLinks verbeteren door extreem
ondemocratisch te handelen. Daardoor hebben ze dus elke geloofwaardigheid
verloren. En dat is het laatste wat ik erover zeg.
|
|
jun 1
|
Noord-Hollands Statenlid maakte vergissing
Statenlid Cheryl Braam heeft dinsdag een ongeldige stem uitgebracht bij
de verkiezingen voor de Eerste Kamer. Dat blijkt uit een verklaring op de
website van GroenLinks Noord-Holland namens de voorzitters van de
Statenfractie en de provinciale afdeling.
De inhoud van de verklaring is als volgt:
"In een gesprek met fractievoorzitter Harmen Binnema en
afdelingsvoorzitter Luuk Heijlman heeft GroenLinks-Statenlid Cheryl Braam
gezegd dat ze zich dinsdag vergist heeft bij het invullen van het
stembiljet voor de Eerste-Kamerverkiezingen.
Braam verklaarde dat zij erg gespannen was door omstandigheden van
persoonlijke aard en dat zij zich vergist heeft bij het uitbrengen van
haar stem. Daarop raakte ze in paniek, waarna ze besloot meerdere hokjes
in te vullen. Daarmee werd haar stem ongeldig, maar ze realiseerde zich
niet welke gevolgen dit zou hebben. Braam werd vervolgens overdonderd
door de commotie en gaf in reactie op vragen van de pers aan geen
uitspraken te willen doen over de geheime stemming.
Fractievoorzitter Harmen Binnema betreurt de gang van zaken, maar heeft
respect voor het feit dat Braam alsnog haar vergissing heeft toegegeven.
Binnema zal de ontstane situatie bespreken in een spoedig bijeen te
roepen extra vergadering met de voltallige fractie."
Het landelijk partijbestuur heeft nog niet gereageerd op de verklaring en
wacht de uitkomst van de fractievergadering af.
|
|
|