|
Via dit weblog wil ik u op de hoogte houden van columns die ik schrijf, van gebeurtenissen waar ik bij ben geweest, van zaken die mij opvallen, van meningen die in mij opwellen, of van andere persoonlijke wetenswaardigheden. Het kan van alles wat zijn en het is ook sterk afhankelijk van hoe druk ik het heb. Reageert u vooral, ik zorg ervoor dat het geplaatst wordt, mits het natuurlijk wel ergens op slaat.
Een waarschuwing: in de loop der jaren kunnen links gewijzigd zijn waardoor ze niet allemaal meer werken. Dat geldt ook voor teksten van artikelen die u via het weblog via een link van deze website zou kunnen halen. Wegens een conversie van word-documenten naar pdf-documenten werken dergelijke interne links in weblogberichten voor mei 2009 niet meer perfect. In dat geval kunt u de artikelen beter ophalen via de knoppen 'journalist/publicist' --> 'artikelen' of anders via de speciale knoppen van het betreffende tijdschrift waarin het werd geschreven.
Als u wilt reageren kunt u mij een e-mail sturen via info@josvdlans.nl
| |
juli 2008
|
jul 18
|
Antwoord aan Rolf
Beste Rolf,
Even een korte reactie. Ik ben niet op de hoogte van de weigering van
GroenLinks-Amsterdam ‘om te investeren in de werkgelegenheid voor de
laaggeschoolden in het verlengde van de afbraak van de sociale woningbouw’.
Eerlijk gezegd lijkt me dat ook stug. Voor zover ik weet ijvert GroenLinks
juist voor een vast aandeel sociale woningbouw in alle vormen van
stedelijke vernieuwing.
Maar je hebt gelijk, dat percentage ligt lager dan vroeger toen alles zo
ongeveer sociale woningbouw was. Dat heeft in veel opzichten eenzijdig
samengestelde wijken opgeleverd, met de westelijke tuinsteden als treurig
voorbeeld. Dat daar nu wat meer differentiatie in wordt gebracht, kan je
uitleggen als ‘een zich richten op hogere en middeninkomens ten laste van
de lagere inkomens’. Dat kan. Je kunt het ook zien als een poging om een
stad niet te verdelen in rijke buurten en achterstandsbuurten, maar waar
mogelijk te vermengen, zodat de werelden van verschillende
bevolkingsgroepen in elkaars zicht blijven. Dat is een toekomstbeeld dat
mij meer aanspreekt dan de opeenhoping van de armste groepen in wijken met
overweldigende aantallen sociale woningbouw. Ik ken in Nederland en in de
wereld geen voorbeelden waarin dat tot aantrekkelijke woongebieden heeft
geleid. Maar misschien vergis ik mij. Ik hoor graag van jou hoe jij de
leefbaarheid en eenzijdigheid westelijke tuinsteden in Amsterdam zou
aanpakken? Ik kan me toch niet echt voorstellen dat je ze in dezelfde
gedaante als vijftig jaar geleden zou willen vernieuwen.
Natuurlijk heb je gelijk als je zegt dat de Csaar Peterstraat verwaarloosd
werd. Aan de andere kant: de woningen waren op, de dubbeltjespandjes uit
het einde van de negentiende eeuw waren versleten en pasten niet meer in
deze tijd. In zo’n proces wordt zo’n straat vanzelf het souterrain van de
woningmarkt. De vraag is dan: hoe kom je daaruit? Volgens bewoners door
alles zoveel mogelijk bij hetzelfde te houden, woningen opknappen, lage
huren, niet te veel veranderen. Een ander perspectief is: drastisch
veranderen, verder kijken dan de neus van de zittende bewoners lang is. In
jouw ogen is dat louter zwichten voor ‘de levensstijl van bepaalde mensen’,
in mijn ogen is dat een dynamiek die in historisch opzicht de Nederlandse
steden leefbaar en vitaal heeft gehouden.
Ten slot: ik ben niet GroenLinks, ik ben geen partij, wat ik schrijf is ook
geen partijstandpunt. Integendeel zelfs. Mijn opvattingen over
volkshuisvesting worden niet in alle opzichten door GroenLinks gedeeld.
Maar dat laat onverlet, dat je redenering wat mij betreft te gemakkelijk
is. Zonder dat je je precies in standpunten en redeneringen hebt verdiept
volg je het algemene oordeel dat GroenLinks elitair is en zie je in mijn
stukjes het bewijs daarvan. Bingo. Het linkse karakter van deze vorm van
redeneren mag je me nog een keer uitleggen.
Maar ik ben het met je eens dat het buitengewoon treurig is dat het
koffiehuis op de hoek van de Cruquiuskade en de Csaar Peterstraat in dit
stedelijke geweld het onderspit heeft moeten delven. Dat is inderdaad een
gevaar van mijn redenering: stedelijke transformatie maakt meer kapot dan
je lief is. Daar moet links ook veel alerter in worden. Wat willen we
behouden? Wat willen we veranderen? Hoe kunnen we het oude en het nieuwe
combineren? Maar met de sanering van de Csaar peterstraat had dit trieste
overlijden weinig te maken, het koffiehuis sneuvelde als gevolg van de
latere plannen voor het gebied daarachter.
Met vriendelijke groeten,
Jos van der Lans
|
|
jul 18
|
Reactie
Geachte heer Van der Lans,
Graag wil ik reageren op de columns op uw weblog, te weten 'Czaar
Peterstraat' en 'Slow politics'. Ik hoop dat u tegen kritiek kunt.
U schrijft over de onthaaste en de doordachte politiek van GroenLinks
alsook over het onthaaste leven van veel GroenLinks-ers. Veel politiek van
GroenLinks is wel doordacht maar niet links naar mijn mening, om over groen
maar te zwijgen.
Zo is de weigering van GroenLinks-Amsterdam om te investeren in de
werkgelegenheid voor de laaggeschoolden in het verlengde van de afbraak van
de sociale woningbouw. Doordacht maar niet links. Of met andere woorden,
GroenLinks-Amsterdam richt zich op de midden-en hoge inkomens ten laste van
de lage inkomens. Niet links, maar wel doordacht ja. Beetje sluw zelfs. Op
landelijk niveau is deze trend ook zichtbaar. Met electoraal gevolg, dat
wel.
Niet iedereen is in staat tot onthaast en doordacht leven, bv door
economische of sociale omstandigheden. Zo ook veel bewoners van de Czaar
Peterstraat voor de grootschalige renovatie. U noemt deze mensen een
conservatieve factor, terwijl de verantwoordelijkheid voor de verloedering
van de Czaar Peter-buurt lag bij de woningbouwcorporaties en de politiek.
Immers, zij lieten alles bij het oude. Over hen schrijft u positief. Zij
hebben de verloedering zelfs bevorderd door woningen en
gastransportnetwerken te tolereren welke in bijzonder slechte staat
verkeerden. De gasexplosie van 15-8-2001 was illustratief voor de
verwaarlozing door de politiek van de Czaar Peter-buurt waar de bewoners
het slachtoffer van waren. Er vielen twee zwaargewonden.
Op 11-10-2002 heeft de Raad voor Transportveiligheid een rapport
uitgebracht naar aanleiding van de gasexplosie in de Czaar Peterstraat. Een
citaat: "De Raad dringt er opnieuw (!) op aan dat de gemeente Amsterdam en
het Rijk de toezichthoudende functie, die zij hebben op het gebied van
veiligheid bij gasdistributie, beter vervullen." etc.
Zoals er in de mondialisering verliezers zijn, zijn er ook verliezers bij
het renoveren van de Amsterdamse wijken.Een aantal wijken is jarenlang
genegeerd door de politiek op het gebied van leefbaarheid. Deze
leefbaarheid had ten goede kunnen komen aan de bewoners en in het verlengde
hiervan de openbare orde. Het is helaas nagelaten. Nu krijgen de bewoners
van deze wijk voorgeschoteld dat hun aanwezigheid tot verloedering heeft
geleid. Dit is het verdraaien van de feiten.
GroenLinks is naar mijn mening helaas te vaak slechts een invulling van een
levensstijl voor bepaalde mensen. Het koffiehuis op de hoek
Cruquiskade/Czaar Peterstraat bv was niet welkom in deze wereld. Tot mijn
spijt sluiten uw columns hierop aan.
Hopend dat GroenLinks-Amsterdam in de toekomst weer groen en links gaat
worden groet ik u hartelijk,
Rolf Uhlhorn
Amsterdam
GroenLinks-stemmer (met vaak pijn in het groene, linkse hart)
|
|
jul 13
|
Reactie VPRO-boeken interview
De VPRO herhaalde vandaag het interview dat eerder op 30 maart werd
uitgezonden in het programma VPRO-boeken. Hieronder een reactie:
Ik zag vanochtend een deel van het interview met u bij VPRO.
Ineens moest ik denken aan de postdoctorale lerarenopleiding. Ik volgde die
opleiding bij ICLON in 1999 in Leiden, na mijn universitaire studie aan die
universiteit.
Wat mij opviel bij de lerarenopleiding was het verschil in wensen en
verwachtingen tussen de docenten en de studenten. Studenten die net als ik
voor de klas stonden en college volgden bij ICLON wilden zo veel mogelijk
feedback. Feedback of, praktischer gezegd, tips. Die feedback kwam er bijna
nooit. Als je vroeg hoe de ICLON-docent vond dat het ging en of hij of zij
nog tips had voor bepaalde veel voorkomende situaties, kwam er altijd de
wedervraag: wat vond je er zelf van? Wat denk je zelf dat handig is in zo'n
situatie? Je moest zelfredzaam worden en je eigen ontwikkeling sturen. En
dus ook je eigen feedback verzorgen, alleen of met medestudenten. Gek
werden we ervan. Alsof je als jong-volwassene niet je eigen ontwikkeling
kunt sturen aan de hand van concrete feedback van anderen.
Een tweede deel van de kritiek van mij en medestudenten was dat er - naast
dit gebrek aan praktische inzichten, tips en feedback - ook weinig
theoretische verdieping was. Ik heb in het hele jaar aan de postdoctorale
lerarenopleiding nooit een tentamen gemaakt, ben ook nooit mondeling
getoetst. Ik mocht een boek over kinderpsychologie lezen, maar daar deden
we verder niks mee. Als ik maar een portfolio had waarin ik verslag deed
van m'n zelfreflectie en m'n eigen ontwikkeling.
Geen theorie, geen praktische feedback, wat blijft er dan over? Ik kan het
bijna 10 jaar later nog steeds niet goed navertellen wat ik daar heb
geleerd. Maar achteraf - ook nu ik het interview met u zag - denk ik dat
het precies een scharnierpunt was, een overgang naar een andere tijd. Een
docentencorps dat nog volop in de wat-denk-je-er-zelf-van-modus stond, en
een nieuwe generatie (geboren in de jaren 70) die daar niets meer van
snapte en er meer als volgt over denkt: "Zeg me wat JIJ denkt, hoe jij het
ziet. Ik ben mans genoeg om het vervolgens zelf in perspectief te plaatsen
en ermee aan de slag te gaan."
Ik ben van nature erg dociel, maar heb op de lerarenopleiding toch 1
opdracht geweigerd: maak een tekening waarin je je eigen ontwikkeling
uitbeeldt.
Maar goed, dit alles even terzijde want het heeft niet echt met procedures
en 'ontregelen' te maken, waar uw boek over gaat. Overigens ben ik
uiteindelijk niet het onderwijs in gegaan, dus ik weet niet hoe de nieuwe
generatie docenten wordt opgeleid.
Met vriendelijke groet,
Jeroen vd Hee
P.S.: in m'n werk kom ik nog steeds wel eens de 'wat denk je er zelf
van'-methode tegen, meestal in de softe sector. Vaak als opmaat voor
concrete, negatieve feedback. Je voelt al van verre aankomen dat de mening
van de ander negatief is, maar moet eerst zelf door het stof. Als je zegt
dat je tevreden bent over de prestatie, heeft de ander aan aanleiding om
daar verbaasd over te zijn en gespeeld de wenkbrauwen te fronsen. Als je
zegt dat je zelf ook niet tevreden bent over de prestatie, dan kan de ander
dat beamen. Hang yourself; een vileine methode
|
|
jul 10
|
Csaar Peterstraat

Vrijwel elke dag fiets ik door de Csaar Peterstraat in Amsterdam. Al jaren,
want de straat vormt de verbinding tussen het nieuwe Oostelijk Havengebied,
waar ik woon, en het centrum van de stad. Tien jaar geleden was de Csaar
Peterstraat een straat in ontbinding, de straat voelde aan als een
doodlopende steeg. Ik meen me zelfs te herinneren dat er ooit een
gasontploffing was die een compleet pand verwoestte. Dat verbaasde niemand.
Woningcorporatie De Key besloot de verloederingsspiraal te stoppen en kwam
met een groots plan om de straat te saneren. Sloop, nieuwbouw, renovatie,
bedrijvigheid, moesten de straat een ander aanzien geven. De bewoners van
de ‘dubbeltjespanden’ (sociale woningbouw uit eind 19e eeuw, in de
volksmond vernoemd naar de eerste huur: een dubbeltje per week) waren
tegen. Ze voelden zich niet serieus genomen. De voorzitter van de
bewonerscommissie schreef er ooit een kwaad stuk over en toen ik daar een
paar jaar geleden in aanwezigheid van de directeur/bestuurder van De Key
instemmend aan refereerde, reageerde hij als door een wesp gestoken. Ze
hadden alles uit de kan gehaald om bewoners er bij te betrekken, zei hij
verbolgen.
Nu de Czaar Peterstraat (bijna) af is, denk ik daar nog wel eens aan. De
straat heeft inmiddels een metamorfose ondergaan. Er is grappige
bedrijvigheid, er is nieuwbouw, gecombineerd met vernieuwde oudbouw, de
straat is geherprofileerd, er loopt een tram door. Er wonen en lopen nog
steeds allochtonen, maar ook studenten en moderne tweeverdieners. De Csaar
Peterstraat is veranderd in een dynamisch stukje Amsterdam.
De straat is daarmee ook het levend bewijs dat het bewonersperspectief
niet altijd zaligmakend is. Sterker, het is voor ingrijpende veranderingen
vaak een conservatieve factor. De kortetermijnhorizon van het
bewonersbelang legt het daarom ondanks al het voorgeschreven overleg
vrijwel altijd af tegen het langeternmijnperspectief van duurzame
stedelijke ontwikkeling.
Dat is ook het grootste risico van de Vogelaar-verplichting dat bewoners
een beslissende stem moeten hebben in alle wijkaanpakken. Dat is een
uitnodiging voor eindeloos gesteggel over huurverhoging en vervangende
woonruimte. De bijzondere kunst van het herstructureren is nu juist het op
een creatieve wijze verbinden van deze twee verschillende perspectieven.
Dat lukt nooit door te doen alsof ze vanzelf samenvallen. Want daar stinken
bewoners niet in. Met alle wantrouwen en vertraging vandien.
Deze column verschijnt in het Aedes Magazine, nr. 15/16, juli 2008.
|
|
jul 10
|
Slow politics

Het gaat goed met GroenLinks. Geen onvertogen woord in de media, de partij
is lekker met zichzelf bezig met discussiëren, van kritisch-links is lange
tijd niets meer vernomen (heeft het duo Platvoet-De Wilt een baan of zo?).
Perfect.
En je ziet meteen het resultaat: we stijgen in de polls.
Dat is geen toeval. Ik denk dat we eindelijk onze politieke draai gevonden
hebben. We laten ons niet meer gek maken, we doen het rustig aan. Slow
politics. Dat is een politieke stijl waarin we de opgewonden standjes graag
aan anderen overlaten. Wij bedrijven politiek zoals we willen leven en
eten: onthaast, doordacht. Wij nemen de tijd. Wij laten ons niet meer
opjutten door mediarelletjes die voor je het weet een loopje met je nemen.
We halen steeds vaker onze schouders op. Als er een journalist belt, vragen
we of hij morgen nog eens terug kan bellen, want wij willen eerst even
nadenken. Op de meeste vragen geven we sowieso geen antwoord meer: omdat we
het gewoon even niet weten, of omdat ze er niet toe doen. Of – het meest
waarschijnlijk - allebei.
Voor GroenLinks geldt voortaan dat we niet meer elke dag in de krant willen
staan. Dat is het namelijk het onheil over je afroepen. Scoren in de media
laten we graag aan de anderen over, aan de hijgerigen, de politieke
slijmjurken die bij de media op een goed voetje willen komen, de
wellustelingen van de waan van de dag, de neurotici die dagelijks de krant
opslaan op zoek naar zichzelf. Wij gunnen hen hun chagrijn. Laat ze maar.
We moeten daarom ook niet het eindrapport van de commissie-Van Ojik
uitbrengen, tenzij het meer dan duizend pagina’s dik is, want dan leest
niemand het. Je moet geen slapende honden wakker maken. Daar komt alleen
maar rotzooi van. GL – GoedLeven, GraagLezen, LangGenieten. Ik denk dat
daar langzaam maar zeker een deel van het electoraat wel aan toe is. Of
niet. Ook goed.
Don’t hurry, be happy!
Deze column verscheen in het juli-nummer van het GroenLinks Magazine.
|
|
jul 1
|
Het rode geluk. Een geschiedenis van de AWV
Het Transvaalplein in Amsterdam-Oost, op de
omslagfoto te zien zoals het was in 1923, speelt een belangrijke rol in de
geschiedenis van de Algemene Woningbouw Vereniging (AWV). Hier staan de
eerste huizen van de vereniging. Maar hier speelde zich in de oorlog ook
een drama af, toen alle Joodse bewoners werden weggevoerd. Het ‘pleintje’
wordt in dit boek uitvoerig beschreven, maar de geschiedenis van de AWV
voert ons ook naar de Staatsliedenbuurt, de Kinkerbuurt, Nieuw-West en de
Nieuwmarktbuurt. En natuurlijk naar het verzorgingshuis voor oudere
sociaaldemocraten, het Willem Dreeshuis in de Watergraafsmeer, want in het
bouwen voor bijzondere groepen heeft de awv altijd een voortrekkersrol
gespeeld.
Het rode geluk vertelt het verhaal van de Algemene Woningbouw
Vereniging en de betekenis van de sociaaldemocratische idealen voor de
Amsterdamse volkshuisvesting. Wie waren de bevlogen pioniers die in 1910 de
awv oprichtten om betaalbare, goede huizen voor arbeiders te bouwen? En hoe
zijn hun opvolgers omgesprongen met de ontwikkelingen in de stad en de
banden met de rode familie? Aan de hand van gebeurtenissen en personen
worden de wortels, obstakels en overwinningen beschreven van een
woningcorporatie die onlosmakelijk verbonden is met de Amsterdamse
geschiedenis.
Jos van der Lans
Het rode geluk. Een geschiedenis van de Algemene Woningbouwvereniging.
Uitgeverij Bas Lubberhuizen
ISBN 978 90 5937 198 9
Geïllustreerd
Pp.: 300
€ 24,95
Bestellen via:
www.lubberhuizen.nl
Inhoud
Gloed van een nieuwe generatie
De oprichting van de AWV
Schoonheid is een vreugde voor eeuwen
J.C. van Epen en de eerste AWV-woningen
Tocht der herinneringskaarten
Jan de Jong en de dagelijkse gang van AWV-zaken
Vermoorde emancipatie
Joseph Bonn, het rood-Joodse Transvaalplein en de oorlog
Leven in de sfeer van het democratisch-socialisme
Het Willem Dreeshuis en de zorg voor kwetsbare groepen
Slag in Hotel Krasnapolsky
De ledenraad en de worsteling met de
verenigingsdemocratie
Gevecht om Amsterdam
De Nieuwmarkt en het bouwen voor de buurt
De rode familie valt uiteen
Oude tradities in nieuwe tijden
Nieuwe vrijheden
Oude degelijkheid, moderne zelfstandigheid en
fusie-ruzie
|
|
jul 1
|
AWV + Het Oosten = STADGENOOT
Precies om 12 uur, het moment dat 30 juni overgaat in 1 juli, zijn de
woningbouwverenigingen AWV en Het Oosten gisteren officieel gefuseerd. Met
een spectaculair ‘oud en nieuw’- huwelijksfeest in de Westergasfabriek in
Amsterdam, waar zo’n vijftienhonderd genodigden op af waren gekomen. De
nieuwe woningcorporatie, goed voor een kleine 30.000 woningen in Amsterdam
en Almere, gaat Stadgenoot heten. Die naam was lang geheim gehouden,
maar werd precies om twaalf uur onthuld.
Eerder die avond hadden de beide directeuren Frank Bijdendijk (Het Oosten)
en Gerard Anderiesen (AWV)(zie foto links) de eerste exemplaren van twee boeken overhandigd
aan medewerkers van hun organisatie. In die boeken is – elk op een aparte
wijze – de geschiedenis van beide corporaties vastgelegd. Willem van Toorn
heeft dat voor Het Oosten gedaan, met als titel De stad en Het Oosten.
Het verhaal van een woningbowuvereniging en ik heb dat voor de AWV
gedaan: Het rode geluk. Een geschiedenis van de Algemene
Woningbouwvereniging. De AWV (opgericht in 1910) was lange tijde de
grootste corporatie van de hoofdstad en toonagevend socialistisch. De AWV
was het pronkstuk van de rode familie. Die rode familie vormt ook het decor
van deze geschiedschrijving, waarin in negen episodes de worsteling van de
oude sociaal-democratische idealen met de moderne tijd wordt omschreven.
Alle bezoekers kregen beide boeken na afloop in een cassette uitgereikt.
Wie er niet geweest is kan de boeken bestellen bij: Uitgeverij Bas
Lubberhuizen .
Kijk voor een sfeerimpressie op:
www.samenvanoudnaarnieuw.nl . (Het wachtwoord is: happynewyear.)
En de nieuwe corporatie is te bezoeken via: www.stadgenoot.nl

|
|
jul 1
|
WMO-essay in Binnenlands Bestuur
Het zou mij niet verbazen als de Wet Maatschappelijke
Ondersteuning ooit, in een verre toekomst, in de studiebroeken terecht zou
komen als hèt voorbeeld van hoe je een wet niet moet invoeren. Want wie een
wettelijke instrumentarium ontwerpt dat er toe moet leiden dat burgers meer
participeren, moet de invoering van zo’n wet natuurlijk niet laten
domineren door uitgerekend dat aspect van de wet, waar in die participatie
misschien wel het minst aan de orde is: de huishoudelijke zorg bij mensen
thuis. Dan staat meteen alles en iedereen op het verkeerde been. En dat is
precies wat er de afgelopen anderhalf jaar gebeurd is: de WMO werd een wet
van angst en beven.
Anderhalf jaar na de invoering lijkt het ergste voorbij. De aanbestedingen
zijn overal afgerond, de WMO-loketten zijn geïnstalleerd, er is ijverig
gewerkt aan de verplichte visienota’s en op een enkele dramatische
uitzondering na zijn grote rampen voorkomen. Toch is er geen reden om
opgelucht adem te halen, want het echte WMO-werk moet nog beginnen. Het is
velen in de consternatie wellicht ontgaan, maar de WMO is niet alleen het
samenvoegen van de Wet Voorzieningen Gezondheidszorg (WVG) met een deel van
de AWBZ. Ook de welzijnswet is in de WMO is opgegaan, met als idee dat het
oude welzijnswerk daarmee een nieuwe impuls zou krijgen. Daar is bitter
weinig van terecht gekomen. ……
Dit zijn de eerste twee alinea’s van het essay WMO kan niet zonder nieuw
welzijnswerk dat vorige week vrijdag in Binnenlands Bestuur verschijnt. Het
essay probeert woorden en gedachten te leveren die aan het welzijnswerk een
nieuwe draai kunnen geven. Want dat is hard
nodig, en de WMO biedt daartoe een uitgelezen gelegenheid. En het verhaal
sluit aan bij de opmerkingen die staatssecretaris Jet Bussemaker onlangs in
een brief aan de Tweede Kamer over de WMO-maakte. Nog een klein
tipje van de sluier:
In het oude welzijnsdenken wordt de persoon in kwestie geacht zich (…) bij
de garage (het loket) te vervoegen, in het nieuwe welzijnsdenken komt de
wegenwacht langs om hem haar weer op gang te brengen. Vanuit die
gedachtegang zou zich de nieuwe identiteit van het welzijnswerk moeten
ontwikkelen. Als een vorm van professionaliteit die verbindingen tot stand
kan brengen tussen kwetsbaar en krachtig, tussen ongezond en gezond, tussen
zwak en sterk, tussen arm en rijk, tussen kansloos en succesvol, tussen
talenten en mogelijkheden. (…)
De nieuwe opdracht die de WMO in de praktijk moet gaan brengen is dat
actief burgerschap vraagt om actief professionalisme.
Wie het hele verhaal wil lezen kan hier klikken.
De gedachten die in dit essay worden uitgewerkt borduren voort op eerdere
WMO-publicaties die ik in opdracht van het Amsterdamse gemeentebestuur
schreef. Dit zijn nu de drie relevante WMO-publicaties die u op deze site
kunt vinden:
1. WMO-ladder. De stedelijke organisatie van nieuwe
solidariteit
2. WMO-ladder. Korte versie uit TSS
3. WMO-essay Binnenlands
Bestuur
|
|
jul 1
|
Vijfde druk ligt bij de drukker!!!
Er is een vijfde druk in de maak van Ontregelen. Dat is
goed vakantienieuws, en voor alle mensen die het boek nog niet gelezen
hebben: op een terras met een goed glas wijn, aan het verre stand, in de
trein, het vliegtuig - Ontregelen is juist op vakantie heel
goed verteerbaar. Je wordt er vrolijk van en ondeugend. Na de vakantie zal
je werk er heel anders uit gaan zien.
    
|
|
|