augustus 2005
|
aug 30
|
Presentatie Koning Burger
UITNODIGING
Op 7 november presenteer ik in de Eerste Kamer mijn boek Koning
Burger – Nederland als zelfbedieningszaak, dat die dag
verschijnt bij uitgeverij Augustus. In dit boek probeer ik me te verstaan
met het nieuwe Nederland, zoals zich dat de laatste jaren aan ons
voordoet. Het boek valt in drie delen uiteen. De eerste hoofdstukken
gaan over de publieke emancipatie van burgers (deel I: Koning Burger...),
dan volgen vier hoofdstukken over de exodus van professionals uit de
frontlinies van de samenleving (deel II: en zijn professionele
onderdanen…) en het boek eindigt met een pleidooi om de publieke sfeer te
herontwikkelen (deel III: op zoek naar publiek leiderschap). Zo
opgeschreven klinkt dat tamelijk abstract, maar wees gerust: het boek
brengt de hedendaagse politieke cultuur heel concreet en gelardeerd met
vele persoonlijke anekdotes in beeld.
Op 7 november overhandig ik in de Eerste Kamer het eerste exemplaar van
het boek aan staatssecretaris Mark Rutte. Het laatste hoofdstuk uit het
boek heet namelijk ‘Waarom Mark Rutte deugt’ en heeft als vertelstructuur
een werkbezoek dat ik ooit samen met hem in Hoorn heb afgelegd.
Daarna vindt er onder leiding van Peter van Lieshout (WRR) over het
boek een gesprek plaats met Mark Rutte, Joost Divendal (hoofdredacteur
van de Journalist), Marjolijn Februari (elke zaterdag te bewonderen in
het Volkskrant-katern Het Betoog) en ondergetekende. De presentatie
begint om 15.30 uur.
Wie deze presentatie wil bijwonen, kan zich op geven bij uitgeverij
Augustus. Stuur een email naar:
uitgeverij Augustus .
Gegevens:
Bijeenkomst: Presentatie Koning Burger – Nederland als
zelfbedieningszaak
Datum: 7 november 2005
Aanvang: 15.30 – 16.45 uur (na afloop borrel in de Noen-zaal)
Zie voor meer informatie: BOEKENPAGINA
|
|
aug 26
|
Vakantie in Suriname
  
Van 1 tot en met 26 augustus ben ik met mijn gezin op vakantie in Suriname
(via Parijs en Frans Guyana, het land rechts op bovenstaand kaartje). Ik probeer mijn weblog regelmatig bij te
houden. Hieronder de verschillende afleveringen. |
|
aug 23
|
#6 - Terug in Europa
Het was een enerverende laatste week in Suriname. Met helaas weinig
mogelijkheden om er via dit weblog over te berichten. In het binnenland
is nu eenmaal geen internetcafé, en in Paramaribo hadden we het eigenlijk
steeds te druk.
Kort samengevat: we zijn nog een keer de barre bauxietweg naar het zuiden
opgetrokken richting Brownsberg, een berg in een natuurpark met uitzicht
over het Prokoponto-meer, het grote stuwmeer van Suriname van 16000 km2
groot. 80 procent van de elektriciteit van het land wordt via de stuwdam
opgewekt. We zaten in een prachtig huis met fabelachtig uitzicht. Met
bovendien ee geweldige zonsopkomst, en een reeks van dieren die we in de
vroege ochtenduren hebben gezien: een hert, een surinaamse haas,
roofvogels.
In dat meer zijn we ook nog een dag op een klein paradijselijk eilandje
geweest, waar Thomas en Lisa Tukanani's en zelfs een Piranja hebben
gevangen. Dat het een Piranje was wisten we niet, dat werd later verteld
toen Thomas het haakje al achteloos uit de bek van de Piranja had
gehaald. Het meer zelf is een soort bomenkerkhof. Overal steken kale
boomtoppen boven het water uit, het zijn zwarte staken die er al 31 jaar
staan. Zeer vreemde ervaring als je daar doorheen crosst, met een
korjaal.
Het laatste weekend werden we overvallen door een enorme stortbui, die in
twee uur half Paramaribo onder water zette. Omdat het hoog tij was kon
het water niet via de Surinamerivier worden afgevoerd, en hoopte het zich
op in de straten en tuinen. Bij ons apartement zelfs zo hoog dat het een
haar scheelde of het hele huis was - met alle rampzalige gevolgen
vandien - onder gelopen. Het water was zeker dertig centimeter omhoog
gekomen en kwam net een centimeter tekort om de verhoogde drempels van
het huis te nemen. Inmiddels sijpelde er wel op alle mogelijke manieren
water het huis in,. zodat we nog uren hebben staan dweilen. Toen het tij
zich terugtrok, was het water in een uurtje de stad uit verdwenen.
Maandag zijn we met de terugreis begonnen. Lisa was ziek geworden
(diarree, misselijkheid, hoofdpijn),dus van ons oorspronkelijke plan om
aan de Franse kant van de marowijnerivier een dorpje aan de kust te
bezoeken hebben we afgezien. We zijn de rivier overgestoken naar St
Laurent, de plaats van de beroemde Papillon-gevangenis. Van hier werden
de Franse gevangenen doorgetransporteerd naar Duivelseiland, voor de kust
van Frans Guyana, tegenover het stadje Koeroe. In St Laurent hebben we
een hotel genomen en vandaaruit zijn we de volgende dag naar het
vliegveld gegaan - nadat we in Koeroe nog even onze voeten in de
Atlantische Oceaan hebben gestoken. Daar vlogen we aan het einde van de
middag naar Parijs, waar we nog een paar dagen de grote
bezienwaardigheden hebben bezocht. Vrijdag staken we onze sleutel weer in
onze huisdeur.
Duidelijk is dat Suriname veel meer bezoekers verdient: het is een
prachtig land, dat we iedereen van harte aanbevelen. |
|
aug 14
|
# 5: Surinaamse Fatima
Ze waggelt uit haar hutje aan de oever van de Surinamerivier in het dorpje
Jaw Jaw, ver in het binnenland van Suriname. Haar loopje is onmiskenbaar
Surinaams, een beetje traag wiegelend. Haar naam is Marianne. Ze is naar
schatting ergens in de veertig en haar lichaamsvolume doet niet onder voor
de meeste Creoolse Surinaamse vrouwen van haar leeftijd. Hier worden de
zwarte vrouwen dun geboren en gaan ze, nadat ze zo’n vijf kinderen ter
wereld hebben gebracht, dik dood.
Marianne heeft geen kinderen. Ze is ook niet zwart, maar lelieblank. Maar
verder is ze Surinaamser dan Surinaams. Haar Nederlandse tongval is van
onvervalste Suri-makelij, compleet met de langgerekte klanken, de prachtig
gerarticuleerde klinkers en de volle w’s. Ze spreekt niet alleen perfect
Suri-Nederlands, met alle vreemde woordjes die er in de loop der eeuwen
ingeslopen zijn, ze heeft ook Suri-gebaartjes, ze denkt Suri, ze is Suri.
Dat is een hele prestatie want Marianne is pas een jaar in Suriname. Ze is
in Groningen geboren, heeft twintig jaar in de gehandicaptenzorg in de
buurt van Nijmegen gewerkt, maar daar is geen spoor meer van te ontdekken.
De Groningse tongval, die in Nederland elke Groninger zijn leven lang bij
zich draagt waar hij of zij zich ook vestigt, heeft Marianne is dit
tropische land in een jaar ingeslikt. Het is dat ze er in het
multietnische Suriname niet zo zwaar aan tillen, maar anders zou Marianne
in aanmerking voor een nationale inburgeringsprijs. Zo snel als zij het
voor elkaar gekregen heeft, daar kunnen de Javanen, Hindoestanen en Chizen
hier niet aan tippen.
Een jaar geleden besloot Marianne – nadat ze een paar jaar achter elkaar
naar Suriname op vakantie was geweest – naar de voormalige Nederlandse
kolonie te emigreren. Vanwege de mensen, het klimaat, het land, vanwege
alles eigenlijk. In Paramaribo werekt ze nu als PR-functionaris en
financieel coordinator voor de Vereniging van Particuliere Sociale
Instellingen (VPSI) Dat is een sort koepel van sociaal-cultureel
werkinstellingen die vooral voor kinderen activiteiten organiseren.
Daarom is Marianne ook in Jaw Jaw terechtg ekomen, een dorp van boscreolen
dat zich voedt van de producten van de jungle en de indrukwekkende
Surinamerivier als levensader heeft. Hier vindt voor het erst een groots festival
plaats, waarin zo’n vierhonderd kinderen uit heel Suriname de resultaten
van hun sociaal-culturele activiteiten komen laten zien. Een weekend vol
optredens, een tentoonstelling en vooral via multi-etnische ontmoetingen.
Voor het dorp is dat een ongekende gebeurtenis, op een dag wordt de
bevolking verdubbeld.
Marianne hoort bij de mensen die het festival organisatorisch en qua
logistiek moeten voorbereiden. Er moeten slapplaatsen gecreeerd worden
(plekken waar honderden hangmatten kunnen worden opgehangen), een podium
gebouwd, een programma in elkaar gezet. Dat is een enorm karwei.
De grote man van deze klus is de jonge Nederlander Jesse, een 22-jarige
stagaire die het op zich genomen heeft de technisch-materiele
voorbereiding te verzorgen. Hij zorgt voor de tekeningen, het hout, de
spijkers, de voorzieningen waar honderden hangmatten kunnen worden
opgehangen, het podium, en probeert uit het dorp mannen te ronselen die
met hem meewerken om alles van de grond te krijgen.
Daarbij roert hij voortdurend tegen de stroom op. De dorpelingen hebben
een geheel eigen wijze van werken, waarin typisch Nederlandse factoren als
tijd en planning geen enkele rol lijken te spelen, de VPSI-
functionarissen die hem moeten ondersteunen gedragen zich als heuse
bureaucraten in de jungle: ze zitten vooral op hun kont. En Marianne ziet
Jesse niet staan, want hij is een ex-soortgenoot waar ze niet meer mee in
verband gebracht wenst te worden, laat staan dat ze de arme jongen een
steuntje in de rug biedt. Het is een ongekende prestatie van de staire dat
alle voorbereidingen als de zeshonderd kinderen met boten de rivier komen
afzakken (bijna) klaar zijn. Marianne zelf is als ware Surinaamse dan nog
niet klaar met haar tentoonstelling.
Drie dagen heb ik het gezelschap zichzelf zien gijselen in een verlammende
organisatorische onmacht, en bij elk bootje dat aanmeerde in dit prachtige
dorp hoopte ik dat Rita Verdonk zou uitstappen. Want ik had haar zo graag
voorgesteld aan Marianne als een Surinaamse Fatima, die accentloos
Nederlands spreekt, uitblinkt in vergadertactieken en –technieken en haar
neus ophaalt voor haar ex-landgenoten. Dan had ze met haar eigen ogen
waarnemen dat in Suriname eigenlijk niemand op Marianne zit te wachten.
Hoezeer ze ook haar best doet om een echte Surinamer te worden, juist
daarom is ze volkomen ongeloofwaardig. Hoe Surinaamser ze wordt, hoe meer
ze haar ziel heeft verkocht. Dat zie je, dat voel je. Daarom is Marianne
niet populair bij haar collega’s, bij haar nieuwe landgenoten. Alle
inspanningen om er bij te horen verkeren in het tegendeel: ze zoekt
gezelschap en oogst uiteindelijk eenzaamheid. Dat had ik Rita Verdonk
graag laten zien, maar onze minister van integratie stapte niet uit een
van de bootjes, die in Jaw Jaw aanmeerde. Helaas.
|
|
aug 13
|
# 4: de binnenlanden
We zijn vier dagen diep de binnelanden van Suriname ingetrokken, gewapend
met malariapillen en tien anderhalf literflessen water. Het eerste viel
mee, het aantal muggen was minder dan in Paramaribo; het tweede was
overbodig vermoedelijk: het water is hier zo zuiver dat je nergens bang
voor hoeft te zijn.
Verder was het geweldig. We sliepen in een hutje aan de oever van de
Surinamerivier in het plaatsje Jaw Jaw. Van daaruit maakten we over de
rivier tochten naar andere dorpen en de jungle, waar we ternauwernood aan
een aanval van een van de meest giftige slangen van Suriname zijn
ontsnapt. Ook de vrouwelijke vogelspin, de Blach Widow, het vrouwtje dat
na paring haar mannetje opeet, moet je niet onverwacht tegen het lijf
lopen.
In het dorpje Jaw Jaw, waar bij elkaar toch zo'n duizend mensen lefden,
werd een festival voorbereid waar het weekend van ons vertrek zo'n
zeshonderd kinderen aan deel zouden nemen. Dat moest voorbereid worden, en
daarvoor werkte er een Nederlandse stagiare in het dorp. Via hem hebben we
de raadselen van het Surinaamse arbeidsethos proberen te achterhalen. Het
komt neer op een heel andere betekenis van het begrip klaar. Volgende keer
meer. |
|
aug 9
|
# 3 Wat hebben we gedaan
Ons huisje bevindt zich vlak bij het centrum, in Combe. Met vijf minuten
lopen staan we op het Onafhnakelijkheidsplein, net het beeld van de dikke
man: Joseph Adolf Pengel, de populaire premier die Suriname in de jaren
zestig leidde en de in vergelijking met Pengel miezemuizerige Lachmon, de
premier die de weg naar de onafhnakelijkheid heeft gewezen. Vroeger stond
er een standbeeld van Wilhelmina maar dat is de nacht voor de
onafhankelijkheid verwijderd en honderd meter verderop neergezet, vlak
naar Fort Zeelandia. De februari moorden zijn achter haar rug gepleegd.
We fietsen meestal naar onze bestemming, die de eerste week overal in
Pbo lagen. We hebben een oude suikerrietfabriek, Marienburg, bezocht op
een oude plantage, zo'n kilometer of tien buiten de stad. We hebben de
stad doorgeslenterd, de geweldige centrale markt gezien, raar fruit
gegeten en merkwaardige groen klaargemakt, de Surinamerivier overgestoken,
een soort elitevereniging met tennisbanen en een zwembad bezocht. Ik
ben zelfs bij de Surinaamse danskampioenschappen geweest, in een groot
stadion vlak buiten de stad waar zo'n 3000 mensen waren om een freesyle
kapioen gekroond te zien worden en groepsperformances. Het war moderne
jeugddans, veel breakdance, en rap-acrobatiek, ik weet niet of het woord
al bestaat, maar het is moderne muziek, waarbij het lichaan elastisch
schoksgewijs op beweegt. Enfin, ik was de enige blanke en verrreweg de
oudste aanwezige.
Overigens doe je op een dag niet al te veel. Het is regentijd, dus ergens
in de middag barst het noodweer los en dan kun jue beter binnen zijn.
Daarvoor en daarna is het behoorlijk heet, een drukkende warmte, wel
aangenaam, maar bepaald niet uitnodgigend om veel te gaan doen. Hoewel....
Hetty en ik hebben al twee keer drie kwartier hardgelopen, van half
acht 's ochtend tot half negen. Een hele prestatie want drie kwartier in
deze hitte komt neer op een halve narathon in onze koude polder.
Er is nog van alles te doen in Pbo, maar morgen gaan we naar de jungle
voor een tocht van vier dagen. Eerst net de bus, dan net de boot en dan
belanden we in een indianendorp van waaruit we wat jungletochten gaan
ondernemen. Er schijnen daar nog meer muskitos te zijn, dus dat wordt
alles insmeren. Vandaag hebben we ook de eerste malariatabletten geslikt.
De tassen zijn gepakt, het echte werk gaat nu beginnen: we gaan de natuur
in. Een volgend bericht volgt daarom over een dag of vijf. |
|
aug 8
|
# 2: Suriname na een week
We zijn nu een week in Suriname. Het is hier tropisch warm, en je hebt
venijnige, nagenoeg onzichtbare, geluidloze maar zeer frequent stekende
muggen, die genadeloos toeslaan bij het ontwaren van een klein stukje
bloot. Bij mij en bij Lisa in hoge mate, de rest heeft er minder last van.
Maar buiten dat is, is Suriname een belevenis. Het blijft vreemd om zo ver
van het Nederlandse polderlandschap keurig geformuleerde Nederlandse
zinnen te horen uit de kelen van mensen die de Lage Landen nooit gezien
hebben en in veel gevallen ook nooit zullen zien. Suriname is in alles
een oude kolonie van Nederland, die met haar onafhankelijkheid twee
klappen te verwerken heeft gekregen. De eerste was de breuk in de
continuiteit van het openbaar bestuur, ineens had Nederland daar geen hand
meer in. Dat is zeker een bevrijding, maar qua kennis en ervaring is het
natuurlijk ook een aderlating. De tweede klap kwam daar onm,iddellijk
overheen: de brainwave. Honderdduizenden verlieten het land om zich in
Nederland te vestigen. Daar zaten de beste krachten bij.
Die klappen is het land nooit helemaal te boven gekomen. Het gebrek aan
daadkracht vormde eerst de voedingsbodem voor de staatsgreep van Bouterse,
maar in feite verviel Bouta in dezelfde fout: hij baseerde zijn macht op
een wijdverbreid netwerk van patronage en dubieuze economische praktijken.
Toen aan zijn macht een eind kwam,, en de democratie zich herstelde, wist
het land zich niet van deze periode te ontdoen. Overal in het land staan
nog monumenten die herinneren aan de staatsgreep van 1980. De laffe moord
op zijn kritikasters in Fort Xeelandia in februari 1982 is hier nooit voor
een rechtbank geweest. Daardoor houdt het land zichzelf nu gevangen in een
bizarre patstelling. De politieke machthebbers is het maar om een ding te
doen: Bouterse de pas afsnijden, want dat zou het einde betekenen van hun
eigen machtnetwerken en patronage systemen. Er is geen overtuigend
programma, geen politieke overtuiging, geen echte politieke strijd, alleen
maar veel en vooral loze beloften. Niemand gelooft hier dat de politiek
ook maar iets kan betekenen. Niemand durft Bouta voor de rechter te
slepen. De geheime afspraak is dat dat niet zal gebeuren. Zo houdt men
elkaar dus gevangen in het verleden. Zo strompelt het land verder in
onmacht, die overal zichtbaar is. Bekijk hier een regeringsgebouw, en de
verf bladdert ervan af. Alles straalt achterstalligheid uit. De wegen, de
huizen, de winkels, de scholen, alles. En dat is intriest, want het is een
van de mooitrste landen ter wereld. Met een fantastische natuur, geweldige
mogelijkheden. Dit zou een trotse rijke natie moeten zijn. Nu is het een
arm land, vol met muggen. |
|
aug 3
|
# 1: aangekomen in Paramaribo
Via Parijs, Cayenne, St-Laurent (grens Suriname) zijn we in ons
appartementje in Paramaribo gearriveerd. Een geweldig benedenhuisje, vlak
in het centrum van Paramaribo. Alles gaat goed. Binnenkort volgt nader
bericht. |
|
aug 1
|
Vakantie in Suriname
  
Van 1 augustus tot 26 augustus ben ik met mijn gezin op
vakantie in Suriname. Als het even kan probeer ik op dit weblog
vanuit Suriname regelmatig berichten te posten. Blijf kijken
dus. |
|