|
Via dit weblog wil ik u op de hoogte houden van columns die ik schrijf, van gebeurtenissen waar ik bij ben geweest, van zaken die mij opvallen, van meningen die in mij opwellen, of van andere persoonlijke wetenswaardigheden. Het kan van alles wat zijn en het is ook sterk afhankelijk van hoe druk ik het heb. Reageert u vooral, ik zorg ervoor dat het geplaatst wordt, mits het natuurlijk wel ergens op slaat.
Een waarschuwing: in de loop der jaren kunnen links gewijzigd zijn waardoor ze niet allemaal meer werken. Dat geldt ook voor teksten van artikelen die u via het weblog via een link van deze website zou kunnen halen. Wegens een conversie van word-documenten naar pdf-documenten werken dergelijke interne links in weblogberichten voor mei 2009 niet meer perfect. In dat geval kunt u de artikelen beter ophalen via de knoppen 'journalist/publicist' --> 'artikelen' of anders via de speciale knoppen van het betreffende tijdschrift waarin het werd geschreven.
Als u wilt reageren kunt u mij een e-mail sturen via info@josvdlans.nl
| |
augustus 2009
|
aug 28
|
Buurtbarbecues
 De VVD is een campagne begonnen tegen het over de
balk gooien van gemeenschapsgeld voor de organisatie van buurtbarbecues en
straatfeestjes. In de gemeente Utrecht gaat daar jaarlijks twee ton mee
verloren. Dat is weggegooid geld, want het leidt tot niks.
Verrassend is dat zij bij deze aanval op ‘dat softe multiculturele gedoe’
uit onverwachte hoek steun krijgen: namelijk het Wetenschappelijk Bureau
van Groen Links. Dat bracht eerder dit jaar het boekje ‘Banen of
barbecues? ‘ uit, met daarin een casestudy naar het wijkbeleid in de
Utrechtse wijk Kanaleneiland. De conclusie: het welzijnswijkbeleid is
onsamenhangend gepiel met te veel projecten, dat voorbij gaat aan de
essentie: het structureel verbeteren van de positie van kansarme
individuen. Dat doe je met goed onderwijs en perspectief op werk en niet
met buurtbarbecues. Dat laatste was koren op de molen van de media en de
VVD, en sindsdien heet het dat ook GroenLinks tegen buurtbarbecues is. Dat
doet onrecht aan het rapport, waar best aardige dingen in staan, maar als
je er zo’n titel boven zet vraag je er ook om.
Waar gaat het om? Zo her en der in het land liggen er wat
grijpstuivers te wachten op buurtbewoners die het initiatiefnemen om een
feest te organiseren. Daarmee kan je tafels huren, een tent en
opblaasspringkussens. Het gaat om maximaal 500 euro, nog geen tweederde van
een dagdeeltarief van één organisatieadviseur, om maar eens een
willekeurige vergelijking te maken. Begrotingstechnisch stelt het helemaal
niks voor; het gaat nog niet om een procent van alle wijkbudgetten. Het is
vooral een investering in gezelligheid, maar wat is daar eigenlijk tegen?
Dat de VVD daar als elitaire antiwelzijnswerkpartij een
broertje dood aan heeft, hoeft niemand te verbazen. Maar laten we in
godsnaam voorkomen dat nu overal overijverige GroenLinks-raadsleden
vraagtekens gaan plaatsen bij buurtbarbecues. Zolang er bij overheden en
corporaties honderden miljoenen over de balk gaan aan geldverslindende
organisatieadviseurs, beleidspapierwinkels, glimmende reclamecampagnes,
prestigieuze sponsoring, nodeloos dure diners, dagelijkse recepties, gouden
handdrukken, relatiegeschenken, studiereisjes, glimmende voorgevels en
prachtige kantoortuinen stel ik voor om die buurtbarbecues even met rust te
laten. Kwestie van politieke prioriteit.
En daar hoor je de VVD nooit over.
Deze column verschijnt volgende week in het GroenLinks
Magazine.
|
|
aug 8
|
Zesde druk 'Typisch Nederlands'
   
Uitgeverij Contact heeft - tot verrassing van de auteurs – besloten om
Typisch Nederlands opnieuw uit te geven. Dat wordt de zesde
druk, de eerste verscheen in 1999, dus precies tien jaar geleden. Vier
ontwerpen voor de cover presenteerde de uitgeverij. Het werd uiteindelijk
de cover met de twee zoenende jongens met een witte achtergrond.
 Het voorwoord
De Nederlandse identiteit als bouwpakket
Wie zijn wij? Lange tijd was het in Nederland niet netjes om die vraag te
stellen. Boekjes over Nederlandse eigenaardigheden werden vooral door
buitenlanders geschreven. Ze waren ook voor buitenlandse bezoekers bedoeld
- how to behave tegenover those incredible Dutch? Als Nederlanders zelf de
pen grepen om iets over zichzelf te schrijven, was de toon meestal
ironisch.
De afgelopen jaren is dat ingrijpend veranderd. In een wereld die steeds
dichterbij komt, wordt onvermijdelijk de vraag actueel waarin wij ons nu
eigenlijk onderscheiden. De Nederlandse wereldburger ondergaat daarmee het
lot dat elke migrant treft: zodra de nieuwe wereld wordt betreden, begint
de waarde van het land van herkomst zich onweerstaanbaar op te dringen.
Tegenwoordig drukt de regering politici en ambtenaren op het hart, in
internationale fora Nederlands te spreken. De vlaggenverkoop trekt aan en
het Wilhelmus wordt weer aarzelend meegezongen. Zelfs Gijsbrecht van
Aemstel is terug en mag weer zeggen dat de liefde tot zijn land ieder is
aangeboren.
Nederland mag er dus weer wezen. Maar wát is Nederland nu eigenlijk
precies? Die vraag stellen is nog heel wat anders dan een pasklaar antwoord
bieden. Een 'volkskarakter' is immers niet iets dat voor altijd vastligt.
Nationale identiteiten zijn onder invloed van steeds veranderende
omstandigheden voortdurend in beweging. Ook over Nederland is niet één
verhaal te vertellen.
In Typisch Nederlands zal de lezer dan ook geen Groot Schema van de
Nederlandse identiteit aantreffen. We zijn niet op zoek gegaan naar een
eenduidige verklaring van de Nederlandse landsaard, maar naar de talloze
kleine eigenaardigheden die veelzeggend zijn voor onze manier van denken en
doen. We hebben daarbij gespeurd naar beelden en verhalen die in eigen land
als 'typisch Nederlands' worden beschouwd, maar ook naar de dingen waarmee
we over de grens opvallen en verbazing wekken.
Typisch Nederlands is dus een poging om de Nederlandse eigenaardigheden in
al hun verscheidenheid en tegenstrijdigheid voor het voetlicht te brengen.
Daarbij hebben we gekozen voor een presentatie in alfabetische volgorde.
Die heeft namelijk precies de vereiste willekeurigheid: alles staat door
elkaar. Sommige onderdelen roepen gevoelens van ironie op, andere wekken
enthousiasme, trots, woede of verbazing.
Daarmee doen we in ieder geval recht aan één typisch Nederlandse
eigenschap van onze tijd: Nederlanders laten zich niet zo gauw de wet
voorschrijven. Wie of wat ze zijn, maken ze stuk voor stuk zelf wel uit.
Daarom hebben we dit boek bewust de vorm gegeven van een bouwpakket,
waaruit iedereen zijn eigen typische Nederlander kan samenstellen.
Flaptekst, zesde druk 2009
Toen prinses Maxima meldde
dat 'de Nederlander niet bestaat' was het land te klein en moest de
minister-president spitsroeden lopen. Een onbegrijpelijke opwinding, want
Hare Koninklijke Hoogheid had volkomen gelijk. De Nederlandse identiteit is
een grabbelton waaruit ieder het zijne oppikt. Typisch Nederlands
biedt daarbij een vrolijke catalogus. Zoek uw favoriete en minder geliefde
nationale trekjes en zet uw hoogstpersoonlijke Nederlandse identiteit in
elkaar.
Zie: boekdetails op deze site en informatie bij uitegeverij Contact.
|
|
aug 7
|
Reizen op een vierkante meter
 Waarom bestaat er eigenlijk geen Nederlandse
bloemlezing met aansprekende dansverhalen? Gezien het grote aantal mensen
dat potentieel tot het lezerspubliek behoort is dat tamelijk
onbegrijpelijk. Dansen is immers een van de meest gebezigde
vrijetijdsactiviteiten. Er bestaan inmiddels bloemlezingen met
reisverhalen, treinverhalen, keukenverhalen, voetbalverhalen, tuinverhalen,
verhalen over huisdieren, over auto’s, kortom over alles en nog wat, maar
er is kennelijk geen uitgeverij op het idee gekomen om een leuke bundel met
dansverhalen uit te brengen. Om de een of andere reden wordt dansen niet
verbonden met lezen.
Toch zijn er prachtige verhalen geschreven. Een fraai voorbeeld daarvan is
het verhaal dat Ineke Holtwijk schreef over het sambadansen in Brazilië in
de bundel Kannibalen in Rio (Amsterdam: Prometeus, 1995, pp. 40-52) . Op
een indringende wijze laat de Volkskrant-correspondente zien dat dansen in
Brazilië deel uit maakt van het karakter van het Braziliaanse volk. De
samba is tekenend voor de manier waarom de Brazilianen in het leven staan:
sensueel, vrolijk, altijd met elkaar bezig.
Ik ben een nuchtere en stijve Nederlander, dus toen ik het las dacht ik
dat Holtwijk een beetje overdreef. Maar deze zomer was ik in Brazilië en
nadat ik in Rio al de muziek uit de openstaande ramen van de sambascholen
had gehoord stond ik een paar dagen later zo’n duizend kilometer ten
noorden van Rio in een strandplaatsje dat luistert naar de prachtige naam
Arraial D’Ajuda op een pleintje, waar het in vijf minuten swingde. Er waren
drie jongens gekomen met een accordeon, een triangel en een trom en ze
hadden hun liederen nog maar net aangeheven of de dansvloer stroomde vol.
Ineens waren ze er: de jongens en meisjes, de mannen en vrouwen, de
Brazilanen, het volk dat alle tinten van de menselijke soort heeft
aangenomen.
Voor mijn ogen voltrok zich het feest dat het verhaal van Ineke Holtwijk
tot leven leek te wekken. Een jonge atleet in bermudabroek draait een
donkere schoonheid als een tol over de dansvloer. Een wat oudere rasta met
reggaemuts zwiert met een adembenemend jong meisje. En dat allemaal op
slippers. 
Het was geweldig om te zien. De sambaswing lijkt als een toverdrankje te
werken: het is een dans die vrouwen mooi maakt. Het meisje dat eerst nog
tutterig langs de kant staat, straalt even later op de dansvloer. Als ze
tenminste door de goede danspartner gevraagd wordt. Want hoe beter de
jongen danst, hoe mooier zijn danspartner wordt. Het is allemaal uiterst
sensueel, maar in het dansen zelf niet bezitterig. De paren draaien dat het
een lust is, maar de danspartners kijken elkaar nauwelijks aan. Terwijl de
jongens hun danspartner tot de meest sierlijke draai- en heupbewegingen
verleiden, priemen ze ondertussen met hun ogen de dansvloer en het publiek
af, op zoek naar de volgende prooi. De kunst is hier niet een persoon te
veroveren, maar zoveel mogelijk dames tot schoonheid te brengen.
Stelletjes kent deze dansvloer niet. En wat daarvoor in aanmerking komt,
draait hooguit een nummer rond. Waar in Nederland het mannelijk dansgedrag
nogal eens leidt tot monopoliseren van de begeerde vrouw, is het hier op
het pleintje in Arraial D’Ajuda juist andersom: hoe meer vrouwen een man
tijdens het dansen tot schoonheid kan boetseren, hoe aantrekkelijker hij
wordt. De beste dansers delen hun talenten met zoveel mogelijk anderen,
mits ze wel een beetje van niveau zijn. Ongemerkt tekent zich zo een
hiërarchie af: de slechtste danser waagt zich niet aan de beste danseres.
En andersom.
Maar wat er vooral uit spreekt is het plezier, de lol. Het is een feest.
Wie de Brazilianen wil leren kennen moet een voetbalwedstrijd bezoeken en
hen bezig zien op de dansvloer, daar krijgen ziel en zaligheid de vrije
loop. Niet voor niks leiden sambascholen een bloeiend bestaan. Of zoals
Ineke Holtwijk het een van haar hoofdpersonen in haar verhaal laat zeggen:
‘De sambaschool is liefde’. Hij heet Didi en werkt elke dag tot
middernacht, maar een uur later staat hij geparfumeerd op de vloer van zijn
sambaschool. Hij wijst Holtwijk op het credo dat in sierlijke letters over
vier meter breed op de muur staat: ‘Zolang er dans is is er hoop.’ De
straatventer Antônio Carlos legt het even later weer anders uit: ‘Voor
jullie is het cultuur. Voor armen is dansen betaalbaar plezier.’ Hij heeft
geen geld voor vakantie, maar kan daar niet mee zitten, want voor hem is
dansen ‘reizen op de vierkante meter’.
Dat zijn prachtige teksten, die elke dansliefhebber wel wil lezen. Kortom,
het is echt de hoogste tijd voor een bloemlezing met dansverhalen.
Deze column verschijnt deze maand in het Dans Magazine.
|
|
aug 4
|
Einde vakantie
 De vakantie zit er op. Er is niet veel terecht gekomen van het bijhouden
van dit weblog. Om de simpele reden dat niet overal een internetcafé ter
beschikking was, en waar er wel een was heb ik veel tijd moeten verdoen met
het controleren van bankrekeningen aangezien in Salvador op de een of
andere manier mijn pasjes zijn geskimd, waarna er stelselmatig geld van de
rekening werd afgeschreven. Uiteindelijk is alles geblokkeerd, en meldt de
ING dat alles verm oedelijk vergoed zal worden, maar het zet een domper op
zo’n reis.
 Die verder overigens geweldig was. Na Salvador zijn we naar het
nationaal park Diamantina geweest, daarna naar Brasilia, de hoofdstad die
midden in het land vijftig jaar uit de bossen is opgetrokken. Vandaaruit
naar Manaus, de hoofdstad van het Amazonegebied, op de plek waar de Amozone
samenvloeit met de Rio Negro, en de twee rivieren kilometerslang in twee
gescheiden kleuren (bruin en blauw) optrekken. Daar hebben we een
jungletocht gemaakt van vier dagen, kaaimannen en piranha’s gevangen.
Spannend en indrukwekkend.
 En weer terug naar Rio, waar we nog een bezoek hebben gebracht
aan het grootste stadion ter wereld: het prachtige Maracanä, ook al – zoals
zoveel in Brazilië – gemaakt door de architect Oskar Niemeijer. We zagen
daar een wedstrijd van de populairste club van Brazilië: Flamengo, die een
treurigstemmende vertoning op de mat legde, en met een gelijkspel ontsnapte
tegen de rode lantaarndrager Nautique. Maar op de tribunes was het vanaf
het begin tot het einde een grootse kakafonie, een geluidsfabriek.
En toen weer terug naar Nederland, het stijve Nederland, land zonder chaos.
Aan het werk.
|
|
|