Vandaag las ik in de Volkskrant het overlijdensbericht van Frans Berkers, sinds de jaren zeventig een goede bekende van mij. Frans was een begenadigd verhalenverteller met wie het altijd gezellig en relevant koffiedrinken was. En een uitstekende docent. Hieronder een korte biografisache schets zoals vandaag in het Biografisch Portaal van de Canon sociaal werk gepubliceerd.

Op 25 juli 2025 overleed op 76 jarige leeftijd Frans Berkers. Hij was tussen 1989 en 2014 25 jaar verbonden aan de Haagse Hogeschool, waar hij culturele maatschappelijke vorming doceerde. Zijn naam is nauw verbonden aan de ontwikkeling van het (politieke) vormingswerk in Nederland en aan de introductie in Nederland van het werk van Oskar Negt en Alexander Kluge, waaraan de termen ‘sociologische verbeeldingskracht’ en ‘exemplarisch leren’ zijn verbonden. Twee begrippen die ook kenmerkend zijn voor het denken van Frans Berkers, zelf een enthousiaste verhalenverteller die voortdurend de verbeelding liet spreken.

Oskar Negt op bezoek bij de Landelijke Scholingsgroep Welzijnswerkers in 1979, vlnr Oskar Negt, Koen Kool en Frans Berkers
Landelijke Scholingsgroep Welzijnswerkers
Frans Berkers was vanaf de jaren zeventig spraakmakend in kringen van het welzijnswerk. Hij studeerde eind jaren zestig aan de sociale academie in Breda, in een periode waarin de democratiseringsbeweging haar hoogtepunt kende. Hij was in Breda één van de voormannen van die beweging. Die rol hield hij vast toen hij na de sociale academie sociologie ging studeren aan de VU in Amsterdam, waar hij al snel voorzitter werd van de studentenvakbond SRVU. In 1972 richtte hij met anderen de Landelijke Scholingsgroep Welzijnswerkers (LSW) op, een gezelschap dat tot 1986 een groot aantal kritische publicaties voortbracht over vormingswerk, welzijnsbeleid en grotendeels verantwoordelijk was voor de introductie van het werk van Oskar Negt in Nederland. Frans Berkers werd in 1977 universitair docent bij de studierichting andragologie. Hij doceerde methoden en technieken van vorming onder meer via experimenteel projectonderwijs in de vorm van de werkplaats cultuur, arbeid en leren. Hij schreef in die periode onder meer in Te Elfder Ure, Marge en Vorming. Gedurende acht jaar maakte hij deel uit van de redactie van dat laatste tijdschrift.
Kunstgeschiedenis
Toen de studie andragologie werd opgeheven in het midden van de jaren tachtig was een volgende stap noodzakelijk. Hij begon een tweede universitaire studie: kunstgeschiedenis in Utrecht. Kunst en geschiedenis waren altijd al twee passies van hem. Het bood hem tevens de gelegenheid om echt verder te komen met de theorievorming en methodiekontwikkeling van het sociaal-cultureel werk. Kunstgeschiedenis is in feite de geschiedenis van de verbeelding, een dimensie die hij in het methodisch denken en handelen van het sociaal-cultureel werk wilde stimuleren. Zijn ’nieuwe’ vakgebied kwam bijvoorbeeld ook van pas bij de door hem georganiseerde stadswandelingen in Amsterdam, waarbij hij aan de hand van architectuur, schilderijen en beeldhouwwerk vertelde over de geschiedenis van welzijn & discipline. Een beeldsynopsis daarvan verscheen in het gelijknamige boek van Henk Michielse uit 1989.
Haagse Hogeschool
Een logische volgende stap toen hij uiteindelijk in 1988 bij de UvA ontslagen werd, was om zijn werk als docent voort te zetten in het hoger beroepsonderwijs. Daar wist hij vaak in samenwerking met Marcel Spierts vele generaties studenten te inspireren. Kunst en cultuur wist hij op een intrigerende manier in zijn verhalen over het sociaal-cultureel werk te incorporeren. Samen met studenten bezocht hij talloze musea en organiseerde hij culturele reizen. In deze periode was hij ook gedurende tien jaar actief lid van de Beraadsgoep Vorming, een platform van werkers en wetenschappers op het terrein van vorming en volwasseneneducatie.
Toen hij in 2014 afscheid nam greep hij de gelegenheid aan om terug te blikken op zijn onderwijspraktijk die hem – in zijn eigen woorden – ‘zoveel heeft gebracht aan vreugde en vakbeoefening’. Zijn bundel (Frans Berkers) Verzamelt werk. 25 jaar docent culturele en maatschappelijke vorming biedt niet alleen een overzicht van een groot aantal van zijn publicaties, maar bevat ook een uitgebreid interview over zijn levensloop, afgenomen en opgeschreven door Henk Krijnen, die hem nog kende van de tijd van de sociale academie in Breda. Frans Berkers verhaalt met gepaste trots over zijn keuze voor de studierichting cultureel werk, dan vijfenveertig jaar geleden.
Al met al een rijke bundel over het vak culturele en maatschappelijke vorming, dat in Frans Berkers een meer dan inspirerende ambassadeur had. Wel jammer is dat het meer en meer een herinnering aan het worden is. Het type docent dat Frans Berkers was, is binnen het HBO inmiddels steeds uitzonderlijker geworden. Met deze bundel heeft hij laten zien dat dat niet alleen een aderlating is, maar dat het ook anders kan.
Zijn intrigerende verhaal, feitelijk ook een geschiedschrijving van een generatie, vind je hier.
Sleutelwerk Negt en Kluge
De laatste jaren zette Frans Berkers zich aan een proefschrift, waarin hij de hele geschiedenis nog eens wilde doordenken door de kennis en ervaringen met methodiek(ontwikkeling) van drie generaties cultureel werkers te beschrijven en te analyseren. Helaas heeft hij dat niet kunnen afronden, zijn gezondheid liet dat niet meer toe. Erg jammer, want met zijn heengaan is een rijke bron aan verhalen stilgevallen. Een laatste project heeft hij wel nog kunnen voltooien. In 2023 verscheen bij Boomfilosofie Eigenzinnigheid, werk en geschiedenis. Over menselijke vermogens, een sleutelwerk binnen de Kritische Theorie van de hand van Oskar Negt en Alexander Kluge. Samen met Gertjan Schuiling en Rudi Laermans, verzorgde Frans Berkers de redactie, vertaling en ten geleide (zie foto). Laten we hopen dat er anderen opstaan die in zijn geest blijven verhalen. Want dat heeft het sociaal-cultureel werk nodig.
