JOS VAN DER LANS - WEBLOG / TWITTER

Tijdens mijn politieke carrière als Eerste Kamerlid (1999-2007) was ik een van de eerste politici die in 2004 een eigen - tamelijk primitief - weblog begon. Eerst vooral vanwege mijn politieke activiteiten/meningen, maar in de loop der tijd steeds meer over mijn publicaties en publieke optredens als journalist en publicist. Zo werd het weblog een etalage voor iedereen die op hoogte wilde blijven van mijn gepubliceerde artikelen en columns, van gebeurtenissen waar ik bij ben geweest, van observaties die ik doe, van meningen die in mij opwellen, of van andere persoonlijke wetenswaardigheden.

Het is geen dagboek, maar wel een soort maandboek geworden, waar ik zelf regelmatig in terug blader om nog even na te gaan hoe het ook al weer zat.

Reacties worden op prijs gesteld. Stuur een email naar: info©josvdlans.nl

weblog - augustus 2026
Moderne geschiedenis van het sociaal werk #7 - een lovende bespreking
Het boek als de leestip voor de vakantie. Fijne bespreking van Geerten Boogaard in Binnenlands Bestuur, nr. 33, 12 augustus 2026. f lees hem rechtstreeks in de pdf.

De bindende leestip voor deze zomer is het boek Moderne geschiedenis van het sociaal werk, het onlangs verschenen levenswerk van Jos van der Lans. De redenen daarvoor zijn velerlei. In de eerste plaats worden de liefhebbers van zijn fijnzinnige observaties en glasheldere stijl ook in dit boek op hun wenken bediend. Grote ego’s worden met kleine woordjes op hun historische plek gezet, stille krachten worden met de nuchtere beschrijving van hun daden juist naar voren gehaald. Want juist in het sociaal domein komt het aan op het verhaal dat je vertelt. Hulp of betutteling? Bemoeizorg of gebrek aan tolerantie? Dat zijn morele keuzes tussen medemensen die niet willen deugen en degenen die dat niet kunnen. De deserving poor die vroeger op Liefdadigheid naar Vermogen konden rekenen en tegenwoordig in hun kracht worden gezet, tegenover de undeserving poor die vroeger naar Frederiksoord moesten of tegenwoordig naar een scheef huisje mogen.

Van der Lans laat zien dat door alle ideologieën en overgewaaide trends in het sociaal domein heen, telkens weer dezelfde fundamentele morele vraag speelt voor wie de samenleving zich verantwoordelijk voelt en wie in de marge uiteindelijk vooral een probleem voor de openbare orde oplevert. Een dergelijk historisch inzicht helpt bij de ontspanning tijdens een vakantie. De tijd waarin liefdadigheid een gunst was die je moest verdienen, verschilt niet wezenlijk van de tijd waarin persoonlijke motivatie en voldoende tegenprestatie de voorwaarden vormen voor sociale grondrechten.

Maar er is meer. Juist omdat het neerkomt op hoe wij de ander zien, is het welzijnswerk gevoelig voor de verbeelding ervan. Van der Lans kan met dit gegeven overweg. In de eerste versie van zijn Canon Sociaal Werk staan Marga Klompé en het personage Sjakie uit Flodder op gelijke hoogte. Na de bevlogen uitbouw van het opbouwwerk in de jaren zeventig, wordt het sociaal domein in de jaren tachtig gevoelig voor de karikaturalisering ervan. De scherpe columns van Jan Blokker, het etiket ‘spijkerpakken- proletariaat’ van Herman Vuijsje en juist ook het karakter van Lou Landré. Zoals het verhaal wil dat er in het Verenigd Koninkrijk extra maatregelen zijn genomen om topambtenaren aan de ketting te leggen omdat de serie Yes, Minister het beeld van de werkelijkheid bepaalde, zo staat het succes van minister Elco Brinkman als de grote verzakelijker van het welzijnswerk niet los van het beeld dat de samenleving had van de beroepsgroep waarop hij bezuinigde. Zonder Sjakie geen Elco. En dus hoef je in de rest van de vakantie niet per se Russische literatuur te lezen. Het languit op de bank terug kijken van alle afleveringen van Flodder is ook heel intellectueel verantwoord.

Het sociaal domein is niet alleen een spiegel van de maatschappelijke opvattingen over wie er wel en niet bij horen, het is ook een uitdrukking van de verhouding tussen overheid en samenleving. Van der Lans volgt het spoor van de strijd van Thorbecke tegen de machtige diaconieën van destijds, via de grote organisaties van de verzuiling die na de oorlog de overheid in een procedurele rol hielden, tot aan de huidige inspanningen van de gemeenten om met een sociaal wijkteam integraal en gebiedsgericht te werken. Voor het associatieve brein van Van der Lans is dat reden om de brochure Wij en de wijkgedachte van W.F. Geyl uit 1947 naar voren te halen. Destijds was het onderdeel van de vergeefse Doorbaak waarmee men de verzuiling wilde doorbreken.

Nu de ontzuiling een feit is, blijft de vraag welke integrerende verbanden daarvoor in de plaats kunnen komen. De wijkraden die Geyl destijds voor zich zag, vertonen alvast verrassend veel gelijkenis met de wijkberaden zoals de G1000 die organiseert. De ultieme reden waarom juist het boek van Van der Lans bijdraagt aan de vakantievreugde, is dus niet het onthaastende inzicht dat er weinig nieuws is onder de zon of de legitimatie van ongebreidelde consumptie van lage cultuur. De vele historische dwarsverbanden en de associaties met de actualiteit zetten aan tot het soort mijmeringen waarvoor de zomer vakantie de ultieme gelegenheid biedt, juist als je het boek uit hebt. 

Geerten Boogaard is hoogleraar decentrale overheden (Thorbecke-leerstoel) aan de Universiteit Leiden. 


Moderne geschiedenis van het sociaal werk #6
Fundament sociaal werk gelegd met koloniaal kapitaal

Ben er even tussenuit geweest, reden waarom de berichtgeving over het boek stokte. Maar nu is het tijd om de draad weer op te pakken. Een flink aantal mensen heeft me gevraagd wat ik nu zelf opvallende feiten of gebeurtenissen vond in mijn boek. Dat zijn er best veel en ik zal er de komende tijd een paar uitlichten. Maar een van de opmerkelijkste vondsten was een vondst die welbeschouwd geen vondst was. Het betrof feiten die altijd wel vermeld werden, maar waarvan de volle betekenis maar niet tot ons en onze geschiedschrijvers wilde doordringen.

De aandacht voor het koloniale verleden werpt echter ook een ander licht op de geschiedenis van het modern sociaal werk. Bekend was dat de eerste fundamenten van het sociaal werk, zoals het Volkshuis Ons Huis (1892) en de start van de Opleidinginrichting voor sociale arbeid (1899, de latere School voor maatschappelijk werk), niet van de grond waren gekomen als puissant rijke weldoeners als de familie Janssen niet met forse bedragen waren bijgesprongen. Maar veel expliciete aandacht voor de precieze herkomst van die financiële steun is er nooit geweest. Dat die filantropische miljoenen verdiend werden door mensonterende uitbuiting van contractarbeiders op tabaksplantages in Deli (Sumatra) is lange tijd niet de moeite van het vermelden waard geweest. Sterker, de heren weldoeners werden geëerd met standbeelden en straatnamen.

Het wrange is: begin twintigste eeuw waren die feiten wel degelijk bekend. Er werd officieel onderzoek verricht dat aan duidelijkheid niets te wensen overliet. Er volgde na publicaties zelfs een publiek debat. De feiten drongen door tot de Tweede Kamer, maar er werd niet naar gehandeld en de sociale hervormers in Nederland die publieke voorzieningen voor de verheffing van de arbeiders van de grond tilden zagen er geen probleem in. Eigen arbeiders eerst.

In ‘Moderne geschiedenis van het sociaal werk’ wordt voor zover ik dit kan overzien dit verhaal over besmet geld voor het eest expliciet verteld. In het kader Keti Koti heb ik het in een apart venster voor de Canon sociaal werk nog verder uitgewerkt en gedocumenteerd. Wat we er mee moeten, weet ik niet precies, maar voor een goed begrip van de geschiedenis zijn het feiten die niet langer onvermeld mogen blijven.

Informatie over Moderne geschiedenis van het sociaal werk: klik hier

Het Canon-venster: 1902 - De Miljoenen uit Deli. Liefdadigheid en koloniaal kapitaal.

Essay in Zorg + Welzijn, geplaatst 4 augustus 2026.

Er bestaat in het sociaal domein zoiets als historical based evidence

Historisch Centrum Sociaal Werk wil ahistorisch tij keren




Twee jaar geleden kreeg ik de kans om het archief van opbouwwerkvoorman Wil van de Leur op orde te brengen. Hij behoorde begin jaren zestig  tot de eerste generatie studenten die zich op de sociale academie specialiseerde in opbouwwerk. Vanaf 1968 zette hij in Leeuwarden het opbouwwerk op de kaart. In 1978 trok hij naar Den Haag, waar hij vanaf 1981 directeur was van het Landelijk Platform/Centrum Opbouwwerk. In die functie publiceerde hij vele tientallen artikelen en initieerde hij tal van innovatieve projecten en buurtgerichte initiatieven. Hij overleed in 2007. Nadat in 2023 ook zijn vrouw Ineke kwam te overlijden, stelde zijn dochter Manon zijn uitgebreide, maar ongeordende archief ter beschikking aan de Canon sociaal werk. Zie de Canon-podcast: Het archief van Wil van de Leur.

Zo kwam het dat ik mijzelf terug vond tussen vele dozen met papieren en een kleine honderd boeken voornamelijk uit de jaren zeventig en tachtig. De bedoeling was dat ik daar een raadpleegbare bibliotheek van zou maken, met keurige omschrijvingen over wat er in de boeken stond. Een voor een nam ik de boeken en brochures ter hand, bestudeerde de inhoud en maakte er een korte notitie over om in de onlinecatalogus op te nemen.

Hoe meer boeken er op de geordende stapel belandde, hoe groter mijn verbazing. Ik zag publicaties passeren over bewonersparticipatie in buurten, over gemeenschapsvorming, community building, buurtwerk, het beheer van wijkcentra, over democratie in wijken, over … ja eigenlijk over alle onderwerpen die vandaag de dag nog steeds miljoenen megabites opslokken. Het is voer voor beleidsgesprekken en documenten over ‘de sociale basis’, over wijkgericht werken, over samenwerking tussen bewoners en sociale professionals in buurten. Alleen heb je niet de indruk dat de hedendaagse beleidsmakers, onderzoekers en buurtprofessionals veel weet hebben van de geschriften die nog geen veertig jaar geleden door een hele generatie onderzoekers, opbouwwerkers en wetenschappers zijn voortgebracht. Ze lijken uit het collectieve geheugen verdwenen. Men heeft er geen idee van.

Het verleden te grabbel gegooid

Ons historisch geheugen wordt vandaag de dag gevoed door wat google en andere AI-technologieën ons voortoveren. Dat is ongelooflijk veel, daarover geen misverstand. Maar de schat aan informatie die Wil van de Leur bijeen had verzameld vind je er niet of nauwelijks in terug. Dat is kennis die nog het vermogen had om op boekenplanken te verstoffen en in een bibliotheek te wachten op iemand die de moeite nam om het tot zich te nemen.

Maar welke consultant, onderzoeker, student, beleidsmedewerker of sociale professional bezoekt tegenwoordig nog een bibliotheek? Sterker, op hogescholen, waarvan je zou verwachten dat ze voor hun studenten en docenten toch iets van al die mooie buurtstudies zouden bewaren, heeft een ongekende opruimwoede toegeslagen waardoor vele tienduizenden boeken bij het grofvuil zijn gezet. Het argument: ruimte gebrek en ja…. er was toch nauwelijks vraag naar.

Zo hebben we het verleden te grabbel gegooid en blinken we in het sociale domein tegenwoordig uit in het creatief uitvinden van het wiel. En natuurlijk, het verleden biedt geen pasklare oplossingen voor hedendaagse vraagstukken, maar om nu te doen alsof al die ooit verzamelde kennis niet bestaat of kennelijk niet de moeite van het raadplegen waard is, is wel het andere uiterste.

Het zou toch zomaar kunnen dat er in al die geschriften van de jaren zeventig en tachtig kennis ligt opgesloten die wel degelijk bruikbaar is om de hedendaagse pleidooien over gemeenschapskracht, samenlevingsopbouw en community building op hun waarde te schatten. Al was het maar omdat er mogelijkerwijs boodschappen in verborgen liggen waardoor je al te hoge en misschien wel te romantische verwachtingen over wat burgers met elkaar in de sociale basis van een wijk kunnen opbrengen op basis van historische ervaringen zou kunnen temperen.  

Willekeur, vernedering en vriendjespolitiek aan banden

We zijn het – dankzij de zoekmachines  en intelligente chatboxen – ontwend om ons te beseffen dat we in een geschiedenis leven, dat er altijd iets aan ons hedendaagse bestaan vooraf is gegaan. Daarom zien we de verzorgingsstaat eerder en liever als een bureaucratisch moloch, een sta in de weg in ons dagelijks leven, als een nagenoeg onneembare systeemwereld dan als een historisch product waarover strijd gevoerd is, een systeem dat emancipatie mogelijk heeft gemaakt en willekeur, vernedering en vriendjespolitiek aan banden heeft gelegd. We zijn zo ondergedompeld in tijdloze informatie die zich elk moment aan ons opdringt dat we het vermogen om historisch te denken langzaam maar zeker kwijt raken. Ja, in die gedigitaliseerde mindset zijn bibliotheken op de beroepsopleidingen eerder een sta in de weg dan een te koesteren schat. Dan is de rechtsstaat ook gewoon een verschijnsel waarover je schouders kunt ophalen. Dan is het zicht op een groter historisch  verhaal zoek en neem je de wereld de maat met je individuele emoties en privé-ervaringen. Dan krijg je die onverschilligheid die de oud- directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau Paul Schnabel ooit treffend samenvatte als “Met mij gaat het goed, maar met de samenleving gaat het slecht’.

Om weerstand te beiden tegen deze ontwikkelingen ben ik samen met anderen inmiddels een kleine twintig jaar geleden de Canon sociaal werk begonnen. De aandacht voor de geschiedenis van het sociaal werk verslapte, bij fusies en reorganisaties werden hele archieven door de papierversnipperaar gehaald, op de website van instellingen op het terrein van zorg en welzijn kwam je nauwelijks nog enige verwijzing tegen naar het verleden. In de digitaliserende wereld van het Nieuwe Publieke Management, van economisering van menselijke betrekkingen, van concurrentie en schaalvergroting speelden geschiedenissen geen rol van betekenis. ‘Prestaties uit het verleden zijn geen garanties voor de toekomst’, was lange tijd een gevleugelde  uitdrukking in kringen van manager en bestuurders. In de newspeak van efficiency en doelmatigheid moest met het verleden eerder afgerekend worden dan dat daar nog enigerlei inspiratie in de vinden zou zijn.

De Canon wilde daar tegenwicht aan bieden in de overtuiging dat in het verleden wel degelijk argumenten liggen om het sociaal werk te legitimeren. Zou het niet zo kunnen zijn dat het zelfs in onze achterstandswijken nog altijd redelijk goed toeven is (zeker in vergelijking met veel buitenlanden) dankzij de inzet van welzijnswerk, van buurtwerk, van sociaal werk, van maatschappelijk werkers en schuldhulpverleners? Zou het niet zo kunnen zijn dat de armoede in ons land minder diep is omdat we ooit een vangnet hebben geïnstalleerd? Zou het niet zo kunnen zijn dat we eigenlijk weinig ongeregeldheden in probleemwijken zien omdat we tegen overlast van jongeren in bepaalde wijken een beproefd middel hebben om escalatie te voorkomen: namelijk de inzet van jongerenwerkers? Kunnen we uit de geschiedenis niet leren dat opbouwwerkers die zich langdurig in een wijk vestigen en een netwerk van relaties en lokale kennis tot stand brengen en daarmee sociaal kapitaal opbouwen dat dat bijdraagt aan de leefbaarheid van de wijk (en dus de gezondheid van haar bewoners) en dat je die verworvenheid niet steeds met vierjarige aanbestedingen op het spel moet zetten? Zou het niet zo kunnen zijn dat er naast het door de technocraten bewierookte  evidence based werken er ook een andere, misschien wel overtuigender bewijsvoering bestaat: historical based evidence. (1)

Documenteren is niet voldoende

Met de Canon sociaal werk hebben we de afgelopen twintig jaar een enorme schat (meer dan 3000 webpagina’s) aan historische informatie verzameld waardoor de brug naar de geschiedenis voor wie wil toegankelijk gemaakt is. We hebben er in ieder geval voor gezorgd dat er veel niet verloren is gegaan en zien tot ons grote genoegen dat de ChatGPT’en van de moderne wereld  daar ook dankbaar gebruik van maken. Ook het archief van Wil van de Leur is op deze manier toegankelijk gemaakt, hoewel je voor de boeken nog wel een reis het kantoor van de Beroepsvereniging van Professionals in het Sociaal Werk (BPSW) in Utrecht moet maken.

Maar documenteren is niet voldoende. Wat we zouden willen is de historische state of mind herstellen. Dat het weer normaal wordt dat als je een baan krijgt in een sociaal wijkteam dat je actief verbinding zoekt met de geschiedenis van die wijk, met de verhalen van mensen die er hun levens hebben gesleten, dat je gevoel krijgt voor de iconische gebouwen, voor de geschiedenis van ontmoetingsplekken, want feeling daarvoor maakt je een completere en alertere wijkprofessional. Die stap wil de Canon sociaal werk (samen met de BPSW en Movisie) maken met de ontwikkeling van het Historisch Centrum Sociaal Werk, het HCSW.

Het Centrum wil een actieve toe-eigening van de geschiedenis gaan stimuleren, in het onderwijs, in de beleidspraktijk en ja ook in de microcontacten van het sociaal werk, in de schuldhulpverlening, de keukentafelgesprekken. Want natuurlijk hoef je daarvoor niet direct kennis te hebben van de praktijk van de huisbezoekers aan het einde van de negentiende eeuw, of van de sociaal casework-uitgangspunten die na de tweede wereldoorlog richting gaven aan het maatschappelijk werk. Maar in alle dilemma’s waar je voor kunt komen te staan kan het geen kwaad om te weten dat er al anderhalve eeuw geworsteld wordt met de  vraag hoe en op welke manier je kan doordringen tot  de levens van anderen en hoe je daarin vertrouwen en respect verwerft. Daar hebben in de ruim een eeuw dat het professionele sociaal werk in Nederland op de werkvloeren van onze samenleving professioneel actief is vele tienduizenden professionals ervaring mee opgedaan, met vallen en opstaan. Maar ook met voortschrijdend inzicht. Dat is een schat aan professionele ervaringskennis, waarvan het zonde is om die niet te delven. Dat is wat het HCSW wil gaan organiseren, in het onderwijs, op de universiteiten, in de beroepsopleidingen, in instellingen waar sociale professionals dagelijks hun werk verrichten. Want, zoals de wijze Marie Kamphuis, pionier van het maatschappelijk werk in Nederland, het ooit treffend zei: ‘Men weet van de toekomst altijd evenveel als het inzicht in het verleden reikt.’

 

(1) In een uitgebreid essay in het jaarboek Wat werkt nu werkelijk? Politiek en praktijk van sociale interventies van het Tijdschrift voor sociale vraagstukken uit 2012 heb ik geprobeerd deze gedachtegang te concretiseren naar een aantal historical based-principes van het sociaal werk. 

Kies een periode: september 2026
augustus 2026
juli 2026
juni 2026
mei 2026
april 2026
maart 2026
februari 2026
januari 2026
december 2025
november 2025
oktober 2025
september 2025
augustus 2025
juli 2025
juni 2025
mei 2025
april 2025
maart 2025
februari 2025
januari 2025
december 2024
november 2024
oktober 2024
september 2024
augustus 2024
juli 2024
juni 2024
mei 2024
april 2024
maart 2024
februari 2024
januari 2024
december 2023
november 2023
oktober 2023
september 2023
augustus 2023
juli 2023
juni 2023
mei 2023
april 2023
maart 2023
februari 2023
januari 2023
december 2022
november 2022
oktober 2022
september 2022
augustus 2022
juli 2022
juni 2022
mei 2022
april 2022
maart 2022
februari 2022
januari 2022
december 2021
november 2021
oktober 2021
september 2021
augustus 2021
juli 2021
juni 2021
mei 2021
april 2021
maart 2021
februari 2021
januari 2021
december 2020
november 2020
oktober 2020
september 2020
augustus 2020
juli 2020
juni 2020
mei 2020
april 2020
maart 2020
februari 2020
januari 2020
december 2019
november 2019
oktober 2019
september 2019
augustus 2019
juli 2019
juni 2019
mei 2019
april 2019
maart 2019
februari 2019
januari 2019
december 2018
november 2018
oktober 2018
september 2018
augustus 2018
juli 2018
juni 2018
mei 2018
april 2018
maart 2018
februari 2018
januari 2018
december 2017
november 2017
oktober 2017
september 2017
augustus 2017
juli 2017
juni 2017
mei 2017
april 2017
maart 2017
februari 2017
januari 2017
december 2016
november 2016
oktober 2016
september 2016
augustus 2016
juli 2016
juni 2016
mei 2016
april 2016
maart 2016
februari 2016
januari 2016
december 2015
november 2015
oktober 2015
september 2015
augustus 2015
juli 2015
juni 2015
mei 2015
april 2015
maart 2015
februari 2015
januari 2015
december 2014
november 2014
oktober 2014
september 2014
augustus 2014
juli 2014
juni 2014
mei 2014
april 2014
maart 2014
februari 2014
januari 2014
december 2013
november 2013
oktober 2013
september 2013
augustus 2013
juli 2013
juni 2013
mei 2013
april 2013
maart 2013
februari 2013
januari 2013
december 2012
november 2012
oktober 2012
september 2012
augustus 2012
juli 2012
juni 2012
mei 2012
april 2012
maart 2012
februari 2012
januari 2012
december 2011
november 2011
oktober 2011
september 2011
augustus 2011
juli 2011
juni 2011
mei 2011
april 2011
maart 2011
februari 2011
januari 2011
december 2010
november 2010
oktober 2010
september 2010
augustus 2010
juli 2010
juni 2010
mei 2010
april 2010
maart 2010
februari 2010
januari 2010
december 2009
november 2009
oktober 2009
september 2009
augustus 2009
juli 2009
juni 2009
mei 2009
april 2009
maart 2009
februari 2009
januari 2009
december 2008
november 2008
oktober 2008
september 2008
augustus 2008
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004