home
journalist
curr vitae
boeken
politicus
weblog
contact
links
sitemap
zoeken
JOS VAN DER LANS - WEBLOG

Via dit weblog wil ik u op de hoogte houden van columns die ik schrijf, van gebeurtenissen waar ik bij ben geweest, van zaken die mij opvallen, van meningen die in mij opwellen, of van andere persoonlijke wetenswaardigheden. Het kan van alles wat zijn en het is ook sterk afhankelijk van hoe druk ik het heb. Reageert u vooral, ik zorg ervoor dat het geplaatst wordt, mits het natuurlijk wel ergens op slaat.

Een waarschuwing: in de loop der jaren kunnen links gewijzigd zijn waardoor ze niet allemaal meer werken. Dat geldt ook voor teksten van artikelen die u via het weblog via een link van deze website zou kunnen halen. Wegens een conversie van word-documenten naar pdf-documenten werken dergelijke interne links in weblogberichten voor mei 2009 niet meer perfect. In dat geval kunt u de artikelen beter ophalen via de knoppen 'journalist/publicist' --> 'artikelen' of anders via de speciale knoppen van het betreffende tijdschrift waarin het werd geschreven.

Als u wilt reageren kunt u mij een e-mail sturen via info@josvdlans.nl

RSS feed van dit weblog
Kies een periode:
september 2010
augustus 2010
juli 2010
juni 2010
mei 2010
april 2010
maart 2010
februari 2010
januari 2010
december 2009
november 2009
oktober 2009
september 2009
augustus 2009
juli 2009
juni 2009
mei 2009
april 2009
maart 2009
februari 2009
januari 2009
december 2008
november 2008
oktober 2008
september 2008
augustus 2008
juli 2008
juni 2008
mei 2008
april 2008
maart 2008
februari 2008
januari 2008
december 2007
november 2007
oktober 2007
september 2007
augustus 2007
juli 2007
juni 2007
mei 2007
april 2007
maart 2007
februari 2007
januari 2007
december 2006
november 2006
oktober 2006
september 2006
augustus 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
december 2005
november 2005
oktober 2005
september 2005
augustus 2005
juli 2005
juni 2005
mei 2005
april 2005
maart 2005
februari 2005
januari 2005
december 2004
november 2004
oktober 2004
september 2004
augustus 2004
november 2004
Hoogervorst verkijkt zich op Kamer
Het ging dan toch eindelijk ergens op lijken: het debat dat we vorige week in de Eerste Kamer zijn begonnen over twee zorgwetten (voor de liefhebbers: wet herziening overeenkomstenstelsel zorg & WTG ExPres). Beide wetten zijn de eerste van een groot pakket wetswijzigingen die marktwerking in de zorg moeten gaan introduceren. De Eerste Kamer heeft daar grote moeite mee, vooral omdat het vervolg niet precies duidelijk is. Vorige week - in de zogeheten eerste termijn van de Kamer - probeerde Hogervorst alles te dempen door te melden dat het weliswaar marktwerking was, maar zo behoedzaam geintroduceerd zou worden dat het min of meer in beton gegoten is. Don't worry, hield hij goedgemutst de Kamer voor.
Maar vandaag bleek dat hij zich toch een beetje op de Eerste Kamer had verkeken. Hij kreeg een motie aan de broek die hem dwingt een nauwkeurig evaluatiekader te formuleren waardoor de politiek steeds alle mogelijke gevolgen (duurdere zorg, risicoselectie, hogere kosten bij die zorgaanbieders die toevallig geen overeenkomst hebben met jouw zorgverzekeraar) kan bestuderen en vervolgens corrigeren. Dat soort zaken had Hogervorst het liefst werkende weg geregeld, maar daarvan zei de Kamer dat kennen we inmiddels wel van andere sectoren: dan loop je achter de feiten aan, en trek je aan een vast op koers liggende mammoet. Misschien gebeurt dat nu ook wel, maar het is in ieder geval iets moeilijker gemaakt.
Kleinzielig Nederland
Een wanvertoning. Ik kan er weinig van anders van maken. Vandaag behandelde de Eerste Kamer een verdrag uit 1995 dat tot stand is gekomen op initiatief van de Raad van Europa. Het verdrag richt zich op bescherming van nationale minderheden. Het initiatief daartoe kwam begin jaren negentig toen duidelijk was dat zeker in Oost-Europa nogal wat minderheden zeer slecht werden behandeld. Denk aan bijvoorbeeld de Roma en de Sinti's, maar het gaat om veel meer minderheden. Het verdrag verplicht de ondertekenaars tot minimale erkenning van de rechten van deze minderheden.
Nederland heeft dit verdrag nooit ondertekend. Paars kwam met een ruime interpretatie van het verdrag, zoals de meeste europese landen, waarin de doelgroepen van het nationale minderhedenbeleid ook onder het verdrag vielen. Dat stuitte drie jaar geleden op verzet van de Eerste Kamer, waarin het CDA en de VVD zeiden dat het wel wat minder kon. Het gevolg was dat de regering het uitstelde in de hoop dat het in een andere kamer wel in orde kwam.
Helaas kwam echter het kabinet-Balkenende met Rita Verdonk als minister. Zij veranderde de Nederlandse interpretatie tot een minimale invulling: alleen Friezen vallen er onder. Pogingen van linkse partijen om iets ruimhartiger te zijn en in ieder geval ten minste de Roma's en Sinti's die al honderden jaren in Nederland vertoeven er onder te scharen (zoals dat in de meeste Europese landen het geval is) stuitten op een standvastig veto van Verdonk. Waarom zo kleinzielig, vroegen de linkse fracties vandaag in de Eerste Kamer aan Ijzeren Rita. Waarom sturen wij als land tien jaar geleden mede een proces aan ter bescherming van minderheden en zeggen wij als iedereen er ja tegen heeft gezegd zelf nee. Dat is toch een blamage! Nee, hoor zegt Verdonk. Nederland kent - naast de Friezen - geen minderheden die bescherming behoeven. Punt.
Zo diep is Nederland dus gezonken.
Grijs kenteken-leed
Hier stond tot voor kort een bericht te lezen onder de kop "Grijs kenteken-leed". Ik heb - na een stortvloed van woendende reacties, die mij sinds de 18e december bereikte - dit bericht inmiddels uit mijn weblog verwijderd. Het was ondoordacht en gooide ten onrechte alle grijskentekengebruikers op een grote hoop. Dat was niet verstandig en mensen die zich daardoor beledigd voelen bied ik mijn verontschuldigingen aan. Om mensen niet onnodig langer te bruskeren heb ik het bericht daarom verwijderd.
Overigens doen de fracties van GroenLinks, SP en PvdA in de Eerste Kamer momenteel hun uiterste best om er nog een overgangsregeling uit te slepen. Dinsdag 21 december stemt de Eerste Kamer daarover, laten we hopen dat dat goed afloopt.
Tot slot: mij ontgaat het nut van het gebruik van de meest platte scheldwoorden, en het er bij slepen van (persoonlijke) kwesties die niets met de zaak van doen hebben. Fel argumenteren is leuk, maar dat moet niet verward worden met intimideren. Daar schiet niemand wat mee op.

Een mededeling van gelijke strekking heb ik oook geplaatst op de site van de stem van Nederland, waar een link was gemaakt naar mijn weblog en een groot aantal woedende reacties staat te lezen.
GeuzenMiddenmeer - Zeeburgia 0 - 7
Jelle was er niet. Dat scheelde natuurlijk. Maar dat kan toch geen afdoende verklaring zijn voor de 7-0 nederlaag waarmee Zeeburgia vandaag onze Geuzen van de mat speelde. We worden op alle fronten overvleugeld, niks lijkt meer te lukken. De ballen krijgen we niet meer weg als ze eenmaal in ons strafgebied zijn, waardoor ze meestal in het doel belanden. En we slagen er niet in om de bal over een grotere afstand dan tien meter te verplaatsen.
Er zit, kortom, geen ziel in het elftal, er is niemand die het elftal draagt. Te vrezen valt dat het vertrek van Daan, Stefan en Rinus (naar de D1) en Anass (naar de E1) een te zware aderlating zal zijn. Maar goed, we moeten weer helemaal opnieuw beginnen.
Voor de tweede helft van het seizoen hebben we in ieder geval een veel lagere poule aangevraagd. Ondertussen zit de elftalleiding er meer mee, dan de spelers. Misschien is dat wel het probleem.
Reservebeurten: Thomas en Max S.
Met dank aan AnneLize
Dat is wel een heel merkwaardige brief van AnneLize van der Stoel (zie 23 november in dit weblog). Al helemaal nu Het Parool vandaag meldt dat de zwijgplicht waar de stadsdeelvoorzitter zich op beroept, een plicht is die ze zich zelf heeft opgelegd. Volgens het accountantsbureau Ernst & Young die het zogeheten forensisch accountantsrapport opstelt, mag zij zich tegen alle beweringen en beschuldigingen verweren. Ik zou zeggen: pleit je zelf vrij, AnneLize.
Het probleem is natuurlijk dat dat wel heel moeilijk wordt. Want een aantal feiten staat vast. Zoals: het faillissement van Alcides, het megalomane op financieel drijfzand gebouwde overname-avontuur van Albert van Wingerden, het voorliegen van het stadsdeel Zeeburg, het volkomen ten onrechte uitreiken van een gouden handdruk aan de falende Alcides- directeur, allemaal feiten die zich onder het toeziend oog van de Raad van Toezicht hebben voltrokken. Ik zie eigenlijk niet zo goed hoe Van der Stoel zich daartegen zou kunnen verdedigen. Wat voor excuses ze verder ook aanvoert, aan die feiten kan ze toch weinig veranderen.
Dat VdS zich verbaast over mijn bemoeienis met mijn affaire is eigenlijk heel veelzeggend. Dat ik in het Tijdschrift voor de Sociale Sector de kwestie al twee jaar lang aan de orde heb gesteld, en een van de eersten ben die de discussie met Van Wingerden is aangegaan, dat is haar geheel ontgaan. Van Wingerden vond het kennelijk ook niet noodzakelijk haar daarover te informeren. Het grappige is dat 2/3 van wat vorige week in Het Parool werd beweerd in juli vrijwel letterlijk in TSS stond. Wat toen genegeerd werd is nu kennelijk een voorbeeld van verruwing en onfatsoen. Nu ja..
Extra wrang is natuurlijk dat in Zeeburg het stadsdeelcollege deze week over deze kwestie gevallen is. Hoe dat kan is nauwelijks uit te leggen, maar het bedrog van Van Wingerden en de nasleep daarvan heeft de verhoudingen hier volledig verziekt. Met dank aan AnneLize van der Stoel.
Verkeerde wet en verkeerde discussie
Vandaag behandelden wij twee zorgwetten in de Eerste Kamer. Eigenlijk ben ik ‘slechts’ plaatsvervangend woordvoerder zorg, en is Tof Thissen onze eerste woordvoerder, maar omdat hij vandaag tijdens de zogeheten Financiële Beschouwingen zijn maidenspeech afstak en het wat veel gevraagd is om in twee debatten te debuteren, heb ik de zorgwetten van hem overgenomen. Het gaat om een pakket van drie wetten die als het ware voorsorteren op de aanstaande stelselwijziging die Hogervorst volgend jaar wil doorvoeren.
De vaste kamercommissie Volksgezondheid was al een hele tijd met deze wetten in de weer geweest, en het was tot het laatste moment onduidelijk welke wetten nu precies behandeld zouden worden. Ik had in ieder geval begrepen dat de zogeheten WTG ExPres en de Wet Toelating Zorginstellingen aan de orde zouden zijn. Dus daar had ik mij keurig op voorbereid.
Tot mijn stomme verbazing merkte ik echter ter plekke dat niet de Wet Toelating Zorginstellingen op de agenda stond, maar de Wet Herziening Overeenkomsten Zorg. Stomme fout natuurlijk, gewoon achter mijn eigen gedachten aangelopen, in plaats van dit even te checken. Enfin, ik heb een paar zinnen in det ekst een beetje omgebogen en verder had niemand het in de gaten. Erg vreemd was dat niet. Ik had een tamelijk algemeen verhaal over marktwerking in de zorg en de lessen die we in de zorg zouden kunnen trekken op basis van ervaringen in andere sectoren met betrekking tot de introductie van marktwerking.
De andere woordvoerders namen echter ruim de tijd (de woordvoerders van het CDA, PvdA en VVD spraken allen ondeveer drie kwartier) om tot in detail de wetsvoorstellen te bespreken, een aanpak die door Hogervorst dankbaar werd aangegrepen om in zijn repliek alle principiele discussies over marktwerking in de zorg uit de weg te gaan. Komt later aan de orde.
Zo glibberen we het pad van de comerciele gezondheidszorg op, zonder precies te weten waar we aan beginnen. Enfin, volgende week verder, want vandaag deden we alleen de eerste termijn. Volgend eweek antwoorden wij op het antwoord van de regering, waarna de regering weer op ons antwoord antwoordt.

Geinteresseerd in de volledige inbreng. Klik hierboven op eerste kamer, scroll naar VWS, welzijn & jeugdzorg en bovenaan vindt u het document ‘2004-11 VWS – Zorgwetten en marktwerking.doc’.
Reactie Anne Lize van der Stoel



Als reactie op mijn artikel in Het Parool van afgelopen vrijdag (zie 18 november in dit weblog) heeft Anne Lize van der Stoel een brief geschreven naar de leden van de deelgemeenteraad centrum, waarin zij haar verontwaardiging de vrije loop laat. Hieronder volgt de brief.

Aan de leden van de deelraad Amsterdam-Centrum.

Amsterdam, 22 november 2004.

Geachte leden van de deelraad.

Het faillissement van Alcides blijft de aandacht trekken en dat is op zich heel begrijpelijk. Helaas gaan ook de recente berichten in het Parool uit van een ‘vermeende waarheid’. Immers, de bron van de berichten is niet bekend, noch de stukken waarop het Parool zich baseert. In het contact dat ik hierover met de Parooljournalist had op dinsdag 16 ovember j.l., wilde deze daarover geen uitsluitsel geven. In het bewuste artikel werd mijn reactie (verwijzing naar de zwijgplicht), overigens niet vermeld.

Het GroenLinks-Eerste Kamerlid Van der Lans vertolkt zijn mening op een wijze, die mij, op z’n zachtst gezegd, verwondert. Hij reproduceert mmers niet gestaafde beweringen. De heer Van der Lans heeft het –ook journalistieke- principe van hoor en wederhoor niet toegepast. Sterker nog, ik heb het Eerste Kamerlid nog nooit gesproken, laat staan over Alcides. Noch heeft hij enige moeite gedaan met mij contact op te nemen.

Voor zover er al een relatie te leggen zou zijn met mijn werk en functioneren als stadsdeelvoorzitter, kenschets ik de gang van zaken als verruwing van –politieke- omgangsvormen. Immers, ook een Eerste Kamerlid legt de verklaring of de gelofte af de Grondwet en de wetten van het land te zullen respecteren. Onze wetgeving gaat ervan uit dat niemand schuldig is totdat zijn of haar schuld in rechte is vastgesteld. In dit geval zijn zelfs de feiten nog niet vastgesteld en de resultaten ervan nog niet bekend. Het lopende onderzoek is immers nog niet afgerond en publiek gemaakt.

Door een aantal personen, waaronder mijzelf, van allerlei zaken te betichten, te veroordelen en dus te schaden wordt een verruwing toegepast, waarbij volksvertegenwoordigers en openbaar bestuurders vogelvrij worden verklaard. Iemand doet een (niet bewezen) bewering over een derde en daarmee is het oordeel geveld. In een rechtsstaat past deze gang van zaken niet.

Stand van zaken
Nog voordat de curatoren een besluit hadden genomen om een onderzoek in te stellen, had ik hen laten weten dat ik mijn volledige medewerking hieraan zou verlenen. Ernst and Young voert het onderzoek thans uit. Medewerking verlenen aan het onderzoek legt ook een zwijgplicht op tot het moment van publicatie. Ook ik heb me aan die zwijgplicht te houden, ofschoon me dit steeds zwaarder valt gezien de flagrante onwaarheden die worden opgeschreven. Bij Ernst and Young heb ik aangedrongen op een spoedige publicatie van de bevindingen. Indien uw raad daar prijs op stelt, dan zal ik u een exemplaar van het onderzoek te zijner tijd doen toekomen.

Hoogachtend,

Anne Lize E.C. van der Stoel,
stadsdeelvoorzitter.
Diner pensant in Karel V
Ik hou eigenlijk niet van de zogenaamde diners pensant. Dat zijn een brainstormbijeenkomsten waarbij tegelijkertijd een vorkje geprikt wordt. Het is een typisch tijdsverschijnsel, een product van de stressmaatschappij. Zoals Schiphol steeds vaker in de 'randen van de nacht' gaat vliegen, zo ontstaan er diners pensant om de overvolle spitsuren overdag te ontlopen en toch nog wat mensen (wiens drukke agenda de kern van hun identiteit is) bij elkaar te krijgen. Je hebt bijvoorbeeld ook al werkontbijten, dan zit je dus om half acht 's ochtends in een vreemd oord met andere druk bezette mensen een broodje te eten.
Voor mij hoeft het niet. Ik vind dat je eten en werken moet scheiden. Als er al wat tijdens etenstijd gezegd moet worden, dan gaat mijn voorkeur uit naar slap gelul of het uitwisselen van de kleine weetjes die het leven aangenaam maken. Cijfers van proefwerken, ruzie op straat, treinvertragingen, misselijke collega's, dat werk. Dat eet lekker weg. Maar niet de toekomst van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting bijvoorbeeld, dat is veel te zware kost.
Toch was ik vanavond op een diner pensant van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting over de toekomst van de SEV. Zelfs ik moet wel eens netwerken, maar nog belangrijker is dat ik de nieuwe directeur van deze club René Scherpenisse gewoon een hartstikke goede jongen vind. Hij heeft een aanstekelijk enthousiasme en is iemand die richting kan geven aan innovatie van de volskhuisvesting, iets wat broodnodig is, want dit is een sector die zichzelf in bekrompenheid, voorzichtigheid en een vergadercultuur gevangen houdt.
Het is allemaal nog in concepty-vorm dus ik kan er niet al te veel over verklappen. Maar één ding staat nu wel vast: het SEV gaat weer leuke dingen doen. Er zijn drie programma's in de maak: 1. Stop de verloedering van de buurt; 2. Beweeg de woningmarkt; 3. vernieuw de corporaties. Daar gaan we nog prikkelden zaken van vernemen.
En het moet gezegd: het eten (van het luxueuze restaurant Karel V in Utrecht) was goed, het gezelschap was aangenaam en onderhoudend en de wijn prima. Misschien moet ik mijn mening over diners pensant herzien of anders voorstellen om ze overdag te organiseren.
Zevenheuvelenloop Nijmegen
Soms staat een mens over zichzelf verbaasd. Ik heb dat dit jaar elke keer nadat ik een wedstrijd heb hardgelopen. Vooraf stel ik mij voor dat ik een bepaalde tijd loop, en als ik dan over de finish ben gekomen blijkt dat ik stukken sneller ben dan ik in mijn stoutste dromen had gedacht. Vandaag streefde ik in Nijmegen er naar om de 15 kilometer van de Zevenheuvelenloop te lopen in 1:13:00. Dat is zo'n 4 minuten en 50 seconden gemiddeld per kilometer. Toen ik op de Greesbeekseweg in Nijmegen over de finish snelde stond de stopwatch echter stil bij 1:09:41, dat is dus voor mijn doen een krankzinnig goede tijd. Bijna 13 kilometer per uur; 4 minuten en 40 seconden gemiddeld per kilometer. Bovendien, ondanks de 7 heuvelen, met een ijzeren regelmaat gelopen: de drie 5 kilometers in respectievelijk: 23:03; 23:29 en 23:09. Je zou bijna denken dat als ik hier op jonge leeftijd mee was begonnen dat er grote mogelijkheden waren geweest. Maar dat is achteraf geklets: op oudere leeftijd is het ook erg leuk.

Oud en jong dansen
Zijn de wereld van de dans en de wereld van het jeugdbeleid met elkaar te verbinden? Dat was de centrale vraag van het congres dat het LCA, het Landelijk Centrum Amateurdans, in samenwerking met het jongerencentrum De Kubus uit Lelystad vandaag had georganiseerd. De redactie van Dans, waar ik sinds een paar maanden medewerker van ben, had mij gevraagd om het congres te bezoeken om over het onderwerp een beschouwing/essay te schrijven. Daarom stapte ik deze dag vroeg in de trein om op tijd in Lelystad te zijn, waar zo'n honderd mensen met het onderwerp in discussies en workshops aan de slag gingen.
Ik ben natuurlijk een beetje een buitenstaander in de danswereld. Dus voor mij is alles nieuw. Daarom was dit congres hartstikke informatief en het maakte de danswereld meteen een beetje vertrouwd. Want zij lijdt onder dezelfde aarzelingen en problemen die ook in andere cultuursectoren aan de orde zijn. namelijk: hoe vernieuw je, voor wie doe je dat, en wie draagt de vernieuwing?
Het idee achter het congres is simpel: je hebt de traditionele wereld van dansen (van volksdansen tot klassiek ballet) en de dynamische wereld van jongeren (waar volop geswingd wordt) en wat kunnen die twee werelden nu van elkaar opsteken? Hebben ze wat aan elkaar of zijn ze gedoemd om langs elkaar heen te leven?
Daar blijkt van alles over te zeggen. Het belangrijkste is misschien wel dat onder deze neutrale vraag na enig nadenken heel veel werelden schuil gaan. Met alle spanningen vandien. Het gaat om de tegenstelling tussen gevestigd (dansscholen) en spontaan (jongerencultuur), tussen wit en zwart, tussen professioneel en baanbrekend, tussen klassiek en dynamisch, tussen Hoge en lage kunst; tussen bestaande belangen en ondergeschikte belangen.
Juist het feit dat het eerder om spanningen gaat dan om een verzoening tussen twee werelden maakt dat er niet één omgangsvorm/oplossing is om het jonge en het oude te verenigen. En het is ook niet een kwestie van vergaderen, maar eerder een gevecht, of wat minder gewelddadig: een zoektocht, waarin er verschillende omgangsvormen en strategieen kunnen worden beproefd.
Een eerste strategie is: ruimte maken in het bestaande, dat is breakdancen in de dansschool. De tweede is: apart ruimte maken; dat is een eigen plek geven, een oefenruimte of een podium en ga je gang maar. En de derde is: apart together. Die laatste strategie is natuurlijk het spannendst.
Het Hiphophuis in Rotterdam is daar het meest aansprekende voorbeeld van. Eerst bood de officiele Rotterdamse instelling SKVR de breakdancers een ruimte in het eigen huis aan, zeg maar een avondje in de dansschool. Daar bleven de hiphoppers toch een vreemde eend in de bijt. Toen heeft de SKVR om elders in Rotterdam een hiphophuis te starten; een eigen ruimte, zelf gerund, maar wel binnen het organisatorische geheel van de SKVR. Wel de ruimte geven, maar niet loslaten. Dat werkt, want nu is het Hiphophuis een bloeiende voorziening die zelfs volop in de landelijke belangstelling staat. Er wordt vooral gebreakdancend talloze oefengroepen, op talloze niveaus), maar ook de andere hiphopcultuur-elementen (graffiti en het scratchen) worden gepraktiseerd (hoewel het dansen alles overheerst). Dat is geweldig, en vernieuwend. Nu nog even kijken of daar een leuk verhaal van te brouwen valt.
Kleine normale dingen in Apeldoorn
Hij keek een beetje wanhopig, de man achterin de zaal. Hij kwam uit Culemborg, een van de zeven Gelderse steden die meedoet aan het Gelderse Stedelijke Ontwikkeloingsbeleid, een project van de provincie Gelderland, waarin 'ter versterking van de sociale samenhang in buurten' aan zeven Gelderse steden geld is gegeven om activiteiten in wijken op te starten. Vandaag kwamen zo'n veertig vertegenwoordigers uit deze steden in Apeldoorn bijeen om te kijken wat deze projecten in Zutphen en in Apeldoorn hadden opgeleverd. Aan mij was gevraagd deze discussie in het prachtige Cultuurwarenhuis in Apeldoorn in goede banen te leiden.
We waren al een uur bezig toen de man achterin de zaal het woord nam. 'Waar praten we eigenlijk over,'sprak hij met die wanhopige blik in zijn ogen. 'We hebben het hier over bij mensen aanbellen, huiskamerbijeenkomsten, ontmoeten. Wat is dit voor krankzinnige wereld dat we hier met veertig duurbetaalde mensen bij elkaar moeten komen om te praten over miniscule kleine dingen, waarvan we vervolgens tegen elkaar zeggen dat het hartstikke belangrijk is. Het lijkt wel of we het gewone leven opnieuw aan het uitinden zijn. WEe verheffen dingen tot professionele kunst die de normaalste zaak van de wereld zouden moeten zijn.'
Het was de spijker op zijn kop. We gebruiken in Beleidswereld Nederland steeds de grootste begrippen, de zwaarste analysen, de somberste gedachten, terwijl het op het niveau van het alledaagse leven, van mensen met elkaar in contact brengen, bewegingen en acties fasciliteren al mis gaat.
Het gesprek daarover heeft inderdaad iets treurigs. Het lijkt wel of we de Toon Hermans-achtige waarheid, 'Het zijn de kleine dingen die het doen'(of was het Mieke Telkamp) te schraal, te miezemuizerig vinden om er veel woorden aan vuil te maken. Terwijl het daar wel vaak om gaat.
Dat bleek ook uit de twee projecten die deze middag werden gepresenteerd. In Zutphen werd in een buurt van 500 woningen (naoorlogse gallerijen) een huiskamer geopend, waar moeders en kinderen kwamen. Als aan het balkon de ballonnen hingen dan was de ruimte open en langzaam maar zeker vonden de buurtbewoners (meestal vrouwen) er hun weg naar. En van het een kwam het ander: binnenkort gaan ze het groen aanpakken.
In Apeldoorn ging men in twee buurten aan de slag. gewoon ouderwets opbouwwerk. Duwen, trekken, sleuren. In een geindividualiseerde wereld heeft het sociale permanent een vliegwiel nodig, waar iemand aanslingert. dat gaat om kleine dingen: we zijn inderdaad alleen even vergeten om het belang ervan te zien.

Een opmerking deze dag bleef me bijzonder bij. En dat was de opmerking van het raadslid/annex makelaar uit Doetinchem, die zo ongeveer het volgende zei: 'Het is heel simpel. Je moet zorgen dat mensen trots zijn op hun buurt. Dat ze zeggen: ik woon in die buurt daar achter dat of dat mooie gebouw, of iets dat opvalt, of iets dat anderen ook opvalt. Waar het om dit soort projecten om moet gaan is dat je trots organiseert: dat mensen iets hebben dat ze graag aan anderen vertellen of laten zien. Dat heeft bijvoorbeeld met de kwaliteit van de openbare ruimte te maken, of een leuk kleurtje op een flatgebouw, of een prachtige muurschildering, of iets dat ze met ze allen voor elkaar hebben gekregen. Dat werkt.'
Dat is mooi gezegd. Kan menig opbouwwerker boven zijn bureau hangen.

Anne Lize van der Stoel moet opstappen


Al een paar jaar maak ik mij boos over de kwestie Alcides. Verschillende keren heb ik er in het Tijdschrift voor de Sociale Sector over geschreven. Afgelopen woensdag berichtte Het Parool erover in twee volle pagina's. De beerpunt gaat steeds verder open en daarmee komt het falen van Anne Lize van der Stoel volop in de schijnwerpers te staan. Ik besloot daarover een stukje te schrijven voor de meningenpagina van Het Parool dat vandaag wordt gepubliceerd. Een citaat daaruit:

Het toppunt van politieke oncollegialiteit bereikte zij toen zij bleef zwijgen toen haar bekend werd dat Van Wingerden bij het binnenhalen van het welzijnswerk in het stadsdeel Zeeburg bij een presentatiebijeenkomst gewoon had staan liegen om de aanbesteding binnen te halen. Haar collega- bestuurders in Zeeburg worstelen tot op de dag van vandaag met de naweeen van het Alcides-echec. Met dank aan collega Anne Lize van der Stoel.
Binnenkort brengt Ernst & Young een rapport uit waarin de hele gang van zaken met betrekking tot het faillissement van Alcides nog eens nader wordt onderzocht. Als daaruit ook maar de helft wordt bevestigd van wat woensdag in deze krant stond, dan is de conclusie onontkoombaar: de positie van Anne Lize van der Stoel als stadsdeelvoorzitter in het centrum is dan onhoudbaar geworden. Dan kan ze niet aankomen met de vergoeilijking dat de kwestie Alcides en haar huidige bestuurlijke functie geen verband met elkaar hebben. Leg dat maar eens in Zeeburg uit. Nu blijkt dat ze zo omstandig gefaald heeft, past haar als politicus maar een conclusie: terugtreden. Daar zou niet over gesoebat moeten worden, niet om gezeurd, daar moeten geen moties voor nodig zijn, geen ingezonden stukken in de krant. Dat zou vanzelf moeten spreken, want dat hoort nu eenmaal bij de – overigens door haar zelf gecreëerde - risico’s van het vak.


De hele tekst kunt u lezen via de knoppen bovenaan. Klik op journalist > artikelen en dan bovenaan de lijst: 2004-11 Het Parool - Anne Lize van der Stoel moet opstappen.doc
Paul Kalma's 'Links, rechts en de vooruitgang'
Veel grijze en kale koppen waren vandaag te bewonderen bij de presentatie van het nieuwste boek van Paul Kalma, alweer zo’n 15 jaar de directeur van de Wiardi Beckman Stichting, het Wetenschappelijk Bureau van de PvdA. Ik kan het weten, want ik was te laat en stond helemaal achterin het volgepakte zaaltje in het Haagse etablissement Dudok. Zo keek ik tegen al die hoofden aan die voor mij zaten en viel mij de grijsheid en kaalheid van het publiek op. Allemaal leeftijdsgenoten zeg maar. Leeftijdsgenoten, en veel ouder, want ik zag ook menig man en vrouw die de nadagen van de Arbeiders Jeugd Centrale nog mee hebben gemaakt.
Nu is er niks tegen een verouderd publiek, integendeel: iets beters kan een intellectueel zich niet wensen tegenwoordig. Maar de vergrzijzing van het Dudok-zaaltje zegt wel iets over de intellectuele poging die Kalma in zijn boek (Links, rechts en de vooruitgang) onderneemt. Hij probeert namelijk – op een buitengewoon verdienstelijke wijze – de verloren gegane ideologische veren van de sociaal-democratie weer bijeen te rapen en aan de ooit zo Rode Haan te bevestigen. Daarmee scheert hij langs ‘de randen van nostalgie’ (zoals Bart Snels, directeur van het Wetenschappelijk Bureau van GroenLinks het mij influisterde) , maar tegelijkertijd is hij intelligent genoeg om aan ouderwetse begrippen als gelijkheid en vrijheid een moderne draai te geven. Dat is dus een interessant politiek geschrift zou je zo denken.
Maar voor wie eigenlijk? Inderdaad: voor kale en grijze mannen (m/v). Wouter Bos, die het boek in ontvangst mocht nemen, stak er beleefdheidshalve de loftrompet over af, maar dit is niet wat hij zich voorstelt bij de door hem beoogde modernisering van de sociaal- democratie. Dan gaat het nog niet eens zozeer om de begrippen, maar vooral om de stijl. Te oud, te grijs, te veel woorden, te weinig dynamisch. Misschien is dat wel de leegte van links, waar politicologen het zo graag over hebben: dat er een linkse generatie in de maak is die buiten de geschiedenis van de arbeidersbeweging is getreden en die geenszins van plan is, alle nog volgende boeken van Paul Kalma ten spijt, om daar ook maar ooit naar terug te keren.

Paul Kalma presenteert zijn jongste boek in cafe Dudok in Den Haag. In het panel zitten: Frans Becker, Hendrik-Jan Schoo, Margreeth de Boer, Femke Halsema en Wouter Bos. Let vooral op de grijze en kale hoofden in de zaal.
Uit de handelingen van de Eerste Kamer

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij de interpellatie-Van der Lans/Meindertsma over een mogelijke meevaller in de uitgaven voor de huursubsidie in relatie tot de plenaire behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Huursubsidiewet, te weten: - de motie-Van der Lans c.s. inzake het onttrekken van financiële middelen aan de toekomstige uitgaven voor de huursubsidie voordat het parlement zich daar over heeft uitgesproken (EK, XVIII-A). (Zie vergadering van 9 november 2004.)

De voorzitter: Ik geef het woord aan de heer Van der Lans.
De heer Van der Lans (GroenLinks): Voorzitter. Wij hebben hier vorige week een debat gevoerd op basis van een interpellatie van mevrouw Meindertsma en mijzelf over wat ik maar even noem "de verzwegen huursubsidiegelden". Wij hebben bij die gelegenheid een motie ingediend. Naar aanleiding van een interruptie van mevrouw Meindertsma heeft de minister van VROM toegezegd dat het zogenaamde inverdieneffect nog onderwerp zal zijn van bespreking met partijen en in het parlement. Dat was ook de strekking van deze motie. Er zou gezegd kunnen worden dat de motie daarbij overbodig is geworden. Omdat wij op het communicatieve vlak toch een niet al te eenvoudige relatie met deze minister hebben opgebouwd, stellen wij voor om de motie aan te houden tot het moment dat de minister haar toezegging gestalte heeft gedaan. .
De voorzitter: Op verzoek van de heer Van der Lans stel ik voor, zijn motie (EK, XVIII-A) van de agenda af te voeren.

Daartoe wordt besloten.
Algemene Politieke Beschouwingen in de EK
De Eerste Kamer heeft zich vandaag de hele dag beziggehouden met de Algemene Politieke Beschouwingen. Normaal vinden die een paar weken na Prinsjesdag plaats, maar door de ziekte van Balkenende is het feest een paar weken uitgesteld. Op zo’n dag zit de hele regering onderuitgezakt op de slechte stoelen van de Eerste Kamer, waar een regeringstafel staat uit de negentiende eeuw toen een kabinet nog maar uit een mannetjes of zes à zeven bestond. Nu hangen er dus de hele dag een man of twintig in stoelen die een keuring van de ARBO-dienst niet zouden doorstaan. Ze komen bepakt en beladen binnen, stapels dossiers in hun tassen, en tegenwoordig kijken ze om de vijf minuten ook eens op hun gsm naar een sms-bericht. Deze dag is bij uitstek geschikt om achterstallig papierwerk te doen.
En ondertussen doen de fractievoorzitters hun verhaal, dat ze de dag ervoor al hebben opgestuurd aan de medewerkers van de minister-president, zodat het antwoord al in het mapje van Jan-Peter zit nog voordat de voordracht is gehouden. Die leest zijn verhaal dan ook braaf voor, zonder ook maar een moment te moeten improviseren. Zelfs de interrupties lijken door de MP de avond te voren ingestudeerd.
Dat duurt dan een hele dag. De film is al jaren hetzelfde: de VVD wil wat meer aandacht voor ondernemers, het CDA een wat socialer gezicht, de PvdA meer leiderschap en visie, GroenLinks minder leugens, de SP meer solidariteit, D66…(ja wat wil D66 eigenlijk?), de ChristenUnie minder individualisering en de LPF schittert in afwezigheid. Even na het acht- uur journaal is de vertoning voorbij en drinken de senatoren en een enkele bewindsman nog een glas.
Wordt volgend jaar weer herhaald.
Ik was in Oudewater
Ik was vanavond in één van de mooiste plaatsjes van het land, alleen heb ik er niks van gezien. Dat het een van de moooiste plaatsjes is, weet ik omdat ik van de mensen die mij hadden uitgenodigd het boekje Stapvoets door Oudewater kreeg dat boordevol staat met tekeningen over de meest prachtige oude gebouwen van Oudewater. Maar ik heb ze dus niet gezien, want ik snelde van het busstation rechtstreeks naar Taveerne De Posthoorn (uit 1671), waar de naburige afdeling GroenLinks uit Montfoort een vergadering had belegd in de hoop dat er van de 200 GroenLinks-stemmers in Oudewater voldoende mensen zouden komen om in Oudewater een eigen afdeling op te richten. Ik werd geacht iets te vertellen over de Nota Ruimte en wat GroenLinks daarvan vindt, terwijl er ook nog twee GroenLinks-vertegenwoordigers uit de Provinciale Staten van Zuid-Holland (Alex Ouwehand) en Utrecht (Jeanette van Dongen) waren om alles over streekplannen en het Groene Hart te vertellen. Zij wisten natuurlijk veel meer van het Groene Hart af dan ik met mijn algemene praatjes ooit zou kunnen verzinnen, maar ik geloof dat we met zijn drieen wel een goede indruk achter gelaten hebben in Oudewater, waar zo’n twintig mensen waren gekomen en het enige PvdA-raadslid GroenLinks ons bij de volgende verkiezingen zes zetels toewenste. Of het ook tot een afdeling is gekomen weet ik niet, want toen het bier getapt werd moest ik mij weer naar het busstation spoeden om in de diepdonkere duisternis op tijd het Groene Hart uit te komen, zodat ik de hoofdstad van het land nog kon bereiken. Zo was ik dus in een van de mooiste plaatsjes van het land, zonder er ook maar iets van te zien.


Links: Oudewater bij nacht. Rechts: deel van het publiek in Taveerne De Posthoorn, uit 1671.
Milieu: nu even wel

Het milieu mag bij het huidige kabinet en de meerderheid van het huidige parlement slechts op een zeer beperkte belangstelling rekenen. Dat is ernstig en dat vraagt van GroenLinks, als groene partij, om een gedegen debat. Onderstaande alinea vormt het begin van een discussiestuk dat het milieunetwerk van GroenLinks heeft geschreven op basis van een interne notitie die ik samen met Wynand Duyvendak eerder dit jaar schreef. Voor de complete notitie van het milieunetwerk kun je terecht via de knop bovenaan deze pagina: eerste kamer en dan onderaan onder het kopje 'Volkshuisvesting, Ruimtelijke ordening en Milieubeheer'. Zoek vervolgens in de lijst naar: '2004-11 vroM - milieudiscussiestuk GroenLinks.doc'.

Milieu is ‘uit’ en het is niet zomaar een dipje dat vanzelf weer voorbij gaat. De malaise in het milieubeleid is namelijk verre van onschuldig: de tegenkrachten maken én krijgen op alle bestuurlijke niveau’s meer ruimte om hun ergernissen de vrije loop te laten en de publieke opinie daarvoor te mobiliseren. Ze proberen de verworvenheden op milieugebied ongedaan te maken. Zo ontstaat een politiek klimaat waarin steeds minder mensen geneigd zijn zich op te werpen voor de verworvenheden van het milieubeleid van de afgelopen decennia en dus aan alles kan getornd worden.
Geuzen laten hoofden hangen
Het gaat niet best met onze Geuzen. Ze zijn te klein, vinden geen rust, zijn niet balvast, kijken niet goed, en ze doen vooral niet wat we ze op de training leren. Speelden ze vorige week nog vol overgave, nu lieten ze na twee snelle tegentreffers in Abcoude vandaag de hoofden al snel hangen. Wat doe je eraan? We hebben al met ontslag gedreigd, maar dat maakt geen indruk.
Het enige positieve nieuws van deze week is dat de jeugdtrainers van jet jeugdbestuur een voetbalinstructieboek hebben gekregen, dat voor een prikkie bij De Slegte in de aanbieding was. Misschien moeten we daar maar eens in gaan bladeren. Abcoude – GeuzenMiddenmeer eindigde in een kansloze nederlaag: 4-0. Van de weeromstuuit ook totaal vergeten het wedstrijdformulier in te vullen, wat ons ook nog eens op een stevige KNVB-boete komt te staan. Kortom: dit moeten we maar weer snel vergeten.
Daltons in Groningen: creatieve professionals
In Groningen opereert op het terrein van de openbare geestelijke gezondheidszorg een groep professionals dat zich de Daltons noemt, vijf mannen en één vrouw: Ma Dalton. Het is een Geuzennaam, die wil uitdrukken dat ze wel wat weg hebben van ‘outlaws‘. Ze passen niet helemaal in het maatpak van de officiële instellingen; sterker: ze willen er ook niet helemaal inpassen. Ze proberen in Groningen een netwerk tot stand te brengen van gelijkgestemden, van frontliniewerkers, van mensen die eigenlijk ‘best wel’ ook een beetje een outlaw willen zijn. Jaarlijks organiseren deze Daltons, overigens buitengewoon fatsoenlijke mensen, voor dit netwerk een congres.
Vandaag was ik hun gast op het congres ‘Creativiteit in knellende omstandigheden’ waar ik in een grote collegezaal in het Academisch Ziekenhuis in Groningen voor 200 Groningse ‘Daltons’ een inleiding mocht verzorgen. Een prachtige gelegenheid om mijn stokpaardje te bereiden. Kort door de bocht komt dat op de volgende redenering neer:
1. Het hart van sociale professionaliteit zou moeten bestaan uit gedrevenheid (passie), betrokkenheid, oriëntatie op de leefwereld van mensen, onconventionaliteit en een hoge mate van pragmatisme.
2. Alle werksoorten op het sociale domein zijn uit deze vorm van geëngageerde professionaliteit geboren.
3. Professionalisering, institutionalisering, bureaucratisering, ideologisering en het managementisme hebben er de afgelopen halve eeuw voor gezorgd dat sociale professies steeds meer zijn afgedreven van hun oorsprong.
4. Sterker: het soort (hand)werk dat aan de oorsprong stond van de werksoort is onderaan de statusladder van de professionals belandt, en is in toenemende mate als vuil werk gezien.
5.Met als gevolg: dat er een schreeuwende behoefte bestaat om dat werk opnieuw uit te vinden.
6. De laatste jaren zien we een tegenbeweging ontstaan (de Daltons zijn daar een exponent van) die daar steeds meer invulling aan geeft.
In feite is dat ook de boodschap van ‘Bemoeien werkt’ (klik bovenaan op boeken, en dan in de lijst derde boek van boven > 2003 Bemoeien werkt.)

Tips voor congresgangers, die naar deze site zijn gekomen om nog iets meer te lezen dan ik verteld heb. Waar moeten ze kijken?
Ga via de knoppen bovenin het scherm naar: journalist > tijdschrift voor de sociale sector > kies het jaar 2003 > en ga naar de volgende titel in de lijst: 2003-11 TSS – essay Bemoeien werkt.doc. Dat is een uitgebreide versie van het essay dat ook in het boek ‘Creativiteit in knellende omstandigheden’staat. Dat essay staat overigens ook op deze site. Klik op artikelen > en kijk bovenaan de lijst, daar staat: 2004-11 SWP – Kwelgeesten en syndromen.doc.’ De ruwe aantekeningen van de lezing staan bij > lezingen, en dan in de lijst ‘2004-11-12 Groningen – creatieve professionals.doc’. En natuurlijk kan je door nog wat te graduinen nog een hoop meer vinden.


Op het congres werd een bundel gepresenteerd (zie de cover links), met daarin een verhaal van mijn hand 'De kwelgeesten van professionals: het paternalisme- en geiten-wollen-sokken-syndroom'.
Rechts: de Daltons aan het werk bij een gezamenlijke presentatie op het congres.
De kunst van de conversatie

Soms brengen verwarde tijden mooie en creatieve initiatieven voort. Zoals onderstaande bijeenkomst, vanavond in de Balie. Hier de tekst van de aankondiging:

“Je kunt alles zeggen, en alles doen, maar doe het met stijl.”
Aan het woord is Ben Gazzara, in de film naar het boek van Charles Bukowski, Tales of Ordinary Madness. “Alles kun je doen, met stijl. Zelfs een blikje sardientjes kun je openen, met stijl.”

Waar stijl teloor gaat, gaat beschaving teloor. Waar beschaving teloor gaat, gaat de mensheid teloor, maar dit laatste is een tamelijk overbodige toevoeging.
debalie wenst zoiets als stijl, gemanierdheid, welvoeglijkheid, smaak, raffinement en dus fijnzinnigheid in het algemeen, niet op te geven. Vandaar, juist nu, een bijeenkomst over, nee, niet over de vrijheid van meningsuiting – vandaar, juist nu, een bijeenkomst over de kunst van de conversatie. Wie die kunst niet beheerst, neemt zijn toevlucht tot het scheldwoord, en wie zelfs dat niet machtig is, tot bruut geweld. Een kringgesprek waarin de deelnemers het niet hoeven te weten, maar waarin het vrijstaat hardop na te denken. Iedereen wordt uitgenodigd deel te nemen.
Geen lawaai, maar beheersing. Geen meningen maar gedachten. Geen overdondering, maar overpeinzing.
met o.a.: Xandra Schutte, Pieter Pekelharing, Sjoerd de Jong, Anil Ramdas, John Leerdam, Chris Keulemans, Jeffrey Schwerzel, e.a. Onder leiding van Stephan Sanders.

___________________________________________
Aanvang 19.00 uur Toegang Gratis. Reserveren gewenst. 020 5535100

Unicum tijdens huursubsidie-interpellatie
Zonder het te weten heb ik vandaag voor een parlementair unicum gezorgd. Ik heb tijdens de interpellatie die Margriet Meindertsma (PvdA) en ik hadden aangevraagd over het verzwijgen van 150 miljoen huursubsidiegelden door minister Dekker (zie weblog 2 november en 5 november) de minister bij het beantwoorden van onze interpellatievragen geinterumpeerd. Dat mag niet, volgens de regels die al een paar eeuwen oud zijn. Maar omdat er eigenlijk nooit geinterpelleerd wordt in de Eerste Kamer weet eigenlijk niemand precies hoe het moet, de voorzitter liet me mijn gang gaan. Weliswaar trokken enige oudere kamerleden bleekjes weg, maar toen was het onheil al geschied. Ik was me van geen kwaad bewust en werd pas na afloop van deze schending van de parlementaire orde op de hoogte gesteld. Heb ik eindelijk een uniek feit op mijn geweten.
De interpellatie zelf zal de geschiedenisboeken niet halen. De minister nam niet eens de moeite alle vragen systematisch te behandelen, en zei simpelweg dat de opbrengst van een andere berekeningsystematiek van de huursubsidie niets te maken heeft met de bezuingingen op de huursubsidie. Het was weliswaar een potje, maar dat moest je toch vooral niet zo zien. De collegae spraken er weliswaar schande van dat de Kamer niet van het bedrag op de hoogte was gesteld in juni toen de beslkuitvorming over de huursubsidie in de Eerste Kamer aan de orde was, maar de regeringspartijen wilden het daar vooral bij laten. We (GL, PvdA, ChristenUnie/SGP, SP) dienden nog een motie in, maar omdat Dekker uiteindelijk zelf – min of meer - toegaf alle elementen van het huurbeleid nog in een totaalpakket aan de Tweede Kamer en de Eerste Kamer te zullen voorleggen, met daarbij de mogelijkheid dat het parlement alsnog besluit de 150 miljoen voor de huurders van Nederland te behouden, zullen we de motie aanhouden tot deze discussie geweest is. Zo blijven we dus nog even bezig.

Vanaf morgen staat het hele dossier, inclusief het interpellatiedebat, op deze site. Klik bovenaan deze pagina op > eerste kamer > en dan onderaan bij ‘Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer > 2004-11 VROM – dossier interpellatie huursubsidie.doc
Aanslag op een generatie
Vandaag voor het eerst een stukje over de moord op Theo van Gogh geschreven. Het is mijn column voor het december-nummer van het Tijdschrift voor de Sociale Sector. Een boos stukje, zoals ik ze nog niet eerder geschreven heb. Maar het moest.
Het begint zo:

Het afslachten van Theo van Gogh is niet alleen een moord op het vrije woord, ik ervaar het veel meer als een aanslag op mijzelf. Het meest treffend werd dat eigenlijk onder woorden gebracht door Theodor Holman, veelstukjesschrijver en boezemvriend van Theo van Gogh. Hij zei wat ik voelde. ‘Ik ben een kind van de jaren zestig en zeventig’, zei hij bij Barend en Van Dorp, ‘ik ben opgegroeid met de zachte waarden van die jaren, de vrijheid, de tolerantie, het niet-stigmatiseren, die heb ik ook lange tijd verdedigd in de duizenden gesprekken die ik met Theo heb gevoerd. Ik geloofde daarin. Dat was ik, zo wilde ik ook zijn. En nu hoor ik mezelf dingen zeggen, die ik helemaal niet wil zeggen, maar waarvan ik vind dat ik ze moet zeggen.‘ Zo voelt het inderdaad en ik denk dat Holman en ik niet de enigen zijn die hiermee worstelen. Mohammed B. heeft niet alleen Theo van Gogh vermoord, hij heeft ook een overtuiging kaltgestellt, een definitieve aanslag op het denken van een complete generatie gepleegd.

Lees de hele column en klik bovenaan deze pagina op > journalist > Tijdschrift voor de Sociale Sector en dan bovenaan de lijst: 2004-12 TSS - Bij de dood van van Gogh.doc
Signeren in de Bijenkorf
Beroemde auteurs signeren regelmatig. Minder beroemde auteurs doen dat hooguit in familekring of voor bekenden. Dus als zich een gelegenheid voordoet, dat ze ook een keer mogen dan zeggen ze geen nee. Vandaar dat Herman Vuijsje en ik vandaag acte de precense gaven in de stand van uitgeverij Inmerc op de boekenmarkt van de Bijenkorf. Wij dachten met het boek Lage Landen Hoge Sprongen een rol te spelen in een markt die geweid zou zijn aan de Week van de geschiedenis. Helaas, dat was een misverstand. Het was een gewone boekenmarkt met veel bekende schrijvers. De stand van Inmerc grensde bovendien aan het standje waar Lulu Wang haar boeken signeerde, of beter: kaligrafeerde. Wij werden geheel uit het zicht gewerkt door een lange rij wachtenden, die op een handtekening (en een praatje) van Lulu Wang stonden te wachten met een dikke pil van Wang in hun handen en voor het duo Vuijsje-Van der Lans in het geheel geen oog hadden.
Nou ja, ik had Herman al weer een tijd niet gezien en er kwamen wat bekenden langs, dus het werd nog best gezellig.
Over het aantal gesigneerde boeken doen wij verder geen mededelingen.

Een nederlaag als overwinning
Soms kan een nederlaag als een overwinning smaken. Dat was vandaag het geval toen GeuzenMiddenmeer D4 weliswaar verloor van koploper JOS- Watergraafsmeer D2, maar een voortreffelijke partij op de mat legde. Er werd geknokt, voor elke meter en elke bal gestreden, en JOS had de grootst mogelijke moeite om haar fysieke en technische overwicht in doelpunten om te zetten. Ze hebben tot nu elke wedstrijd met grote cijfers gewonnen, en deze 1-3 (rust 0-2) was zo ongeveer de kleinste overwinning van het seizoen.
Dat kwam natuurlijk omdat we een slimme opstelling hadden (1-4-3-2), waarin Joaquim voor het eerst als een heuse libero achter de achterhoede speelde. En hoe! Waar de achterhoede de laatste wedstrijden fysiek nogal eens tekort schoot, stond daar ineens Joaquim als een rots in de branding de ballen weg te knallen. En als we de paar kansen in de eerste helft erin hadden geschoten, dan had het nog heel anders kunnen uitpakken. Nu bleef het in de tweede helft beperkt tot een prachtig doelpunt van Maarten, die na een briljante pass van Mees, de bal vlekkeloos met zijn linkerbeen in de bovenhoek krulde.

Keeper Shaquille Doorson in zijn nieuwe tenue.
Aangeslagen erfgenamen van de jaren zestig
Hoe je het ook wendt of keert: GroenLinks is een product van de jaren zestig/zeventig. Zonder die geschiedenis is de partij ondenkbaar, maar met die geschiedenis blijkt de partij steeds kwetsbaarder. Want de cultuurconservatieve kritiek richt zijn pijlen op deze jaren, waarin in onze cultuur alles doorgeschoten zou zijn. Van gezagshandhaving via de opvoeding tot de tolerantie, alles ging te ver. En als in die context dan ook nog eens een brute moord wordt gepleegd op het vrije woord, dan is de vraag terecht: waar staat GroenLinks als kind van deze jaren eigenlijk? Dat is een vraag die niet alleen buitenstaanders aan GroenLinks stellen, dat is een vraag die vele GroenLinksers zichzelf stellen.
Het antwoord op die vraag vergt een herschrijving van de eigen geschiedenis. Welke waarden ontdekten wij (links) in deze jaren. Waar stonden we voor dat we nog steeds het verdedigen waard vinden? Maar ook welke slordigheden, onzorgvuldigheden en onoplettendheden lieten wij ons welgevallen?
Feitelijk zijn dat de vragen die Femke Halsema mede inspireerden tot haar discussiestuk over ‘Vrijzinnig links’ (zie weblog, 14 oktober) heeft aangeslingerd, en waar (naast uiteraard de moord op Van Gogh) op het GroenLinks Forum van vandaag met grote interesse over wed gediscussieerd. Twee workshops puilden uit.
Daar kwam geen eenduidige conclusie uit, maar wel een soort onderzoeksagenda,. Die houdt kortgezegd in dat de tijdgeest ons dwingt ons grondig te bezinnen over wat van ons erfgoed van de jaren 60/70 de moeite van het verdedigen waard is. Is dat de vrijzinnigheid van die jaren, de emancipatiewinst, de persoonlijke vrijheid? En wat waren de perversiteiten: het zwijgen over het misbruik van de sociale zekerheid, de lankmoedigheid over asociaal gedrag, de uitdijende bureaucratie, de toenemende onverschilligheid?
Kortom: wordt vervolgd.


Femke Halsema in debat met een uitpuilende zaal over haar stellingen over 'Vrijzinig links'. Naast haar GL-voorzitter Herman Meijer, die als gespreksleider optrad.
Beschaving spreekt niet voor zich

Garbriël van den Brink heeft voor de WRR een studie verricht naar 'normen en waarden in Nederland'. Dat in het kader van het door de regering gevraagde advies over de vraag in welke mate er overeenstemming is over 'normen en waarden' in Nederland. Het resultaat van Van den Brinks studie is nu apart gepubliceerd onder de titel Schets van een beschavingsoffensief. Over normen, normaliteit en normalisatie in Nederland. De redactie van het tijdschrift van het Wetenschappelijk Bureau van het CDA, Christen Democratische Verkenningen, vroeg mij het boek te recenseren. Vandaag heb ik de recensie ingeleverd voor het nummer dat op 18 december verschijnt. Mensen die niet zo lang kunnen wachten of - nog waarschijnlijker - geen idee hebben hoe ze aan het tijdschrift kunnen komen, kunnen - zoals altijd - op deze site terecht. Ga (via bovenstaande knoppen) naar journalist, klik op publicaties en treft bovenaan de lijst: 2004-12 CDV - bespreking beschavingsoffensief.doc.

Hieronder volgt de conclusie:

Van den Brink laat er geen misverstand over bestaan dat zijn beschavingsoffensief niets te maken heeft met herstel van normen. ‘Terugkeer naar het verleden is even zinloos als onmogelijk.’ Voor hem is het beschavingsoffensief, waarvoor hij de eerste gedachten overigens in 1997 al op papier zette, een offensief dat juist functioneel is in de verdere modernisering van de samenleving, het is smeerolie voor vooruitgang.
Het hoeft ook niet uitgevonden te worden, het is al bezig. Het Forum voor Democratische Ontwikkeling kwam vorig jaar meer dan 300 – veelal lokale – projecten op het spoor, die in de ogen van Van den Brink goed onder het idee van een beschavingsoffensief te rangschikken vallen. Het zijn vaak spontane initiatieven op scholen en buurten, waarin van impliciete veronderstellingen hoe mensen met elkaar omgaan expliciete regels worden gemaakt, die vervolgens worden bevestigd, kenbaar gemaakt, geoefend of soms zelfs in contracten vastgesteld.
We moeten normaliteit, zo is de boodschap van Van den Brink, niet veronderstellen, maar steeds opnieuw uitvinden, ja zelfs koesteren, expliciteren, op de muur spijkeren, levend maken. Bij de NS is deze boodschap inmiddels overgekomen, getuige de anti-mobiele telefoonstickers die nu boven de treinramen zijn opgedoken. (Zie dit weblog, d.d. 28 oktober.) Het werkt meteen. Een klein stickertje zorgt er voor dat de gehinderde zichzelf geen zeur hoeft te vinden, maar dat de verstoorder zich schuldig voelt. Misschien zit hem daar ook precies de psychologische kracht van een nieuw beschavingsoffensief. Zo’n offensief is dus niet uit op het herstel van normen en waarden, maar wel op het herinstalleren van het schuldgevoel. In een modern jasje, wel te verstaan.
Dekker trakteert met verzwegen huursubsidiegeld

Het intro van het vandaag verspreide persbericht:

Minister Dekker van VROM heeft in juni 150 miljoen euro huursubsidiegelden teruggeven aan haar collega Zalm zonder het parlement daarvan op de hoogte te stellen. Omdat zowel de Tweede als de Eerste Kamer in deze periode met de nodige moeite instemden met een bezuiniging van 150 miljoen op de huursubsidie, is in politiek Den Haag met verbijstering kennisgenomen van deze vorm van vrijgevigheid. Kamerleden willen weten waarom deze feiten in de zomermaanden de politieke openbaarheid niet konden verdragen. Dinsdag 9 november interpelleren de Eerste-Kamerleden Margriet Meindertsma (PvdA) en Jos van der Lans (GroenLinks) minister Dekker hierover in de Eerste Kamer.

Het volledige persbericht, plus toelichtende bijlagen vindt u als u op de knoppen bovenaan deze pagina doorklikt op > eerste kamer > en dan onderaan de pagina bij Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Daar treft u het document aan: 2004-11 VROM - dossier interpellatie huurubsidie.doc
Day after
Het zijn rare bedevaartsplekken: de plekken op straat waar vermoorde lichamen hebben gelegen. Maar ze hebben een onweerstaanbare aantrekkingskracht. En terecht: waar moet je anders zijn voor je ongeloof, je woede. Misschien komen al die mensen met dezelfde stiekeme hoop als waarom ik er kwam: om tegen beter weten zeker te weten of het wel waar is.
Het is waar.


Herdenking Theo van Gogh op de Dam
Op de Dam in Amsterdam vond om half acht een protestbijeenkomst plaats. 'Niet om stil te zijn maar om luid en duidelijk te zeggen' hoe belangrijk het vrije woord is, aldus burgemeester Cohen op de persconferentie dinsdagmiddag.
Ik schat dat zo'n 25.000 duizend mensen op zijn oproep waren afgekomen. De Dam stond vol en de Dam klonk vol, want met fluiten, ratels en geschreeuw zetten duizenden mensen hun verontwaardiging kracht bij. Om er vervolgens bij de twee minuten stilte indrukwekkend het zwijgen toe te doen.




Uit de handelingen van de Eerste kamer

De voorzitter: Het woord is aan de heer Van der Lans.

De heer Van der Lans (GroenLinks): Voorzitter. Hoewel ik mij kan voorstellen dat de meeste leden met hun gedachten elders zijn, wil ik het volgende verzoek doen. Wij hebben eind juni gesproken over de wijziging van de Huursubsidiewet. De Kamer is toen met de behandeling daarvan akkoord gegaan ondanks de korte voorbereidingstijd. Nadien is gebleken dat er bij de uitgaven voor huursubsidie vermoedelijk een meevaller van 150 mln is op de begroting van VROM. Collega Meindertsma en ik hebben daar samen met de heer Depla van de Tweede Kamer vragen over gesteld. Nu het antwoord daarop is gekomen, blijkt het inderdaad zo te zijn dat de minister de Kamer, toen zij haar informeerde over de mogelijke consequenties van het niet behandelen van de wijziging van de Huursubsidewet in juni, niet op de hoogte heeft gesteld van deze meevaller. Wij zouden het op prijs stellen om daarover met de minister te kunnen spreken. Ik leg daarom - mede namens mijn collega Meindertsma - het verzoek voor om de minister van VROM op redelijk korte termijn te mogen interpelleren.

De voorzitter: Ik stel voor, aan dat verzoek te voldoen en de interpellatie voor volgende week te agenderen.

Daartoe wordt besloten.