|
Via dit weblog wil ik u op de hoogte houden van columns die ik schrijf, van gebeurtenissen waar ik bij ben geweest, van zaken die mij opvallen, van meningen die in mij opwellen, of van andere persoonlijke wetenswaardigheden. Het kan van alles wat zijn en het is ook sterk afhankelijk van hoe druk ik het heb. Reageert u vooral, ik zorg ervoor dat het geplaatst wordt, mits het natuurlijk wel ergens op slaat.
Een waarschuwing: in de loop der jaren kunnen links gewijzigd zijn waardoor ze niet allemaal meer werken. Dat geldt ook voor teksten van artikelen die u via het weblog via een link van deze website zou kunnen halen. Wegens een conversie van word-documenten naar pdf-documenten werken dergelijke interne links in weblogberichten voor mei 2009 niet meer perfect. In dat geval kunt u de artikelen beter ophalen via de knoppen 'journalist/publicist' --> 'artikelen' of anders via de speciale knoppen van het betreffende tijdschrift waarin het werd geschreven.
Als u wilt reageren kunt u mij een e-mail sturen via info@josvdlans.nl
| |
juni 2008
|
jun 16
|
Reactie 'Ontregelen'
Geachte heer van der Lans,
Met belangstelling en plezier heb ik uw boek 'Ontregelen' gelezen.
U vraagt in uw woord van dank om commentaar. Echt commentaar is het
onderstaande niet, het moet eerder worden gezien als bijdragen.
Ik kwam in uw boek nergens de naam van Eckart Wintzen tegen. Hij
overleed kort geleden op 68-jarige leeftijd. Ik kan me haast niet
voorstellen dat u zijn gedachten over bedrijfsvoering (zijn
celtheorie, opsplitsen van bedrijven die groter worden dan 65 man)
niet kent. Maar mocht u het niet kennen dan kan ik u zijn boekje
daarover sturen.
Ik las in het eerste hoofdstuk uw beschrijving van Rogers' ideeën. Ook
ik heb als huisarts (thans niet meer praktizerend) hieraan natuurlijk
enthousiast meegedaan. Maar in Twente waar ik huisarts was, lukte dat
niet altijd even goed. Als ik vroeg: "Wat vindt u er zelf van?"
antwoordden de meeste Tukkers: "Dat weet ik niet. U bent dokter".
Ook maakte ik in het klein situaties mee die u beschrijft, waarin
niemand iets doet omdat het niet onder zijn/haar verantwoordelijkheid
valt. Ik werd geroepen bij een kind met een koortsstuipen. Toen ik er
kwam, zag ik het kind (inmiddels alweer zonder trekkingen) op de grond
liggen met de moeder en drie buurvrouwen eromheen. Niemand deed iets.
Ik vroeg wat haar eerste reactie was toen zij zag dat haar kind
stuipen had. "Ik had het willen optillen en bij mij nemen". "Waarom
hebt u dat dan niet gedaan?" "Ik heb eerst de buurvrouwen geroepen en
die zeiden: 'Afblijven, niet aankomen'".
In het begin van mijn praktijkjaren belde ik rechtstreeks met de
wijkzuster (Wit-Gele Kruis voor katholiek, Groene Kruis voor algemeen)
met het verzoek om bij patiënt X. langs te gaan die vandaag uit het
ziekenhuis was gekomen en enige hulp bij wassen en aankleden nodig
had. Dat kwam altijd in orde. De laatste 20 jaar ging dat heel anders.
Ik moest bellen met 'het Loket' en mijn zorgvraag (als er maar 'zorg'
voor staat, is het altijd goed) voorleggen aan 'Cindy' of 'Natascha'.
Zij ging het doorgeven aan de zorginstelling die iemand naar de heer
X. zou sturen om de zorgvraag nader uit te werken en vervolgens de
volgende dag in de teambespreking ter tafel te brengen. Daar werd een
zorgplan opgesteld. Als meneer X. geluk had werden zijn billen drie
dagen na thuiskomst uit het ziekenhuis voor het eerst gewassen.
Als lid van de klachtencommissie van een groot ziekenhuis maak ik
wekelijks mee dat mensen klagen over onduidelijkheid over wie hun
aanspreekpunt is: de co-assistent, de assistent, de dokter, de
verpleegkundige, het afdelingshoofd? Geef iedere patiënt bij opname
een briefje met de naam van de hoofdbehandelaar tot wie de patiënt
zich kan wenden bij vragen.
Dit waren zo enkele gedachten die bij mij opkwamen bij het lezen van
'Ontregelen'.
Met vriendelijke groet,
Adriaan Mazel
|
|
jun 15
|
Dansverlegenheid
Mijn man kan niet dansen – begin mei heb ik
gefascineerd naar de twee afleveringen van dit RTL-programma gekeken.
Eigenlijk niks voor mij, want meestal vind ik dit soort
wedstrijdprogramma’s ergerlijk. Het zijn mensonterende veilingen, ze
brengen het slechtste in mensen boven en meer dan eens volledig gebaseerd
op leedvermaak.
Welbeschouwd gebeurde dat ook in Mijn man kan niet dansen. Daarin gaven
vrouwen hun man op om – voor het oog van de camera - in een week
klaargestoomd te worden door professionele danscoaches die de drie
uitverkoren kandidaten (die van niks wisten en van hun werk werden geplukt)
naar een finale begeleidden waarin ze voor het naar de studio’s van
Aalsmeer uitgerukte thuisfront een verplichte en een vrije dans moesten
dansen (met hun coach), waarna ze punten kregen van een professionele
danskundige en tien dansprimadonna’s. De winnaar zag zijn droom in
vervulling gaan: een weekendje naar FC Barcelona, deelname aan een speciaal
pokertournooi in Las Vegas, dat soort zaken.
Dat alles was per aflevering goed voor een uur televisie onder
leiding van de swingende Humberto Tan. De mannen werden geheel van hun
gezinnen gescheiden en werden dagelijks gevolgd door de camara. ’s Avonds
zaten ze gedrieën in een mooi appartement in Amsterdam en kampten ze
allemaal met heimwee, waardoor de brave burgervaders als ze halverwege de
week een videootje van het thuisfront zagen het stuk voor stuk niet meer
droog hielden.
Dat zou genoeg moeten zijn om terstond naar een andere zender te zappen,
zou je zeggen. Maar nee, ik bleef kijken. En na de eerste aflevering zat ik
een week later klaar voor de tweede aflevering. En ik had het ook bij de
derde aflevering gedaan als RTL het programma niet van de buis had gehaald
vanwege sterk tegenvallende kijkcijfers. Ik was verbijsterd – keek ik
eindelijk een keer, was ik zo ongeveer de enige. Hoe kon dat?
Misschien deed ik het uit een soort superioreiteitsgevoel. Hoewel
absoluut geen dansheld stond wel vast – meende ik - dat ik toch iets
soepeler in de heupen was dan deze stijve harken die er inderdaad werkelijk
weinig van bakten. Ik heb deze hypothese voorgelegd aan vrouw en
zestienjarige dochter die nog wel wilden bevestigen dat ik het er iets
beter van af bracht, maar daar meteen aan toevoegden dat enige training bij
mij ook geen kwaad zou kunnen. Mocht de serie ooit een vervolg krijgen,
opperden ze, dan zouden zij serieus overwegen om me op te geven.
Pas toen realiseerde ik me dat ik niet bleef kijken omdat ik zoveel beter
dan, maar juist omdat ik me met deze houten klazen identificeerde. Ik
herkende in hun gestuntel alle aarzelingen die veel mannen hebben om zich
over te geven aan de logica van de dans. Dat had weinig te maken met het
tekort aan ritmegevoel of het gebrek aan conditie dan wel het vastzitten
van de heupen, waar hun danscoaches het op gooiden. Dat speelde een rol,
maar verklaarde niet alles. Hun probleem zat niet zozeer in het feit dat ze
onvoldoende controle over hun eigen lichaam hadden, welnee hun weerstand
zat hem nog veel meer in het feit dat ze zich geen raad wisten met het feit
dat ze controle over het lichaam van hun partner moesten uitoefenen. Ze
durfden hun rol niet aan. Ze werden geacht te leiden, te sturen,
zelfverzekerd de dansbaas te spelen over de bewegingen en dus het lichaam
van hun vrouwelijke partner. En daar wisten ze in de verste verte geen raad
mee. En eigenlijk waren ze dolblij dat ze zich vanwege hun houterigheid aan
deze netelige kwestie konden onttrekken.
En ineens stonden ze daar tegenover prachtige danscoaches. En waar een
latino zou gaan dansen, zag je onze houten klazen in verwarring raken. Elk
heupcontact met deze lichamen voelde als een ongewenste intimiteit, als een
bijna seksuele uitspatting en dat spel, dat maakte elke aflevering van Mijn
man kan niet dansen loepzuiver duidelijk, hebben heel veel mannen in
Nederland niet onder de knie. Misschien is het een erfenis van onze
calvinistische preutsheid, maar feit is dat in de doorsnee mannelijke
verbeelding in Nederland tussen het seksuele en het niet-seksuele geen
ongedwongen ruimte bestaat. In de gemiddelde mannelijke belevingswereld is
geen plaats voor een vrijzone waarin ertotiek en onschuld samen gaan, met
elkaar een spel spelen, met elkaar dansen.
Eigenlijk zag je dat nog het best bij de mannen die in het programma aan
een mannelijke dansleraar werden gekoppeld. Die verstijfden, die voelden
zich zichtbaar ongemakkelijk, ze gedroegen zich alsof ze overgeleverd
werden aan gedwongen homoseksualiteit en slaagden er maar niet in om gewoon
te gaan dansen. Voor mannen is dansen, kortom, niet onschuldig. Het is hen
te seksueel.
Het bizarre in Nederland is dat vrouwen, misschien wel als uitdrukking van
hun emancipatie, voortdurend in de weer zijn om die onschuldige vrijruimte
met dansen te openen, terwijl mannen, misschien wel als gevolg van dezelfde
emancipatie, zich er zichtbaar geen raad mee weten en zich beroepen op hun
houterigheid en gebrek aan ritmegevoel om zich aan de dreigende verwarring
te onttrekken. Aan mijn lijf geen polonaise, zoiets. Hun macho bewaren ze
voor de momenten dat ze als mannen onder elkaar zijn, in de voetbalclub, op
het werk, in de kantine. Of tijdens het klussen, want die invalshoek koos
RTL na het stopzetten van het geflopte Mijn man kan niet dansen. Het nieuwe
programma heette: Help, mijn man is een klusser. Gewoon een lekker
onderwerp, waar - zoals de kijkcijfers al snel aantoonden - iedereen zich
wel zo gemakkelijk bij voelt. Ik zap er na twee minuten al weer bij weg.
Deze column verschijn in het julinummer van DANS, nr.4/2008. Klik
voor meer danscolumns hier .
|
|
jun 6
|
Presentatie ONTREGELEN
Het vreemde is dat ik eigenlijk pas gisteren op 5 juni, precies
drie maanden na het verschijnen van 'Ontregelen', de eerste echte lezingen
over het boek heb gegeven. In eerdere optredens kwam het boek uiteraard ook
te sprake, maar maakte het nog onderdeel van het zogenaamde 'EROPAF'-
verhaal. De premičre ging donderdagochtend naar Utrecht (zie hieronder)
maar later op de dag verzorgde ik een vergelijkbare presentatie voor de
Directie INWONERS van de gemeente Nijmegen, met aansluitend een erg
onderhoudende discussie. Wie de persentatie nog eens wil bekijken moet hier klikken.
|
|
jun 6
|
Acualiteitencollege Hogeschool Utrecht
Donderdag 5 juni gaf ik in de Uithof in Utrecht een actualiteitencollege
aan de Hogeschool Utrecht voor de faculteit Maatschappij en recht. Het
onderwerp was mijn boek 'Ontregelen'. De dag ervoor ontving ik per mail de
volgende brief van een docent die aan dezelfde Hogeschool is verbonden,
alleen hij doceert in de vestiging in Amersafoort. Hij had van het college
vernomen en het plan opgevat om met zijn klas er naar toe te gaan. Maar dat
mocht zo maar niet. Lees en huiver:
Beste Jos,
Met veel interesse heb ik je boek
ontregelen gelezen. Maar laat ik mij eerst voorstellen. ik ben Huub Direcks
en docent aan de HU, instituut de Horst.
Morgen kom jij een lezing geven in Utrecht. Hebben wij toevallig bij de
opleiding Maatschappelijk Werk en Dienstverlening deze periode
Oraganisatiekunde op het programma.
In mijn onschuld dacht ik "dan ga ik met mijn klas naar jouw lezing".
Maar daar komen wat problemen bij. (...)
Probleem 1. Het vraaggericht onderwijs bestaat er uit dat alle studenten
dezelfde trainingen krijgen. Afwijken mag niet van de examencommisie, want
alle studenten moeten hetzelfde programma krijgen. Dit programma is per uur
beschreven. (Van wie de vraag vraaggericht komt weet ik niet.)
Als een student gaat klagen dat hij te weinig les krijgt over dit onderwerp
is de docent de dupe. (...) De les verplaatsen kan niet, want per periode
bij de HU moet er 140 uur binnenschoolse studiebelasting zijn en je
begrijpt dat 2 uur naar jou luisteren een ernstige aantasting van dit
grondrecht is.
Een tweede probleem is dat jij in Utrecht komt. Studenten zijn verplicht de
lesssen in Amersfoort te volgen. Dit is onderdeel van de examenregeling.
Het is verplicht te komen, maar je mag en kunt niet verwachten dat
studenten een half uur naar Utrecht gaan reizen.
Desalniettemin heb ik een groep bereid gevonden allee regels te overtreden
en morgen naar jouw lezing te komen. De inquisitie van de mangers zie ik
vol verwachting tegemoet.
In een later stadium zal ik nog reageren op je boek, wat ik overigens (
stiekum) heb behandeld,
groet,
Huub Direcks
docent MWD Hu de Horst
Huub en zijn studenten waren inderdaad aanwezig en ontvingen een ovationeel
applaus voor deze heldendaad van de andere aanwezigen. Wie geinteresseerd
is in de presentatie moet hier klikken.
|
|
jun 6
|
Visie
Als er een woord is waar ik in de politiek allergisch voor
ben geworden, is het het woord visie. Als het een beetje minder gaat, of er
fouten zijn gemaakt, verzamelen zich aan de zijlijn lieden die menen dat er
sprake is van een gebrek aan visie. Wat meer visie en alles is weer oké. Je
hoort het bij de VVD, bij de PvdA, en ook GroenLinks is nu al weer een
tijdje bezig op het visionaire vlak.
Ik ken geen voorbeelden uit de moderne partijpolitiek dat dat tot iets
heeft geleid. Het is een illusie om te denken dat verdeeldheid wordt
overwonnen door een beetje meer visie. Of er rollen visies uit dit soort
exercities waar de kool en de geit gespaard worden, en dat leidt dus tot
niks, of er worden echt principiële keuze gemaakt en dat leidt alleen maar
tot meer onenigheid en dat was nu net niet de bedoeling. Eigenlijk moet je
zeggen dat de frequentie waar mee het woord in de mond wordt genomen meer
zegt over de diepte van de crisis dan over het zicht op een oplossing.
De vraag moet ook niet zijn of er één visie moet komen (dat voorrecht
laten we aan de SP), de vraag is: hoeveel visies kan een partij verdragen
en zijn de verschillende visies nog in staat om elkaar te vinden op
concrete punten. Anders gezegd: de enige relevante vraag is of men erin
slaagt om meningsverschillen productief te maken?
Wat dat betreft hoeft GroenLinks niet te wanhopen. We zijn
vrijzinnig-modern als het gaat om de culturele agenda van de toekomst, de
immigratie, de mensenrechten, de vrijheden. We zijn modern-socialistisch
als het gaat om de materiële agenda: wij gaan voor een bescherming van
kwetsbaren op alle markten en in alle facetten van het bestaan. En we
vinden elkaar omdat we los van al dit geneuzel zo groen zijn als de aarde
en met radicale maatregelen de generaties na ons heel veel ellende willen
besparen.
Dat is geen visie, dat is een opdracht.
Zo simpel is het dus.
Deze column verschijnt in het juni-nummer van het GroenLinks Magazine. |
|
jun 2
|
De zelfbevrijding van professionals
Hoe ver kan gekte gaan? Een coördinator van een
vrijwilligersorganisatie kreeg van haar leidinggevenden te horen dat haar
vrijwilligers tijd moesten gaan schrijven. Want in het tijdperk van
aanbestedingen verlangen de opdrachtgevers dat, had ze te horen gekregen.
Ze weigerde. Uiteindelijk zag de leiding zelf ook in dat het misschien toch
wel een beetje vreemd was om mensen die vrijwillig de handen uit de mouwen
wilden steken te verplichten om precies vast te leggen hoe ze hun tijd
besteden.
Het is een treffend voorbeeld van hoe bureaucratische controlezucht zich
opdringt. In een enkel geval, zoals bij deze vrijwilligersorganisatie,
overschrijden de dwingende eisen de grens van redelijkheid, maar dat is een
uitzondering. Meestal voltrekken de verplichtingen hun opmars
sluipenderwijs. En onvermijdelijk: weigeren zou ‘de financiering op het
spel kunnen zetten’. En welke brave professional wil dat op zijn geweten
hebben.
Zo kan het gebeuren dat professionals in de publieke sector meer
contacturen met hun beeldscherm maken dan met mensen. Op tal van
werkplekken is de afgelopen jaren het moment gepasseerd dat de
controlezucht haar redelijkheid verliest en ongemerkt het werk is gaan
sturen. Dat is het moment dat het onbehaaglijk wordt. Het werk vraagt om
handelingen die het systeem niet meer thuis kan brengen. De professional
die plotseling met onverwachte crisissituaties wordt geconfronteerd, komt
in het nauw. Er is geen vakje voor wat hij moet doen.
Dat leidt tot een vorm van pruttelend onbehagen. Soms vindt dat een weg
naar buiten, zoals in het najaar van 2006 in de zuidelijke provincies. Daar
lieten tien ondernemingsraden van instellingen in de geestelijke
gezondheidszorg aan de buitenwereld weten dat wat hun betreft de maat vol
was. De verantwoordingsbureaucratie was in hun ogen zo ver doorgeschoten
dat de inhoud van hun werk in toenemende mate geformatteerd werd door
dwingende procedures en protocollen. Volgens de ondernememingsraden was de
limiet bereikt en zij kregen van de 25.000 professionals die zij
vertegenwoordigen een enorme weerklank.
De actie van de zuidelijke ondernemingsraden vormde een eerste aanklacht
tegen de vervreemding in de publieke sector, tegen het feit dat de
werkvloeren in toenemende mate bezet lijken te worden door wat je in
oorlogstaal vijandige mogendheden zou noemen. Zij vormen het begin van een
ingewikkelde ‘bevrijdingsstrijd’, want het bezettingsleger blinkt uit in
onzichtbaarheid, ongrijpbaarheid en uiteraard louter goede bedoelingen. Het
is een soort big brother-cultuur: niemand weet wie waar achter de knoppen
zit. Vaak zijn het financiers, maar die zeggen ook weer door hogere machten
te worden gedreven. Zo wil de kwade genius maar niet in het vizier komen.
Dat maakt veranderen ook zo moeilijk. Omdat alles en iedereen (collega’s,
managers) de indruk wekt dat elke weigerachtigheid alleen maar in je eigen
vingers snijden is, geeft iedereen zich over aan wat de systemen vragen. Zo
ontstaat lijdzaamheid. Als een soort heimelijk ondergronds verzet. Er wordt
in het registreren precies datgene ingevuld wat het systeem wil dat er
ingevuld wordt. Dagelijks worden er zo miljoenen gegevens het digitale
universum in gelanceerd die steeds minder zeggen en waar niemand naar om
kijkt.Er zijn inmiddels officiële Haagse denktanks en adviesraden, zoals de
Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en de Raad voor
Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO), die hierover de alarmklok hebben
geluid. Het besef groeit dat het eigenlijk zo niet langer kan. Maar hoe
bestrijd je een ongrijpbaar systeem? Hoe versla je een onzichtbare vijand?
Dat is geen eenvoudige opgave. Het is ook niet zo dat er een alternatieve
blauwdruk klaar ligt of ergens een commandocentrum is ingericht om de
herovering van de werkvloer tot in de details voor te bereiden.
Zo werkt het niet. De oorlog tegen de systemen is een oorlog zonder
generaals. Het is een soort omgekeerde guerrilla, want als de vijand zich
schuil houdt zit er voor de opstandelingen niks anders op dan zich
zichtbaar maken. Het is in eerste instantie vooral een kwestie van de
bestaande systemen ontregelen, van het ontwikkelen van tegendruk, van het
ontlopen van verdere bezettingen, van het heroveren van nieuwe
vrijheidsgraden.
Dat is een vorm van tegendruk die op de werkvloeren van de publieke sector
zelf moet beginnen. Daar moeten leidinggevenden en uitvoerende
professionals hun passie in stelling brengen, daar moeten ze zich hardop
gaan afvragen wat hen in het werk drijft en wat er voor nodig is om dat zo
optimaal nodig tot zijn professionele recht te laten komen. Dat zijn mensen
aan zichzelf, aan hun vak, aan hun werkplezier, aan hun cliënten, aan de
samenleving verplicht. Daarin moeten ze de motivatie vinden om de greep op
hun werkvloeren te hervinden. Daar ligt het begin.
Deze opiniebijdrage verscheen op 30 mei in het Eindhovens Dagblad in het
kader van een langer lopende debatreeks in de lichtstad. Op 11 juni vindt
daar de laatste bijeenkomst van plaats waarin ik zal figureren.
In oktober 2007 werden via deze krant en www.sociaaldebateindhoven.nl de vijf belangrijkste
sociale thema’s vastgesteld die in de stad om meer aandacht vragen. De top
5 bestaat uit de thema’s: vergrijzing als kracht, armoede en
werkgelegenheid, jongeren – participatie en meedoen, respect en regels, en
overregulering. Vier ronden zijn achter de rug. Dit artikel opent de
laatste discussieronde over bureaucratie en overregulering. U kunt
deelnemen aan deze ronde via brieven of bijdragen aan opinie@ed.nl of aan
redactie@sociaaldebateindhoven.nl. Eind juni wordt deze ronde afgesloten en
verschijnt daarover een afrondende tekst op deze pagina’s.
|
|
jun 1
|
Daklozendag 2008: "Uit onverwachte hoek"
>
De jaarlijkse daklozendag in Amsterdam, georganiseerd door de diaconie in
samenwerking met de Belangenorganisatie Amsterdamse Dak- en Thuislozen
(BADT) (ik ben voorzitter van het bestuur), vindt dit jaar plaats op
woensdag 4 juni. Het thema is: "Uit onverwachte hoek" en houdt verband met
het 'Jaar van de Samaritaan'. Alle deelnemers, dakloos of niet, kunnen hun
eigen inbreng "uit onverwachte hoek" leveren. Net als vorig jaar wordt er
ook dit keer een bokaal uitgereikt aan de initiatiefnemer van een leuk
project: de "dat-had-ik-nooit-van-jou-gedacht-bokaal". De bokaal zal worden
uitgereikt door Hub van Roy, de winnaar van vorig jaar. Verder is er een
infomarkt, muziek, eten, spelletjes en een waarzegger. Klik hier voor meer info
|
|
jun 1
|
INMIDDELS VIERDE DRUK!!!!
    
|
|
|